Een broederstrijd verscheurt de islamitische terreurgroepen. In Egypte, het land waar de politieke islam ontstond, stapt een groeiend aantal radicalen nu over op een vreedzame strategie. Een ex-djihadi vertelt: „Er is een machtsstrijd aan de gang met Al-Kaida.”
Moord in de naam van de islam. Dat begon ooit in Egypte, in de jaren dertig met de Moslimbroederschap. Maar de broeders zouden niet lang vasthouden aan de gewelddadige variant van de politieke islam.
Daarentegen bleven Egyptische splintergroepen als Gamaa al-Islamija en Islamitische Djihad wel geloven in het gewapende verzet. Decennialang pleegden ze aanslagen en vochten ze in de straten met het seculiere regime, met als doel om van Egypte een islamitische staat te maken. Dat zou wereldwijd talloze radicale islamitische groepen inspireren, en hen de ideologie leveren die zou uitmonden in Al-Kaida.
Maar deze week nam een van de voornaamste ideologen van de mondiale terreurbeweging afstand van de denkbeelden die hem binnen islamitisch extremistische kringen tot een legende maakten. Sayyed Imam, de oprichter van de Islamitische Djihad, gaf zijn ’fouten’ toe en publiceerde een ’herziening van zijn standpunten’ waarin hij het geweld tegen burgers als on-islamitisch betitelde.
Het is een grote klap voor het islamitische fundamentalisme, dat in Egypte sinds de jaren negentig toch al drastisch van aard is veranderd. „De ommezwaai van Imam is een overwinning van de ’lokale’ djihadisten – de landgebonden terreurgroepen – op de ’internationale’ islamisten, zoals Al-Kaida”, stelt Kamel Habib. Hij schreef twee boeken over de nieuwe ’revisionistische’ strategie van de islamitische beweging in Egypte en is daarmee een van de grondleggers van de nieuwe ’lokale’ school die de afgelopen decennia sterk in opmars is.
Net als Imam bedacht Habib zijn nieuwe theorieën in de gevangenis, waar hij een straf van tien jaar uitzat wegens zijn aandeel in de moord op oud-president Sadat in 1981.
„In de cel begon ik na te denken over de gevolgen van onze daad, en kwam tot het inzicht dat geweld tegen burgers niet te verantwoorden is”, aldus Habib, die met zijn grijze baard en de eeltplek op zijn voorhoofd (van het vele bidden) nog steeds het voorkomen heeft van een streng religieuze moslim.
Tien jaar later verklaart nu ook Imam – die in de woorden van Habib de ’constitutie voor de djihad schreef en het eerste radicale islamitische netwerk oprichtte’ – deze mening te zijn toegedaan. Dit is volgens hem „een overwinning van de ’lokale’ school, die dezelfde doelen als voorheen nastreeft, maar gebonden is aan andere regels.”
Dagelijks publiceert het dagblad El-Masr el Yom een pagina van Imam’s ’herziening’, waarin die de nieuwe voorwaarden voor de djihad opsomt. „Ook al is het regime, zoals in Egypte, ongelovig en dus illegaal, dan is het desalniettemin verboden om gewapend verzet te plegen, als je daar de capaciteit niet voor hebt”, vat Habib het standpunt samen.
Het regime heeft in Egypte de teugels strak in handen en duldt geen enkele tegenspraak bij de uitoefening van haar absolute macht. Volgens Imam staan drie mogelijkheden voor verzet open; advies bieden, je volledig onttrekken aan alle activiteiten van het regime, en burgerlijk verzet. Politieke participatie, zoals de Moslimbroederschap voorstaat, is uitgesloten.
Binnen de ’lokale school’, die volgens Habib het karakter heeft van een sociale beweging, is gewapend verzet overigens wel legitiem in een oorlogssituatie, zoals in Irak en Afghanistan. Maar hoewel hij de ’plicht’ om de wapenen op te nemen tegen de ’ongelovige bezetter’ – zoals de Amerikanen in Irak – handhaaft, stelt Imam wel enkele voorwaarden. Zo is een djihadi, die wil afreizen naar een oorlogsgebied, verplicht zijn vader te informeren, geld achter te laten voor zijn familie, en zijn schulden af te betalen.
Maar het promoten van vreedzaam verzet in eigen land, is een breuk met het denken van de ’internationale’ school, die geweld als enige mogelijkheid ziet om een ongelovig regime ten val te brengen.
„Er is een groot conflict aan de gang tussen deze twee denkrichtingen”, gaat Habib verder, terwijl hij met zijn bidkralen speelt. „De lokale school probeert een debat uit te lokken. De overstap van Imam is een grote uitdaging voor de oude garde, die is in machtsstrijd met Al-Kaida. Maar het is nog te vroeg om een winnaar aan te wijzen.”
Een van de belangrijkste aanhangers van de ’internationale school’ is de oud-leerling en vriend van Imam, Ajman Al-Zawahiri. In de jaren negentig nam Al-Zawahiri het leiderschap van Islamitische Djihad van Imam over, om die tien jaar later onder te brengen in Al-Kaida, dat hij met Osama Bin Laden had opgericht. De huidige nummer twee van Al-Kaida wordt gezien als de belangrijkste ideoloog van de internationale school, die een wereldwijde gewelddadige djihad voorstaat.
Op eerdere uitlatingen van Imam heeft Al-Zawahiri wel gereageerd, maar zonder zijn leermeester bij naam te noemen. Verwacht wordt dat de broederstrijd nu verder via de media zal worden uitgevochten, maar Habib denkt dat de aanhangers van de internationale school zullen proberen een publiek debat te vermijden.
De opkomst van de lokale school begon in Egypte met Gamaa el-Islamija. Deze grootste radicale groep in Egypte nam na het bloedbad in 1997 in Luxor – waarbij 58 toeristen omkwamen – als eerste afstand van het gewapende verzet. De afgelopen jaren is aan tientallen leden van de Gamaa el-Islamija en de Islamitische Djihad amnestie verleend, op voorwaarde dat zij zich aansloten bij het denken van de lokale school.
De ’gerehabiliteerde’ djihadist is verplicht voor elke handeling toestemming te vragen aan de Egyptische veiligheidsdiensten. Habib, die in 1991 vrij kwam, kreeg bovendien huisarrest, een maatregel waaraan pas na meer dan veertig rechtszaken een einde kon worden gemaakt.
In welke mate de djihadisten bij hun rehabilitatie door de autoriteiten onder druk zijn gezet, is niet duidelijk. De Egyptische overheid maakt al jaren gebruik van een speciaal deprogrammerings-programma, om hen in te wijden in de denkbeelden van de lokale school. Trouw onthulde eerder hoe de Saoedi-Arabische regering een soortgelijke strategie toepast, volgens Habib met gebruik van Egyptische expertise, opgedaan in decennia van gewapend islamitisch verzet .
Volgens Habib stimuleert de Egyptische overheid de opkomst van de lokale school, en gebruikt die als ’een wapen tegen Al-Kaida’. Zo zou de overheid hebben geholpen bij de publicatie en de verspreiding van Imams nieuwe boek.
Maar Habib sluit uit – en vindt daarin steun bij andere experts – dat de ommezwaai van Imam tot stand is gekomen door toedoen van de overheid. Hij meent dat zijn nieuwe boek moet worden gezien als het resultaat van een ’natuurlijke evolutie in zijn denken’.
Imam stond er onder ingewijden reeds lang om bekend dat hij zich terughoudend opstelde ten aanzien van het gebruik van geweld, althans jegens burgers. In de militante Islamitische Djihad gold hij als een van de meer gematigde krachten. Op de djihadi websites wordt hij, ook na zijn ommezwaai, nog meest met respect aangehaald. Een enkeling betitelt hem als verrader, maar niemand twijfelt aan zijn oprechtheid en ’zijn grote bijdrage voor het doel’.
Want niet alleen schreef Imam het boek dat geldt als het handboek voor de djihad, hij voert ook al veertig jaar heilige strijd en vocht behalve in zijn thuisland Egypte ook in Afghanistan, Pakistan, Soedan en Jemen.
„Dat waren andere tijden”, stelt Habib, die de lokale school als de volgende stap ziet in de ’intellectuele ontwikkeling’ van de radicale islam. „In de tijd dat wij Sadat doodden waren we jong. De beweging stond nog in zijn kinderschoenen.”
Ook de veranderde houding van de Egyptische overheid, die de lokale school nu stimuleert – na de radicale islam decennia lang te hebben bestreden – is volgens Habib daarvan het bewijs. „Aan de andere kant zijn ze doodsbang voor de mogelijke gevolgen van deze sociale beweging.”
Want in Egypte is deelname aan de politiek alleen weggelegd voor een kleine groep, en is de invloed van de grote meerderheid van gelovige Egyptische moslims gemarginaliseerd. Met de lokale school dient zich een nieuwe beweging aan die gehoord zal moeten worden, om terugval in het geweldsdenken en hernieuwde aansluiting bij Al-Kaida te voorkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.