*

 

Fietsen is niets voor een vrouw, wandelen in het park mag nog net.

door Els de Baan − 31/01/07, 17:08

’Wielrijden is een schone zaak en geeft de mensdom veel vermaak’ vond men aan het einde van de 19de eeuw. Maar dat gold in feite alleen voor de man. Een fietsende vrouw was onesthetisch en onfatsoenlijk. Een man kon met sportieve activiteiten zijn sociale status verhogen. Het dragen van sportkleding, zoals een trui, poloshirt of blazer, gaf hem ook buiten het sportveld een dynamisch uiterlijk.

Een vrouw behoorde hooguit een wandelingetje te maken in een park of langs de boulevard. Het was ongehoord dat zij zich publiekelijk zou inspannen, of nog erger: zichtbaar zou zweten.

Ook de medische wereld uitte ernstige bezwaren want sportieve inspanningen zouden voor haar onherroepelijk leiden tot hartvergrotingen, orgaanbeschadigingen en zwangerschapsproblemen.

Sommige sporten, zoals rustig paardrijden, zwierig schaatsen en stilstaand boogschieten of tennissen, werden echter kritiekloos geaccepteerd. De dame kon zich dan namelijk als een sierlijk, elegant wezen presenteren. De speciale ’sportkleding’ sloot naadloos aan bij de gangbare, bewegingsbeperkende, modekleding.

In het laatste decennium van de 19de eeuw bevechten vrouwen op meerdere fronten hun vrijheid. De fiets wordt gezien als het voertuig van de emancipatie. Naast de vraag ’óf ze überhaupt mag fietsen’ is het grootste probleem: ’wat trekt ze aan?’. Opwaaiende rokken die een blik op de benen bieden zijn ongepast.

Een oplossing wordt gevonden in een aansnoerkoordje in de zoom van de voetlange rok waardoor een ballonvorm ontstaat die het opwaaien belet. Ook ingenieuze systemen, die tijdens het fietsen het voorpand van de rok als een soort rolgordijn kunnen laten zakken, zien het licht en er komen fietsbroeken. In eerste instantie is zo’n broek onzichtbaar. Halverwege de jaren ’90 tonen modetijdschriften steeds meer zichtbare dames fiets-pantalons met ballonvormige pijpen die rondom de kuit het been omsluiten.

Dit ’drollenvanger’-model komt overeen met de opkomende vrijetijdsbroek voor heren en met traditionele mannenbroeken in streekdracht. In feite dient het modieuze amazone-paardrijkostuum als voorbeeld voor het fietskostuum. De amazones dragen onder hun extra lange rok een, nimmer zichtbare, pantalon, als voorzorg om het fatsoen bij onverwachte windvlagen te waarborgen.

Rond 1895 storten uiteenlopende bedrijven waaronder C & A, De Koning van Zweden en Jansen & Tilanus, zich op de fietsende dames en zetten de verstopte pantalon in als troef. Ze bieden dames ’fiets-costumes’ aan, bestaande uit een gevoerde rok, in combinatie met een pantalon of ’velocipèdebroek’, een kort bolerojasje en allerlei variaties in blouses en fietsmantels. Ze zijn verkrijgbaar in diverse stoffen en kleuren. Nadrukkelijk wordt vermeld dat bij sommige blouses een boord, manchetten en das horen.

De dame is, ook in fietskledij, onberispelijk gekleed. Een Amerikaans modemagazine meent dat fietskleding behalve voor het fietsen ook uitermate geschikt is om ermee náást de fiets te wandelen. Een modieus fietstasje aan het stuur mag niet ontbreken. Hierin wordt een portemonnee, kam, spiegeltje, zakdoek en eventueel een boa meegevoerd. Mocht de dame onderweg bij een uitspanning iets willen gebruiken dan komt ze tiptop voor de dag.

Het verzet tegen fietsende dames is groot. In 1894 wordt nog ernstig geprotesteerd tegen het dragen van kleding die teveel afwijkt van de gewone kleding en ’zondigt tegen de heersende begrippen van kuisheid’. Vier jaar later prijst een predikant een jonge bruid omdat ’ze zich nog niet met zulk een onding als een rijwiel’ heeft ingelaten.

Trouwens dat kan ook niet zomaar. Een dame moet zich eerst bekwamen bij een rijwielschool. In 1895 is één van die scholen gevestigd in de Amsterdamse Parktuin en die wordt geleidt door de doortastende mej. Schakel. Een ooggetuigeverslag: „We zagen een flink houten plancher, waar de eerste lessen worden gegeven; later hebben de dames uitstekende gelegenheid zich verder in de ruime tuin, om bomen heen, door kleine paadjes enz. geheel onbespied in het wielrijden te bekwamen en hebben de zekerheid van goed te kunnen rijden als mej. Schakel de toestemming geeft zich in het publiek te mogen begeven”.

Naast kuise én modieuze fietskleding is ook een speciaal korset noodzakelijk. Een advertentie schalt over een voor dames-wielrijders onmisbare ’hygienische- en sport-bustehouder’ (1896). Deze ondersteuning zou de draagster behoeden voor „benauwheid, toevallen, hoofdpijn, bleekzucht, zenuwaandoeningen, maag-, nier, milt- en leverziekte, enz. enz., geene nadeelige invloeden op de ademhalings- en spijsverteringsorganen”. En het ding belooft de onmisbare „slanke en sierlijke taille”; medici zouden ’m van harte aanbevelen. Tegelijkertijd raden andere doktoren juist met klem af tijdens het fietsen een korset te dragen.

De kledingadvertenties voor mannen zijn vooral praktisch van toon. De heren worden voornamelijk gewezen op ’onmisbare winterartikelen’ zoals „pelerine regenmantels met pet en beenstukken, wollen truien en schotlandse kousen”.

Met de voortschrijdende vrouwenemancipatie is na de Eerste Wereldoorlog ook het dames-fietsen algemeen aanvaard en lijkt speciale fietskleding overbodig. Modebladen presenteren nu sweaters waarmee de dame over het tennisveld holt. Ze geeft alleen nog aanstoot als ze geen hoedje draagt. Vrouwen gaan zich in de jaren ’20 en ’30 schoorvoetend richten op stoere, voorheen mannelijke, activiteiten zoals autorijden en sportvliegen. De nieuwste snufjes op sportkledinggebied zitten nu in de ski-, zwem- en atletiekkleding. Iedereen fietst, zelfs de dienstbodes. ün de leden van het Koninklijk Huis. Prinses Juliana en prins Bernhard laten zich tijdens hun verlovingstijd regelmatig fietsend fotograferen. Zij dragen, net als de doorsnee burger-fietser, gewone, comfortabele kleding. Want ook in de modekleding verdwijnen de verstikkende fatsoensnormen en knellende kleren en verschuift het accent naar comfort en bewegingsvrijheid.

Overigens blijven dat eveneens de trefwoorden voor de komende seizoenen. De huidige fietskleding verandert wat betreft de vormgeving en eigenschappen (vochtregulerend, ademend) voorlopig niet ingrijpend. Innovatie valt vooral te verwachten bij de toepassing van nieuwe materialen zoals bamboe, hennep, bloemenpulp. Daar zal de drager niet veel van merken, maar de producenten hopen hiermee milieuvriendelijker te produceren. Lichtgewicht katoen en nieuwe technische verwerking van naden moeten het draagcomfort wel verder vergroten.

mailIcon print |