Ook op 8 december, het feest van Maria onbevlekte ontvangenis, werd Adrianus Simonis een kwarteeuw geleden geïnstalleerd als aartsbisschop van Utrecht. Tegen de zin van de kardinalen Alfrink en Willebrands, tegen de zin van progressieve katholieken in Nederland en ook tegen zijn eigen zin, want hij zat niet te wachten op deze functie.
Na 25 woelige jaren was nu het afscheid. Lof, een lintje – en wel een heel grote –, een bomvolle kerk, veel warmte en waardering van ook de protestantse preses Bas Plaisier, van mede-bisschoppen. De politie was alleen nodig om het verkeer te regelen. Vermoeid maar dankbaar nam kardinaal Simonis de waarderende woorden in ontvangst. Zelfs tamelijk hoopvol.
Zelf is hij niets veranderd, zegt hij. Mild was hij al van kindsaf aan. „Met zeven zussen en drie broers word je dat vanzelf. Je moet wel.”
In zijn preek toonde de kardinaal zich nederig en hij hoeft daar nooit zijn best voor te doen. „Een priester of bisschop is geen supergelovige, maar evenzeer gelovige als ieder die gedoopt is. Net als voor hen is gelovig-zijn ook voor een bisschop behalve een gave een opgave, die strijd kost en die licht en duister met zich meebrengt.”
Hij citeerde paus Paulus VI. Die antwoordde op de vraag van de toen nog jonge Simonis naar de toestand van de kerk: „De kerk maakt het goed, want zij lijdt veel.”
Zelf heeft de kardinaal ook geleden, aan misverstanden, aan kritiek op zijn onwrikbare standpunt over abortus, euthanasie en over de uitsluiting van vrouwen uit het ambt.
Er zijn ruiten ingegooid van het paleis op de Utrechtse Maliebaan, er zijn rechtszaken geweest, doodsbedreigingen, verwensingen en zelden was er een dag vrij. Er was het bezoek van de paus in 1985, waarin katholiek Nederland zich van zijn kritische kant liet zien en de kardinaal zich plaatsvervangend schaamde.
Was het afscheid van de kardinaal tien jaar eerder geweest, dan zou er wellicht een treuriger en grimmiger stemming geheerst hebben. Maar er is iets veranderd: Nederland staat welwillend tegenover de kerk en ook tegenover de kardinaal.
Maar de zorgen zijn niet verdwenen. Een klein signaal was misschien wel de feestelijke lunch. Heel sober: broodjes met kaas, waarbij de gasten zelf een plakje komkommer of tomaat ertussen konden stoppen.
Bij zijn afscheid laat de kardinaal financieel gezien een veel armer aartsbisdom achter dan hij kreeg. Erger vindt hij dat er ook veel minder gelovigen zijn dan een kwart eeuw geleden.
De man die katholiek Nederland klein moet maken, werd Simonis genoemd bij zijn benoeming tot aartsbisschop. Inderdaad is katholiek Nederland kleiner geworden, maar dan op een andere manier en niet volgens de wens van de kardinaal.
Het zijn dingen waar zijn opvolger zich zorgen over moet gaan maken. De kardinaal beperkt zich, als hij hersteld is van de heupoperatie, tot de drie pauselijke raden waar hij als kardinaal lid van blijft. En hij gaat na jarenlang zeven dagen per week gewerkt te hebben naar muziek luisteren en weer meer aan postzegels doen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.