Wat gebeurde er op 8 december 1982?
Samen met tien anderen werd de Surinaamse vakbondsleider Fred Derby gearresteerd en naar Fort Zeelandia gebracht. „En de mensen werden daar met huilen en schreeuwen en toestanden gebracht. En dat duurde niet zo lang. Daarna hoorde je dus schoten, repeterende schoten. Een activiteit die maakte dat wij die daar waren achtergebleven eh, zeer eh, zeer emotioneel werden. Je leven werd bedreigd, want de mensen gingen dood. En, dat is het enige wat je wist en maar schreeuwen en schreeuwen en schieten en schieten”, zou Derby later vertellen.
Nog eens vijf andere vooraanstaande Surinamers die zich hadden gekeerd tegen het militaire bewind – dat sinds 1980 aan de macht was – zaten elders vast in Fort Zeelandia. Buiten, in de stad, brandden een vakbondsgebouw, de drukkerij van een krant en twee radiostations.
Als enige van de zestien kon Derby navertellen waar je naartoe werd gebracht als je door de bewakers de ruimte uit werd gehaald: naar de kamer van bevelhebber Desi Bouterse. Volgens getuigenverklaringen en, veel later, onderzoek aan de opgegraven lijken, werden de gevangenen in elkaar geslagen, verminkt en uiteindelijk met veel kogels doodgeschoten. Van voren, al zou Bouterse de volgende dag zeggen dat ze op de vlucht waren gedood.
Het was Bouterse die volgens Derby en anderen, de vonnissen velde. Derby mocht gaan, tot zijn eigen verbazing, zoals hij na jaren zwijgen vertelde. In het hierboven geciteerde interview met de journalist Carlos Durham vertelde hij dat hij het fort niet halsoverkop verliet. „Ik zei, ik ben beneden geweest met tien andere mensen. Er zijn drie mensen nog daar en ik begon de namen te noemen. Hoost, Wijngaarde en Riedewald. En toen reageerde Horb door te zeggen „Hoost, Hoost nog? Hoost hebben wij toch al afgewikkeld?” En Bouterse gaf hem daarop als antwoord, terwijl hij een een papiertje uit zijn zak haalde, ja, Hoost heb ik weer naar beneden gestuurd toen je er niet was.”
Waarom Derby, die in 2001 overleed, werd vrijgelaten is nooit opgehelderd. Hij heeft altijd ontkend dat hij een ’mol’ zou zijn geweest voor Bouterse onder degenen die een einde aan het militaire bewind wilden zien. En hij heeft actie gevoerd voor een berechting van de daders van wat later de Decembermoorden zijn gaan heten.
Hun leider, bevelhebber Desi Bouterse, heeft altijd gezegd dat hij er niet bij was. Begin dit jaar bood hij wel zijn excuses aan. Hij is, zei hij, ’politiek verantwoordelijk’. Een nuance waar de krijgsraad de waarheid achter zal moeten zoeken.
Waarom werden de Decembermoorden gepleegd?
Het is de vraag of de daders van de Decembermoorden zelf nog precies weten waarom de vijftien vooraanstaande Surinamers dood moesten. Volgens sommige getuigen werden bij de executies zoveel kogels gebruikt omdat de beschonken daders niet meer zo goed konden mikken.
Achteraf zijn door betrokkenen verschillende redenen gegeven. Eerst de officiƫle lezing: dat de vijftien op de vlucht zijn neergeschoten. Daarna: dat ze deel uitmaakten van een complot van de CIA en dat de steunpunten van die Amerikaanse geheime dienst kosten wat het kost geslecht moesten worden.
Het is dan wel heel toevallig dat de CIA in Suriname precies zestien van die sleutelfiguren had, de vrijgelaten vakbondsman Fred Derby meegerekend. Zestien in getal waren immers ook de sergeanten die een kleine twee jaar eerder – op 25 februari 1980 – een coup pleegden.
Die coup begon als een arbeidsconflict van een aantal onderofficieren met hun baas, de regering van Suriname. Maar het werd al gauw een afrekening met de politieke cultuur van het jonge land, die de sergeanten, en zij niet alleen, afschreven als onmachtig en corrupt. Veel Surinamers waren tevreden dat de politici aan de kant stonden en een krachtig regime van ambitieuze jonge mannen het land na zijn eerste vijf teleurstellende jaren weer vaart zouden geven.
De sergeanten verklaarden zich onmiddellijk na hun aantreden politiek neutraal en beloofden dat er op termijn nieuwe verkiezingen zouden komen: in 1982. Maar toen dat jaar op zijn einde liep, had de inmiddels Cuba-gezinde ’revolutie’ het moeilijk. De media berichtten steeds kritischer, vanuit de universiteit, advocatuur en vakbonden klonk steeds luider de roep om verkiezingen.
Het was voor Bouterse niet meer mogelijk om de ontevredenen als een lastige minderheid weg te zetten. Regelrecht vernederd werd hij toen de premier van Grenada, collega-revolutionair Maurice Bishop, in oktober op bezoek kwam. Doordat een staking van de luchtverkeersleiders kon hij eerst bijna niet komen en door een staking op het elektriciteitsbedrijf zat Paramaribo tijdens de officiƫle ontvangst zonder stroom. De volgende dag viel het aantal mensen dat naar een massabijeenkomst met de gast kwam, in het niet bij een betoging van Daals vakcentrale, de Moederbond.
8 december was zeker een persoonlijke afrekening met vijftien individuele horzels van het regime. Maar het was gezien de voorafgaande gebeurtenissen buiten Zeelandia ook een boodschap aan Suriname: het sociale contract dat de sergeanten met het jonge land hadden gesloten, werd op de meest onherroepelijke manier aan snippers gescheurd.
Het zou nog nog elf jaar duren voor er werkelijk vrije verkiezingen werden gehouden in Suriname.
Voor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van de reportageseries ’Van Fort Bomika tot Fort Zeelandia’ en ’Van Fort Zeelandia tot Fort Boxel’ van het NOS-radioprogramma ’Zorg en Hoop’. Zie ook: www.zorgenhoop.nps.nl/page/specials-content/161208. Het interview met Fred Derby staat op: www.waterkant.net/suriname/2006/12/08/wijlen-fred-derby-over-de-decembermoorden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.