Andy Roddick gelooft dat hij ooit Wimbledon zal winnen. Met de hulp van Jimmy Connors en ondanks de aanwezigheid van Roger Federer.
Grastennis heeft altijd een heilzame uitwerking op Andy Roddick, zeker na een miserabel verlopen gravelseizoen. Zodra de Amerikaan ook maar één stap op gras zet krijgt hij weer het gevoel dat hij een van ’s werelds beste tennissers is. En helemaal op Londens gras. Twee weken geleden won Roddick zijn vierde titel op het complex van Queens, op een kwartiertje autorijden van Wimbledon.
In zijn speech na die overwinning richtte Roddick zich tot Jimmy Connors. Hij wees zijn coach er fijntjes op dat hij nu vaker op Queens had gewonnen dan zijn leermeester, die driemaal succesvol was aan Sloane Avenue. „Er zijn niet veel andere plekken op de aardbol waar ik dat kan zeggen”, glimlachte hij richting Connors, met 109 titels nog altijd recordhouder.
Voor Roddick (24) is het een uitdaging om Connors (54) in te halen als tweevoudig Wimbledonkampioen (1974 en 1982). Tweemaal stond hij in de finale aan de Church Road, maar beide keren was hij zo onfortuinlijk om Roger Federer aan de andere kant van het net te vinden. „Als ik hier wil winnen, zal ik hem toch een keer moeten verslaan”, vertelde Roddick in de aanloop naar zijn zevende Wimbledon. „Ik werk er hard voor en ik moet erin blijven geloven.”
De liefde van Roddick voor Wimbledon is onvoorwaardelijk. Vorig jaar bracht hij als toerist met een aantal vrienden een bezoek aan het museum. En toen hij zich drie weken geleden in Londen voorbereidde op Queens ging hij samen met Connors even op de All England Club kijken hoe het centre court er zonder dak uitzag. „Voor Connors was de schrok groot. Hij zag bijna niets meer terug uit de tijd dat hij er nog speelde.”
Gisteren had Roddick sportieve verplichtingen op het belangrijkste veld. Via een zege in drie sets (6-3, 6-4 en 7-6) op de Thai Danai Udumchoke plaatste de Texaan zich voor de derde ronde, waarin hij Fernando Verdasco treft. De Spaanse nummer 41 van de wereld verraste vorig jaar met het bereiken van de vierde ronde, maar Roddick, de mondiale nummer drie, won de laatste vier ontmoetingen met de 23-jarige Madrileen.
Roddick werkt nu bijna een jaar met Connors. Hij riep zijn legendarische landgenoot te hulp nadat hij vorig jaar in de derde ronde van Wimbledon een smadelijke nederlaag had geleden tegen de Schot Andy Murray. Connors hield zijn pupil voor dat hij nooit het vertrouwen in zichzelf moest verliezen en dat hij bereid moest zijn altijd hard te knokken. Het tweetal werkte ook aan de slagen van Roddick, met een verbeterde return, maar vooral een betere backhand als resultaat.
„We blijven werken aan verbeteringen, dat is een doorlopend proces”, zei Roddick, die op Queens zijn eerste titel van 2007 veroverde. In de finale werkte hij een matchpoint weg tegen de Fransman Nicolas Mahut. „Het geeft vertrouwen als je weet dat je zwakke punten zijn verbeterd. Ik zal door mijn backhand nu geen wedstrijden meer verliezen.”
Roddick is blij dat hij in Londen de nare herinneringen van het gravelseizoen in Europa weg kan poetsen. In Rome en Pörtschach speelde hij niets klaar, maar op Roland Garros bereikte hij het dieptepunt met een nederlaag in de eerste ronde tegen de Rus Igor Andreev. Op het Parijse gravel deelde hij in de Amerikaanse malaise. Alle negen Amerikanen waren na de openingsronde al uit het toernooi verdwenen.
Op Wimbledon vergaat het de Amerikanen niet beter. Van de veertien tennissers die maandag aan het Londense Grand Slam begonnen, zijn alleen Roddick, James Blake en Amer Delic nog over. Een zorgwekkende situatie, meende Connors, die uit de tijd stamt dat de Stars and Stripes trots boven Wimbledon wapperde. In de twee jaar dat hij in Londen zegevierde, zaten er drie Amerikanen in de halve finales.
Roddick weigerde gisteren van een crisis te spreken. Hij wees erop dat het land te groot zou zijn voor één centrale opleiding, zoals die er in veel andere landen wel is. En dat ook in het tennis sprake is van golfbewegingen. „Er wordt altijd gezegd dat de vorige generatie de beste was, die goeie ouwe tijd. Die tijd komt er in de toekomst ook weer. Het is positief dat veel oud-spelers zich met de opleiding gaan bemoeien. En laten we eerlijk zijn: hoeveel niet-Amerikanen hebben er afgezien van Federer en Nadal de laatste jaren een Grand Slam gewonnen?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.