*

 

Kan Steffie voor haar kindje zorgen?

Harriët Salm − 17/11/07, 02:26

Trouw-verslaggeefster Harriët Salm volgde in september en oktober medewerkers van Bureau Jeugdzorg in de regio Amsterdam. In de Verdieping doet zij verslag van dilemma’s bij hun dagelijks werk. Vandaag: aflevering 9.

„Wat is er met je buik gebeurd?” vraagt de jeugdreclasseerder, als hij met Steffie (18) plaatsneemt in een van de spreekkamers van Bureau Jeugdzorg.

Een verlegen glimlach tekent het wat pukkelig gezicht van de blonde Steffie, ze nipt aan een plastic bekertje chocolademelk. Dan haalt ze een foto uit een meegebracht mapje. Daarop is een piepklein wezentje te zien met overal slangen. Armen en benen steken als stokjes boven allerlei apparatuur uit. Haar zoontje is drie maanden te vroeg geboren, vertelt ze. „Dat was drie weken geleden, ik ben nog maar net van de schrik bekomen.”

De jeugdreclasseerder is er zichtbaar beduusd van. Hij heeft haar een maand geleden voor het laatst gezien, toen nog met een groeiend buikje.

Steffie is een jaar geleden bij hem gekomen nadat ze tweemaal geld had gestolen van haar werkgever, een winkelier. De kinderrechter besliste dat zij onder begeleiding van de jeugdreclassering moest blijven. Hij regelde therapie voor haar, er werd een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld. Het meisje kan depressief zijn en heeft zichzelf ook wel eens in haar armen gesneden.

En nu zit er opeens een jonge moeder voor hem. Haar kindje weegt nog geen 1000 gram, vertelt Steffie. „Minder dan een pakje suiker.” Ze heeft spijt dat ze geblowd heeft tijdens de zwangerschap. „In het ziekenhuis zeggen ze dat er geen bewijs is dat de vroege geboorte door het roken komt, maar je voelt je toch schuldig.”

Hij is een vechtertje, hij redt het wel, vervolgt ze. Pas over drie maanden zal hij met haar mee mogen naar huis. Ze kolft, hij krijgt haar melk.

„En het blowen?” vraagt de jeugdreclasseerder. Dat doet ze nog weinig, af en toe een trekje van haar vriend. „Je hebt wel eens een moment van zwakte”, vindt Steffie.

„Heb je een huis?” vervolgt hij. De laatste keer dat hij haar sprak woonde ze bij haar moeder, waar ze niet kon blijven. Steffie staat op de wachtlijst van een speciaal opvanghuis voor zwangere tieners, vertelt ze. Dat had de jeugdreclasseerder haar al eerder voorgesteld, maar zij had het toen nog afgeslagen.

Bij hem was daarmee de twijfel gekomen: moest hij een melding doen bij de kinderbescherming, die dan zou onderzoeken of het baby’tje wel bij deze ouders kon blijven? Hij schakelde eerst de GGD in. Een verpleegkundige volgt het meisje sindsdien intensief.

Nu haar zoontje er is, realiseert Steffie zich de verantwoordelijkheid, zegt ze. Inmiddels is geregeld dat de GGD blijft langskomen tot haar zoontje twee jaar is.

Ook financieel heeft Steffie het voor mekaar, ze krijgt verhoogde studiefinanciering, want ze wil op den duur weer naar het mbo.

„Wat doe je het goed”, zegt de jeugdreclasseerder.

Hij is na het gesprek opgetogen. „Dit is nu precies waarom ik dit werk doe. Steffie heeft zelf de draad opgepakt. Ik heb er vertrouwen in dat ze het gaat redden met haar baby’tje.”

Hij blijft haar wel in de gaten houden, verzekert hij. „Vond je het niet lief dat ze een fotootje voor mij had meegenomen?”

De gegevens van Steffie zijn geanonimiseerd om redenen van privacy.

mailIcon print |