De discussie over abortus is weer aangebroken. Onder leiding van de ChristenUnie wil het kabinet meer bemoeienis bij het beƫindigen van zwangerschappen. Het is jammer dat in deze discussie vooral de negatieve kanten van abortus worden benadrukt. Men gaat voorbij aan de negatieve kanten van de andere optie: het laten komen van het kind. Uit veel onderzoeken blijkt bijvoorbeeld dat kinderen van tienermoeders een vergroot risico lopen op sociaal-emotionele problematiek en ook de negatieve gevolgen van adoptie voor moeder en kind worden vaak genegeerd.
Abortus kan een weloverwogen keuze zijn van een vrouw die haar ongeboren kind niet aan deze risico’s wil blootstellen. Moeders die aan hun eigen belang voorbijgaan en het belang van het kind voorop stellen. Dit mag voor de verandering wel eens toegevoegd worden aan de abortusdiscussie. Wat is er gebeurd met het ’baas in eigen buik’ zijn? En sinds wanneer beslist de overheid dat vrouwen hulp nodig hebben bij het maken van deze moeilijke keuze? Wat meer respect en minder betutteling zouden dan ook wel op zijn plaats zijn voor deze vrouwen.
Paradoxaal genoeg is de ChristenUnie ook de partij die homoseksuele mensen geen zitting wil geven in de partijtop. Ik ben dan ook benieuwd naar hun mening over ongeboren ’homoseksuele’ kinderen.
Mevr. H.W.R. Schipper Zwolle
Na rouw nieuw perspectief
In Trouw van 13 november las ik interviews met vertegenwoordigers van de VBOK en met Willem Beekhuizen van het Genootschap voor Abortusartsen. De heer Beekhuizen citeert een gedeelte uit een brief die ik in 1993 heb geschreven en die is opgenomen in de Nisso-studie ’Psychosociale hulp bij ongewenste zwangerschap’. Samen met vertegenwoordigers van Fiom, de toenmalige Stimezo en WVC had ik zitting in de begeleidingscommissie. Om mijn positie te verduidelijken heb ik aangegeven dat abortus volgens de VBOK een medische ingreep is met psychosociale en ethische dimensies. Eventuele gevolgen na abortus kunnen zich dus ook op die drie gebieden voordoen. Echter, gevoelens van spijt en schuld werden toen, zeker bij een kwetsbare keuze als abortus, nauwelijks door hulpverleners erkend. Het betreffende citaat komt uit de volgende alinea: „Rouw en schuldgevoelens na een abortus provocatus kunnen als lastig en destructief worden beschouwd. Maar na een positief doorlopen rouwproces kan een nieuw perspectief worden gezien. En de aanvaarding van schuld als de meest rationele en terechte emotie kan tot overgave en bevrijding leiden. Dan is existentiĆ«le vernieuwing mogelijk.”
Om op grond van een niet-compleet citaat en derhalve een halve waarheid de conclusie te trekken dat de VBOK-hulpverleners niet professioneel zouden zijn is toch wel een beetje suggestief! Overigens zijn inmiddels ook hulpverleningsinstellingen als Fiom en abortusartsen ervan overtuigd geraakt dat abortus provocatus meer is dan een medisch-technische ingreep.
M. den Boer-Neele oud-directeur VBOK
Neutrale abortusarts?
De heer Beekhuizen trekt de neutraliteit van de VBOK onterecht in twijfel. Er bestaat niet zoiets als neutraliteit. Zijn eigen Nederlands Genootschap van Abortusartsen dient eveneens haar naam te wijzigen, wil ze op mij neutraal overkomen.
Ik krijg bij die naam namelijk sterk het gevoel dat deze meneer zijn goed belegde boterham verdient met het uitvoeren van abortussen. Ook hier is het spreekwoord van toepassing: ’De een z’n dood is de ander z’n brood’. Overigens is de heer Beekhuizen zelf wel geboren, dat lijkt me ook geen neutrale uitgangspositie.
Pieter de Boer Amstelveen
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.