(Novum/Betten) - De gevolgen van bodemverontreiniging voor de woningmarkt kosten Nederland jaarlijks vele tientallen miljoenen euro's. Dit komt door waardevermindering en onverkoopbaarheid van woningen. Dat stelt geowetenschapper Bas van de Griendt in zijn proefschrift. Vrijdag promoveert hij aan de Universiteit Utrecht.
Volgens Van de Griendt zijn eigenaren en kopers van woningen op verontreinigde grond banger voor hun portemonnee dan voor hun gezondheid of die van hun kinderen. De oorzaak van de jaarlijkse miljoenenstrop zit hem vooral in de beleving van burgers. Angst door media-aandacht en vertrouwen in de overheid spelen een cruciale rol, schrijft de wetenschapper.
In het proefschrift worden de gevolgen van verontreinigde grond voor de woningmarkt voor het eerst sinds 1980 onderzocht. Toen vond de zogenoemde affaire-Lekkerkerk plaats, waarbij een woonwijk gebouwd was op chemisch afval.
Het effect op de woningprijs valt niet los te zien van de gebruikelijke vraag- en aanbodfactoren en prijsontwikkelingen op de woningmarkt, stelt Van de Griendt. Zij kunnen de effecten versterken of afzwakken. Van blijvend lage woningprijzen door bodemvervuiling, wat door huizeneigenaars vaak wordt gevreesd, zou echter geen sprake zijn.
Volgens de onderzoeker woont of werkt dertig tot veertig procent van de Nederlandse bevolking op of dichtbij een locatie waarbij er vermoedelijk sprake is van ernstige bodemverontreiniging.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.