Ik geloof dat afleveringen uit de serie Flodder elke dag wel twee of drie keer op een kindvriendelijk tijdstip op tv herhaald worden. Alsof iemand iets door het vaderlandse drinkwater probeert te doen. Je kunt je afvragen wat ze ermee voorhebben. Is het een crypto-opvoedingscursus? Helpt het mensen in te burgeren?
In elk geval hoef je geen achttien jaar oud te zijn om onze eeuwige Hoekse en Kabeljauwse twisten te bestuderen. Allicht helpen die Flodder-fragmenten ons de arme Beilenaren te begrijpen. Die zijn woest op de GGZ-Midden-Drenthe, een instantie waarvan je alleen maar hoort als Noraly Beyer of Gerard Arninkhof de naam in de mond neemt. De Beilenaren zijn boos omdat deze instelling de junks en landlopers gewoon op straat laat lopen die ze uit de randstad heeft weggesleept en die in Beilen in een aparte psychiatrische inrichting zitten te kuren. Was de afspraak niet. Er staat een hek om die inrichting en daar zouden ze binnen blijven. Maar, zeggen de zielenknijpers nu, de behandeling slaat zo goed aan dat sommige patiënten van ons best even een krantje op het station mogen kopen of een kroket uit de muur mogen trekken. Willen de Beilenaren niet, al die onrust op straat, al die gekke freaks met hun rare tics. Laten we naar hun argumenten luisteren. Ze zeggen niet: het is onrechtvaardig, we wonen toch al in Beilen, dat vreselijke oord, krijgen wij nu ook al die rotzooi uit de Randstad over ons heen? Nee ze zeggen, we wonen hier fijn en veilig, zorgen jullie thuis maar voor je problemen, niet in onze achtertuin. Het klassieke geschil: de grote boze stad tegen het vredige platteland. Je hoeft maar ergens een asielcentrum neer te zetten, een methadonbus te openen of een psychiatrische inrichting met randstedelijke junks op te starten, of Beilen is in last. Hoe klein het stadsstaatje Nederland ook is, we weten de bevolking toch nog op te splitsen in een geslaagd deel en een mislukt deel. Natuurlijk, laten ze die losers helpen, hier vooruit, heb je wat van ons belastinggeld! Stop ze maar goed weg in de bossen. Er wordt in Nederland graag verontwaardigd gedaan over het ondermaatse sociale beleid in Amerika waar iedereen maar voor zichzelf moet zorgen en waar niemand voor de ziektekosten van de ander wil opdraaien, maar slechts in schijn zijn wij anders. Zodra wij ons huisje in de provincie hebben betrokken willen we geen stadse overlast meer en beperken onze sociale gevoelens voor de hulpeloze medemens zich tot het bekijken van Ma Flodder en haar onopvoedbare tuig. Zozeer dat in Beilen de rechter er aan te pas moet komen om die stinkende, mompelende scharrelaars terug achter de hekken te stoppen en vandaar, hup terug de grote stad in. Ik snap het allemaal als ervaringsdeskundige (de auteur kijkt in zijn comfortabele woning in het Amsterdamse Oud-Zuid door het raam uit op de Jellinek-kliniek voor verslavingszorg- en preventie aan de overkant). Maar wat zijn we na de jaren zestig en zeventig zelfzuchtig geworden. Alsof iemand dát door het drinkwater heeft gedaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.