VN-toespraak kroonprins geeft voorzet Nederlands mensenrechtenbeleid. Iedereen heeft recht op schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen.
Kroonprins Willem-Alexander heeft vorige week een heikel onderwerp naar voren gebracht dat in de eerder gepresenteerde Mensenrechtenstrategie van minister Verhagen ontbrak. „Iedereen heeft recht op sanitatie”, verklaarde de prins in de Algemene Vergadering van de VN. Een krachtig startschot voor het ’International Year of Sanitation 2008’ – en een gouden kans voor het Nederlandse mensenrechtenbeleid.
De New Yorkse toespraak van de kroonprins was bijna onopgemerkt gebleven. Maar de speech vormt een wezenlijke bijdrage aan het debat over alles wat te maken heeft met drinkwatervoorziening, riolering en afvalwaterverwerking.
Iedereen heeft recht op sanitatie. Dit is zeer relevant. Het betekent dat elk mens aanspraak kan maken op toegang tot een schone wc of latrine – ook de 2,6 miljard mensen die in emmers, plastic zakken of greppels poepen, met als gevolg dat uitwerpselen in het drinkwater terechtkomen. De erkenning als mensenrecht zal helpen de politieke wil voort te brengen om de mondiale sanitatiecrisis aan te pakken.
De gedachte van een mensenrecht op water, die ook in de toespraak wordt aangestipt, ligt om verschillende redenen gevoelig, maar de kwestie is afwezig in het nationale politieke debat. Toch zijn toegang tot sanitaire voorzieningen – of ’sanitatie’ – een wezenlijk element in een strategie voor schoon drinkwater en gezondheid, en dus voor sociale ontwikkeling. Het UNDP Human Development Report van 2006 toonde opnieuw duidelijk aan dat schoon water en sanitatie twee kanten van één medaille zijn en dat duurzame menselijke ontwikkeling zonder het een en het ander niet kan. In die zin is sanitatie misschien inderdaad, zoals Gandhi zei, „belangrijker dan onafhankelijkheid”.
Maar het probleem is complex en de marketing is moeizaam. In veel landen is alles dat te maken heeft met sanitatie taboe. En als je aan honderd politici vraagt of ze hun naam liever aan een nieuw ziekenhuis met baby-afdeling, een sprankelende drinkwateractie of een openbare latrine willen verbinden, is de uitkomst gemakkelijk te voorspellen. Het is daarom verheugend dat de kroonprins, als voorzitter van de advies groep Water en Sanitatie voor de VN-secretaris-generaal, de gelegenheid aangrijpt om sanitatie als een mensenrecht te erkennen.
Er is groeiende consensus onder mensenrechtsexperts dat artikel 11 van het door bijna alle landen geratificeerde Verdrag over economische, sociale en culturele rechten van 1966 het recht op toegang tot schoon water en sanitaire voorzieningen omvat.
De toespraak in New York geeft bovendien een impuls aan het nationale debat. Het is opmerkelijk dat in het 94 bladzijden tellende document van minister Verhagen over mensenrechten, water – onderwerp van een van de millenniumdoelen – slechts één keer voorkomt. Sanitatie wordt helemaal niet genoemd. De Kamer vond dat de Mensenrechtenstrategie te weinig concrete plannen bevatte en stuurde die terug naar de minister, met het verzoek om een herziene versie met ’actieplan’.
Dit is een gouden kans. Een effectief mensenrechtenbeleid voor de 21ste eeuw kan niet om water en sanitatie heen. Minister Verhagen moet hieraan aandacht besteden. Met de voorzet uit New York is voor Nederland het moment gekomen om de door minister Koenders dit jaar op Wereldwaterdag (22 maart) aangekondigde internationale voortrekkersrol alsnog op te nemen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.