*

 

SP is wel groter geworden maar nog niet volwassen

Elma Drayer − 29/11/07, 02:26

Voor de doorsnee SP-watcher was het smullen afgelopen weekend. Zaterdag hield de partij haar congres in Rotterdam. En de pers kon er maar geen genoeg van krijgen.

Hilarisch hoogtepunt was het interview in NRC Handelsblad, waarin Jan Marijnissen volgens de verslaggever diverse keren ’ontplofte’. De partijleider betoonde zich aanhanger van de populaire gedachte dat het lot dat je treft de schuld is van ’de media’. Die voeren, wist hij zeker, met al die onaardige verhalen ’een hetze’ tegen hem.

Regelmatig waste hij de betreffende journalist de oren als was het een brugklassertje dat zijn huiswerk niet heeft gemaakt. „Kom toch eens met feiten ... Je kakelt maar wat.” En: „Geen suggestieve vragen stellen!” Droogjes – altijd een effectieve methode – werden de vermaningen genoteerd.

Toch zijn die ’feiten’ waarnaar Marijnissen zo hunkert niet moeilijk te vinden. SP’ers die na jarenlange trouwe dienst verbitterd opzeggen, aantoonbare censuur op partijweblogs, een langzaam dalend ledental, op verlies staan in de peilingen, een ruime meerderheid partijgangers die méér democratie wensen – daarnaar vragen is allerminst suggestief. De kwesties zijn de SP- top alleen wat onwelgevallig.

Dat bleek bijvoorbeeld uit de reconstructie die HP/De Tijd bracht van het beroemde tranenincident, in 2002 gefilmd voor de documentaire ’De Tweede Kamer’. Nu pas werd duidelijk dat SP-Kamerlid Agnes Kant destijds wel degelijk geëmotioneerd raakte omdat de partijleider haar publiekelijk had uitgefoeterd. En niet, zoals ze later wilde doen geloven, omdat ze intens meeleefde met het doodzieke zoontje van haar collega Harry van Bommel. Het Kamerlid achtte het, hoe verrassend, niet nodig haar gênante leugentje nader te verklaren.

Op het partijcongres zelf was van dit alles uiteraard niets te merken. Daar heerste een eensgezindheid waarvan Femke Halsema en Mark Rutte alleen maar kunnen dromen. En ook wij thuis keken de ogen uit. Dat woud van omhooggestoken armen bij de stemmingen. Die lachende niets-aan-de-hand-blik waarmee Kamerleden de media te woord stonden. Dat donderende applaus voor de leider. En niet te vergeten diens pleonastische retoriek.

„Wij zijn idealisten met ideeën”, sprak Jan Marijnissen opgewekt. Idealisten mét ideeën? Bestaan er dan ook zónder? Kern van zijn betoog: „De SP is groot geworden. En dat heeft gevolgen.” Zinnetjes die hij, tot vreugde van zijn volgelingen, vele malen herhaalde.

Ging vervolgens de hand royaal in eigen boezem? Welnee. Net als in voornoemd interview wees de partijleider bovenal naar de boze buitenwereld. Die zou het voorzien hebben op de principiële socialisten. En erg zenuwachtig worden van hun succes. Alleen daarom hebben zij het nu zo moeilijk.

Onzin natuurlijk. In werkelijkheid is het vooral de SP die zich geen raad weet met de SP. Preciezer: met al die leden die niet langer allemáál bereid zijn tot blinde volgzaamheid. Treffend is hoe de top reageert op de recente problemen. De onvrede over de ’afdrachtregeling’ leidt tot aanscherping van het partijstandpunt. En nieuwkomers dienen zo snel mogelijk ingekapseld. „Ze weten vaak gewoon niet hoe de zaken bij de SP werken.” Nieuwe leden, lees ik in de krant, krijgen voortaan huisbezoek van het gestaalde kader, om pijnlijke incidenten in de toekomst te voorkomen.

De vraag om meer openheid, kortom, beantwoordt de partijleiding met meer discipline. Een bekende reflex. De Socialistische Partij reageert doorgaans uiterst gepikeerd als buitenstaanders het wagen te wijzen op haar ideologische wortels. Kan het gezeur nu eens afgelopen zijn? Dat nalopen van dictator Mao, moeten wij begrijpen, was een betreurenswaardige jeugdzonde. Niet meer, maar ook niet minder. Op mijn milde momenten zou ik het bijna geloven. Bijna.

mailIcon print |