Het stadsdeel Amsterdam-Centrum gaat de steigerreclame aan banden leggen. De enorme reclamedoeken verpesten namelijk het aanzien van de binnenstad.
Het aanzien van de binnenstad. Ik zie met regelmaat die binnenstad aan. De binnenstad aanzien, maakt me niet vrolijk. Vergelijkingen dringen zich aan me op met échte grote-mensen-steden: Parijs, Barcelona, Berlijn, München, of zelfs provinciesteden als Salzburg in Oostenrijk of het Poolse Krákow.
Ik zie de grauwe, ondergescheten steenklomp aan, die we het Paleis op de Dam noemen en ik denk aan de luisterrijke, lelieblanke gevel van het oude stadhuis in Parijs. Die ondergescheten steenklomp wordt gerestaureerd, maar niet schoongemaakt. Te duur. Ik zie de troosteloze keienvlakte aan op de Dam, en denk aan de waterpartijen en sculpturen op het Plaça de España in Barcelona. Amsterdam, de waterrijkste hoofdstad van Europa, heeft geen geld over voor een fontein in zijn stadshart.
Ik zie het armetierige waterstraaltje aan op het grootste plein van Europa, het Museumplein, en ik denk aan de euforische fonteinen op het Plaça de España en op de Place de la Concorde in Parijs, waar je blij van wordt. Ik zie de beschamende rotzooi rond de uitpuilende afvalbakken in het Amsterdamse centrum, en ik denk aan de smetteloze pleinen en straten in München, Salzburg, Krákow.
Het aanzien van de stad verbeter je niet slechts door opdringerige steigerreclame te verbieden - maar met liefde voor de stad te hebben, met besef van allure, grote gebaren niet te schuwen en financiële prioriteiten te verleggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.