Bij de zeehondencrèche in Pieterburen zijn zestig jonge zeehonden binnengebracht. Storm en hoog tij spoelden de grootste kolonie grijze zeehonden van De Richel.
De Richel is een zandbank voor Vlieland die normaal droog blijft. Eind deze week gaat het weer stormen.
Nederlandse zeehonden zijn er in twee soorten: gewone en grijze. Terwijl gewone zeehonden in de zomer worden geboren en meteen al het water in kunnen, komen grijze in december en januari ter wereld. Door hun dikke, witte babyvacht kunnen ze de eerste drie weken moeilijk zwemmen. De zeehondencrèche neemt alleen wezen op die in de storm hun moeder zijn kwijtgeraakt, zegt eigenares Lenie ’t Hart.
„Gelukkig zijn er ook heel veel moeders die hun jongen weten mee te slepen naar Terschelling en Vlieland. En als ze zwaar genoeg zijn, moeten de jonge zeehonden het alleen kunnen redden.”
In de natuur zijn zeehondenbaby’s al na een week of drie los van de moeder. Lenie ’t Hart laat ze pas na zes weken tot twee maanden vrij. „Wij hebben geen vette moedermelk, het duurt gewoon wat langer voor ze op gewicht zijn.”
Elk jaar, als de zandbanken onder water lopen, zet de zeehondencrèche een extra tent op haar terrein. En elk jaar roept de opvang weer discussie op. Op zichzelf gaat het namelijk heel goed met de grijze zeehond. Begin jaren tachtig vestigden de eerste beesten zich op de zandbanken voor Terschelling en Vlieland. Tien jaar later werden daar ook de eerste jongen geboren.
Inmiddels leven er 1800 grijze zeehonden in de Waddenzee. Ze zijn voornamelijk afkomstig van de Engelse en Schotse kust, maar ook met de geboorten gaat het goed. Onderzoekers van wetenschappelijk instituut Imares telden vlak voor Kerst al 130 witte baby’s en het ’werpseizoen’ loopt nog.
Volgens Peter Reijnders van Imares was een deel bij die telling al aan het verharen. „Die redden het dus wel. Alleen de meest kwetsbaren spoelen van de zandbanken. Vanuit de natuur geredeneerd moet het misschien wel zo zijn.” De populatie-ecoloog zou liever zien dat opvang op de eilanden wordt geregeld.
„Gewoon een stuk strand of duin vrijhouden van mensen, dan kunnen de beesten tot rust komen. Nu moeten ze met de rederij naar het vasteland, ze krijgen dwangvoeding, dat is toch een traumatische ervaring. Bovendien worden de dieren uiteindelijk weer op dezelfde zandbanken uitgezet. Zo leren ze nooit dat ze misschien een andere plek moeten zoeken om te jongen.”
Toch is hij niet keihard tegen de opvang. „Niets menselijks is ons wetenschappers vreemd. Het blijft natuurlijk sneu als jonge dieren op zo’n manier moeten sterven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.