*

 

3 januari / Meestal meet de oranjedropzwam maar een halve

door Henk van Halm − 02/01/07, 21:19

centimeter, maar verscheidene vruchtlichamen kunnen tot een geheel versmelten, wat hier het geval moet zijn. Zoveel als op een populierestronk in het bos achter het huis heb ik nooit eerder gezien.

De hoedanigheid van deze heel gewone en het hele jaar aanwezige zwam is net Engelse drop. Daaraan heeft hij zijn naam te danken.

Meestal groeit hij op bewerkt hout, dat aan het verrotten is. In vochtige toestand glanst de zwam.

Hij is dan geleiachtig, week en oranjegeel van kleur. Ingedroogd is hij bijna niet te herkennen, want dan is hij dof, bruingeel en hard.

Op nieuwjaarsmorgen zag Anke van Rijkom in het Staelduinse Bos in het Westland bloeiende blaassilene en dagkoekoeksbloem, verscheidene bloeiende braamstruiken en op oudejaarsdag in de Lier een bloeiende klaproos.

Eerder hoorde ik van een lezer dat hij in december rijpe frambozen had geplukt. In deze zachtste winter sinds eeuwen mag je je nergens over verwonderen. De normale bloeitijd voor de blaassilene is juni tot september, met soms een uitloop in de herfst.

Dagkoekoeksbloem bloeit meestal door tot diep in december, dus dat is niet uitzonderlijk. Wel de klaproos, die hooguit nog in juli bloeit.

Blauwe reigers hebben de nesten in de kolonies al bezet. Mannetjes begroeten iedere naderende reiger met rituele gebaren om aan diens reactie vast te stellen van welke sexe die ander is.

Eerdere afleveringen uit het natuurdagboek staan op www.trouw.nl/groen . Daar kunt u ook natuurvragen stellen aan Henk van Halm.

mailIcon print |