Het proces over de Decembermoorden gaat morgen van start in Suriname. De dood van vijftien mannen in Fort Zeelandia – op 8 december 1982 – werpt nog altijd een schaduw over het land. Het proces vormt eigenlijk nog maar een begin. Andere gruwelijkheden zijn vooralsnog onaangeroerd en onopgelost gebleven.
Voorzitter Romeo Hoost van het Comité Herdenking Slachtoffers Suriname zegt: „Ik heb geen angst voor Desi Bouterse. Alleen is de groep rondom hem nog veel fanatieker én gevaarlijker dan hijzelf”.
Hoost maakt tijdens de afspraak een wat gehaaste indruk. Hij oogt gespannen en lijkt zichzelf te vermannen door vier melkcupjes in zijn dampende beker koffie leeg te schenken. Intussen maakt zijn telefoon overuren en belooft hij de bellers met gulle lach dat zij binnen het uur van hem horen.
Het valt voor Romeo Hoost niet mee om, na 25 jaar van onophoudelijke en aanvankelijk zeer ongelijke strijd, te wennen aan het idee dat Desi Bouterse zich voor de rechter moet verantwoorden. Dat met zijn berechting voor de Decembermoorden een einde komt aan een soms openlijk, dan weer innerlijk gevecht, ervaart Hoost bijna als een wonder.
Zelf zegt hij erover: „Als Bouterse werkelijk voor de rechter staat en alleen nog het vonnis kan tegenvallen, zijn onze inspanningen niet vergeefs geweest en houdt het voor ons op. De rest is aan het oordeel van de rechters, zoals het hoort in een democratie. Er zijn gruwelijke moorden in Suriname gepleegd en de hoofdverdachte heeft 25 jaar vrij rond kunnen lopen. Dat kan niet en toch is het gebeurd. Daartegen hebben we ons verweerd en verzet. Als je in Paramaribo een fiets jat, ga je mee voor verhoor en bij voldoende bewijs krijg je een veroordeling. Bij mij gaat het in de eerste plaats om de berechting van Bouterse, al wens ik dat hij een forse straf krijgt. Niks symboliek, als moord is bewezen, moet hij de straf krijgen die daarvoor staat.”
De neef van advocaat Eddy Hoost, één van de vijftien doden in Fort Zeelandia, in december 1982, zal in het Surinaamse dorpje Boxel – waar het proces wordt gehouden – geen presentielijst tekenen. „Ik zou er best heen willen, ben niet bang, maar het is voor mijzelf verstandiger als ik het proces, vooral de uitkomst ervan, in Nederland afwacht. Als Bouterse eenmaal vastzit, reis je toch met een ander gevoel naar Suriname. We weten dat hij onder jongeren veel aanhang heeft en dat uit zich ook op straat. Van de Decembermoorden heeft de Surinaamse jeugd helaas weinig of geen historisch besef en dat mag de politiek best worden verweten. Maar ik heb geduld, ik kom terug in Suriname”.
Aan wachten zijn de tegenstanders van Desi Bouterse gewend geraakt. Na de Decembermoorden sloeg een aantal van hen op de vlucht naar Nederland. Een maand voordat deze moorden plaatsvonden, had de advocaat en voormalige Surinaamse minister van justitie, leger en politie en buitenlandse zaken, André Haakmat, al de primeur. Hij overleefde in november 1982 in Paramaribo een aanslag op zijn leven, vluchtte daarop naar Nederland en stelde een maand later vast dat zich onder de slachtoffers van de moordpartij in Fort Zeelandia verscheidene persoonlijke vrienden bevonden.
Haakmat verzoende zich zestien jaar later met Bouterse, maar is de voormalige legerleider verantwoordelijk blijven houden voor de moorden. Nu diens berechting nabij is, voelt de in Amsterdam gevestigde advocaat er kennelijk weinig voor om zijn werkelijke gevoelens over het proces prijs te geven. Haakmat reageert niet op de tientallen telefonische verzoeken.
Een andere vluchteling was de in 1999 overleden internist en politicus Henk Chin a Sen. Hij werd in maart 1980, na de zogenoemde sergeantencoup, minister-president van Suriname. Bijna twee jaar later trad Chin a Sen, democraat in hart en nieren, af na een conflict met Bouterse van, toen nog, de Nationale Militaire Raad. Chin a Sen vestigde zich later als balling in Nederland en na de Decembermoorden werd hij voorzitter van de Raad voor de Bevrijding van Suriname.
Veilig was hij in Nederland niet. Zo werden maart 1985 in Rijswijk drie musici geëxecuteerd, terwijl zij aan het repeteren waren in een ruimte die grensde aan het kantoor van de Bevrijdingsraad. Deze moorden zijn nooit opgelost, maar in de geruchtenstroom die volgde, dook telkens weer de naam op van Desi Bouterse, als mogelijke opdrachtgever. De aanslag zou bedoeld zijn geweest voor Chin a Sen, maar ook hiervoor is nooit enig bewijs geleverd. De toenmalige advocaat van Bouterse, Bram Moszkowicz, sprak van een canard, een loos bericht.
De Haagse politie heeft ook in de periode dat haar onderzoek nauwelijks of geen aanknopingspunten meer bood, nagelaten om een beroep te doen op het publiek. Precies tien jaar na de Rijswijkse moorden, werkte de politie evenmin mee bij de totstandkoming van een reconstructie in Trouw, bedoeld om nog één keer alle troeven op tafel te krijgen. Romeo Hoost overweegt inmiddels met gelijkgestemden een formeel verzoek in te dienen om deze potentiële cold case toch nog nader door de politie te laten onderzoeken.
Er waren, in dezelfde jaren, meer aanslagen op leden van het Surinaamse verzet. Zo werd verscheidene malen brand gesticht in gebouwen en woningen, werd in de Amstel het lijk van het actieve verzetslid Sadjadsingh gevonden, terwijl in Schiedam Humphrey Somohardjo, de broer van de naar Nederland gevluchte parlementariër Paul, in de deuropening van zijn huis werd neergeschoten. Hij overleefde ternauwernood de aanslag, waarvan werd aangenomen dat deze was bedoeld voor Paul Somohardjo.
Juist doordat al deze zaken onopgelost bleven, joegen zij angst en schrik aan bij het Surinaamse verzet. Bij de binnenlandse oorlog tussen het leger van Suriname en het junglecommando van Ronny Brunswijk, vond – tot ontzetting van de Surinaamse gemeenschap – november 1986 bovendien een massamoord plaats in het dorp Moiwana. Bij de slachting kwamen ongeveer vijftig mensen om het leven. Vier jaar later werd politie-inspecteur Herman Gooding, die naar deze moorden onderzoek verrichtte, door onbekenden geëxecuteerd.
Romeo Hoos: „De rij van slachtingen en individuele moorden legt alles bijeen al decennia een schaduw over Suriname. Suriname is booming, maar eerst moet worden afgerekend met het verleden. Met het proces voor de Decembermoorden wordt daarmee een begin gemaakt, maar andere gruwelijkheden zijn onaangeroerd en daarmee onopgelost gebleven. Er zijn handlangers van Bouterse, die zelf getraumatiseerd zijn geraakt door te voldoen aan de meest verschrikkelijke opdrachten van hem. Ze kunnen geen kant uit.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.