*

 

Sneeuwschoen helpt de wandelaar redelijk moeiteloos de hellingen op en de bossen in.

door Kees de Vré − 31/01/07, 17:08

Het fameuze tennisracket is inmiddels ingeruild voor een moderner onderstel, maar lopen op sneeuwschoenen blijft een ware sensatie. Diepe, zachte sneeuw of hard, glibberig ijs, het maakt niets uit, je pakt het met gemak. Ook een kleine helling is een eitje, vanwege de getande ijzers die aan de onderkant zijn gemonteerd. De mens zelf is de zwakke schakel.

Als Tony Wallin de schuur achter zijn winkel in het Zweedse wintersportoord üre induikt, rommelt hij als een Malle Pietje in wat dozen en trekt even later twee zwarte ovalen voorwerpen tevoorschijn. „Snowshoes”, mompelt hij ingetogen en met een vet accent. Splinternieuw ogen ze, hij wil zijn gasten alleen het beste voorzetten. Een centimeter of zestig lang zijn ze en een kleine dertig breed, met een afgeronde voor- en achterkant. Ze ogen wat korter dan een skateboard. De omtrek wordt gevormd door een aluminium buis met kunststof ertussen gespannen. De sluiting is die van een snowboard, zij het dat je alleen aan de voorkant van je wandelschoen wordt vastgeketend. Aan de achterkant gaat er, vanaf de voorvoetbinding een band om je hiel. Dat heeft als voordeel, legt Wallin uit, dat de achterkant van je voet los blijft van de sneeuwschoen en je daardoor een normale loopbeweging kunt maken. Een soort klapschaats dus. Op de plek waar je tenen zitten is een gat uitgespaard zodat je bij het optillen van de sneeuwschoen niet in aanraking komt met het strak gespannen kunststof; dat zou het lopen bemoeilijken. Onder de bal van je voet en onder je hiel zitten ijzers gemonteerd met scherpe tanden. Dat maakt de grip op de diverse winterse ondergronden optimaal.

Voorzichtig lopen we het bevroren meer op dat zich achter Wallins winkel uitstrekt. Na enkele passen voel je al hoe gemakkelijk het gaat en de angst om rare schuivers te maken is dan ook snel verdwenen. De tippel naar de overkant is een makkie en ook de glooiende oever wordt simpel genomen. Dus de berg maar op, het bos in. De diepe sneeuw daar is echter behoorlijk vermoeiend en na tien minuten is het stevig uithijgen geblazen. Het is doodstil om je heen. Als er al een geluid is, wordt dat gedempt door het eindeloze witte landschap. Maar dan toch: gefladder en twee spierwitte vogels vliegen op uit een aanpalende boom. We blijven nog even staan voor de terugtocht wordt aanvaard. Twee zwarte vogels verschijnen op amper twintig meter afstand. Ze lijken sterk op die beroemde vogel op de whiskyfles. Wallin vertelt later dat deze vogel de black grouse is, het korhoen. Glimlachend neemt hij onze bezwete gezichten op. „Vermoeiend hè. Waarschijnlijk heb je toch je voeten te hoog opgetild. Dat is de grootste fout die mensen op sneeuwschoenen maken. Het is zeer vermoeiend en vaak niet nodig met deze nieuwe sneeuwschoenen.” Maar al met al, stelt ook Wallin, is lopen op sneeuwschoenen inspannend. Als hij tochten met buitenlandse klanten maakt is het niet meer dan een kilometer of vijf. „Dan zijn ze bekaf.”

De Zweden zijn er van jongs af aan mee vertrouwd, vertelt Wallin. Zij staan dicht bij de natuur en hebben sneeuwschoenen net als langlaufski’s standaard in hun schuur staan.

mailIcon print |