Defensieminister Van Middelkoop poogde deze week tevergeefs de Nederlandse militairen in Uruzgan een hart onder de riem steken. Trouw-redacteur Cees van der Laan reisde mee en hoorde over een onverwacht ministerschap en een complexe missie.
Dag 1
Opgewekt komt Eimert van Middelkoop het vertrekcentrum van vliegveld Rotterdam binnen. Hij ziet Ikon-programmamaker Paul Rosenmöller en slaakt een kreet van herkenning. Ze kennen elkaar al heel lang, uit de tijd dat Rosenmöller nog actief was als Kamerlid en fractievoorzitter namens GroenLinks. Hij gaat mee om in Afghanistan interviews te maken met Nederlandse militairen.
Vlak voor vertrek had Van Middelkoop overleg met de meest betrokken ministers, onder wie de premier, over zijn gevoeligste dossier: de eventuele verlenging van de Uruzgan-missie. „Het besluit zit in de finale fase van het besluitvormingsproces”, vertelt hij. Maar verklappen doet hij niets als we het vliegtuig in stappen. Alles ligt nu gevoelig.
De kranten melden deze dag dat Van Middelkoop meer geld wil voor zijn departement. Hij komt geld tekort. De kranten leggen het verband met Uruzgan. Deze operatie slurpt zo veel geld op, dat dit ten koste gaat van de slagkracht van de krijgsmacht. „Leggen de kranten een verband met Uruzgan? Maar dat is niet het enige”, moppert de minister richting zijn adviseur en ambtenaren als het vliegtuig richting Afghanistan vliegt. „Na meer dan vijftien jaar bezuinigen wordt het tijd dat de Nederlandse politiek begint te wennen aan het idee dat defensie geld kost”, vindt Van Middelkoop. Het geldprobleem heeft niet alleen met Uruzgan te maken, vindt hij. Uruzgan is overigens een heel dure missie, de duurste ooit.
Rosenmöller wrijft zijn ogen nog eens uit. Hij is gast in de luxe Gulfstream-vliegtuig van een ChristenUnie-politicus. Een partij die lang in de marge van de politiek verkeerde, maar nu twee ministers en een staatssecretaris levert. Inderdaad GroenLinks had misschien in het kabinet kunnen zitten, als zijn opvolger Femke Halsema de deur niet hard had dicht gegooid. Misschien zou Rosenmöller wel een van de kandidaten zijn geweest.
Die verbazing van Rosenmöller staat ook nog steeds een beetje op het gezicht van Van Middelkoop. Volkomen onverwacht stond de GPV-parlementariër in 2002 op de straatkeien, als gevolg van het enorme aantal stemmen op de LPF én de voorkeurstemmen op partijgenote Tineke Huizinga. Hij is maar gaan hardlopen om de pijn van het vertrek te verwerken. En gelukkig kon hij ook senator worden, het afkicktraject voor een politiek-verslaafde.
Nu vliegt hij in een jet van de luchtmacht en wordt door militairen excellentie genoemd. Voor Van Middelkoop is dit een politieke comeback van jewelste.
Een uniform aantrekken laat hij uit zijn hoofd. Lang geleden, toen hij nog Kamerlid was, stelde hij vragen over het uniform van defensieminister Ter Beek. Dat kon juridisch helemaal niet, vond hij toen, dus moet je het zelf ook laten.
Hij maakt zich geen illusie de populariteit van zijn voorganger Henk Kamp te overtreffen. Die werd op handen gedragen. „Hij was echt een soldaten-minister, ik ben meer beschouwend aangelegd. Ik wil het ook niet nastreven.”
Hij geeft ook best toe dat het wennen was, het ministerschap. ,,Heel lang heb ik vanuit de oppositie de politiek beschouwd en ineens ben je een bestuurder die beslissingen moet nemen, dat is echt heel anders.” Zijn eerste half jaar noemt hij dan ook een leerproces, met vallen en opstaan, zoals toen hij een half jaar geleden vertelde dat het kabinet wilde doorgaan met de Uruzgan-missie. Geen enkel land zou Nederland willen vervangen in Uruzgan, luidde de kritische reactie. Dat is verleden tijd. Nu, na de eerste periode van gewenning en aanpassing, is het recht zo die gaat. Hij voelt zich gesteund door zijn onvoorwaardelijke vertrouwen in God en alle mensen die het goed met hem voor hebben én die voor hem bidden.
We landen in het donker, in een doodstil Kaboel. Onze gastheer is generaal In het Veld, commandant van het Nederlands contingent in Afghanistan. De minister schuift enkele minuten later, in een kale ruimte van het militaire deel van de luchthaven, aan voor zijn eerste werkoverleg. De Nederlander Daan Evers, de politieke adviseur van Navo-baas De Hoop Scheffer én een zieke ambassadeur Blankenberg praten hem bij over de actuele stand van zaken.
In het nabije Holland Huis op het Isaf-deel van het vliegveld, spelen Nederlandse militairen een oorlogsspelletje op de laptop en drinken een alcoholvrije biertje. Nederlanders op missie zijn drooggelegd. Vanuit recreatieruimtes van de Belgische en Tsjechische militairen schalt house en hard rock over het Isaf-complex. Hier, binnen het veilige prikkeldraad, is niets wat ons doet denken aan Afghanistan. Buiten, pal voor de ingang, ligt een krater van de meest recente bomaanslag.
Dag 2
Verkreukeld staat de minister buiten, de zon is net op boven het vliegveld. Net als de rest van de delegatie heeft hij beroerd geslapen. Jetlag. Zwaar bewapende Nederlandse marechaussees staan klaar om de minister in een gepantserde colonne door de stad naar defensieminister Abdul Rakim Wardak te brengen.
We rijden over het Massoud-plein, genoemd naar de door Al-Kaida vermoorde en nu beweende Tadzjiekse leider én waar oud-president Najibullah door de taliban aan een verkeerstoren werd opgehangen. Het Kaboel van nu is een stad van angst voor ontvoeringen, bomaanslagen en mensen die zo graag naar de zeventig maagden afreizen. De stad manifesteert zich nu door hoge muren om belangrijke gebouwen, prikkeldraad, wegversperringen, autosluizen en breedgeschouderde militairen van uiteenlopende nationaliteiten. Nederlandse diplomaten werken en wonen op de compound van de ambassade. Na zes weken mag je in Nederland op adem komen.
Maar tegelijkertijd zijn er in de afgelopen jaren glanzende kantoortorens, hotels en – heel bijzonder – modezaken bij gekomen, min of meer symbolen van wederopbouw.
Bij de ingang van het ministerie van defensie staat een erewacht van Afghaanse militairen in operette uniform opgesteld. Hij wordt opgewacht door minister Wardak. Van Middelkoop kent hem redelijk goed. „Het is mijn vierde ontmoeting met hem. Een prima vent. Heeft nog tegen de Russen gevochten.” Van Middelkoop heeft een duidelijke boodschap overgebracht: het kabinet wil harde garanties dat de Afghaanse regering militairen stuurt naar Uruzgan en meer dan er nu daar zijn, een paar honderd.
Tijdens de recente Navo-top in Noordwijk vertelde Van Middelkoop dat er 600 Afghaanse militairen op weg waren naar Tarin Kowt, maar dat viel tegen. Er arriveerden slechts minder dan de helft, de rest was ’verdampt’ , zoals dat zo mooi heet. „Als zij zo graag willen dat we blijven dan wil ik graag weten wat ze leveren.” Maar dan wordt Van Middelkoop geconfronteerd met een staaltje Afghaanse politiek. Wardak laat aan het Franse persbureau AFP weten hoe het gesprek met Van Middelkoop volgens hem is verlopen. Nederland is bereid nog jaren in Uruzgan te blijven, totdat de ANA, het Afghaanse leger, in staat is de Nederlandse militairen te vervangen.
„Een misverstand”, zegt een verbaasde Van Middelkoop als hij het nieuws onder ogen krijgt. „Er is helemaal geen besluit genomen in Nederland en dat heb ik Wardak ook duidelijk uitgelegd.”
Tegelijkertijd gaat vrijwel iedereen ervan uit, ook in Nederland, dat een nee tegen verlening van de missie, onwaarschijnlijk is. Maar voor het kabinet geldt dat eerst aan alle voorwaarden moet worden voldaan.
Op het hoofdkwartier van Isaf hangt, ietwat verscholen tussen containers, de Nederlandse vlag halfstok ter nagedachtenis van korporaal Ronald Groen, die zaterdag 3 november door een bermbom in Uruzgan om het leven kwam. De vlag hangt tegenwoordig vaker half dan volledig in de top. Twaalf Nederlanders zijn hier omgekomen, van wie zeven door oorlogshandelingen. In de periode dat Van Middelkoop nu minister is zijn er zes doden te betreuren.
Naast de mast zijn Nederlandse militairen aangetreden, voornamelijk staf van het hoofdkwartier. Van Middelkoop memoreert het overlijden van Groen. Daarna is het tijd voor een informeel samenzijn en een groepsfoto. De aalmoezenier wordt niet overgeslagen.
Hoe gaat een minister om met doden onder zijn militairen? „Het verdriet van de partner, de ouders die achterblijven, is vele malen erger dan de emoties van de minister van defensie”, zegt hij. Toch is de minister rechtstreeks de oorzaak van het overlijden van de militair? „Het offer van het leven is het grootste offer dat een mens kan brengen, ook al heeft de militair bewust gekozen voor zijn vak. Ik, het kabinet en de Tweede Kamer moeten altijd de vraag beantwoorden naar de zin van dit offer. Het antwoord ligt in het belangrijke werk wat we doen: het bestrijden van de taliban en het internationaal terrorisme, het creëren van veiligheid bij wederopbouw en steun aan de soevereine staat van Afghanistan. Dat is de zingevende context van het overlijden van militairen. En als wij niet bereid zijn dat hardop te zeggen dan schieten wij tekort tegenover de nabestaanden, tegenover Nederland en tegen ons zelf.’’
In het presidentiële paleis wacht president Hamid Karzai op Van Middelkoop. We mogen er samen met de Afghaanse pers eventjes bij. Zonder zijn traditionele hoed van kalfsvacht en traditionele Afghaanse cape blijkt Karzai behoorlijk kaal en klein. Van Middelkoop betuigt zijn medeleven met de zes Afghaanse parlementariërs en tientallen burgers die vorige week in Baglan bij een bomaanslag om het leven kwamen. Daarna gaat de deur dicht. Uruzgan is – uiteraard – het onderwerp van gesprek.
In het Holland Huis op het vliegveld blikt Van Middelkoop terug op het eerste jaar van de Uruzgan-missie. ,,Ik kan niet anders concluderen dan dat het besluit van het kabinet destijds zorgvuldig en realistisch is geweest. De risico’s zijn goed ingeschat, de verwachtingen ten aanzien van wederopbouw van bestuur en instellingen zijn uitgekomen en de laatste maanden zie je een progressie in het nakomen van beloften. Er is een nieuwe gouverneur, ik heb er vertrouwen in dat we begin volgend jaar een Afghaanse brigade, ruim duizend man, in Uruzgan is ontplooid én voor langere tijd. Ik denk dat de Nederlandse en Afghaanse inspanningen zich geheel voltrekken binnen de afspraken die met de Tweede Kamer zijn gemaakt.”
,,Maar*”, voegt hij eraan toe* ,,dit staat los van een nieuw besluit.” En hij tovert een grote glimlach op zijn gezicht.
Hij toont zich onder de indruk van de bereidheid van de Amerikanen die zeven tot acht miljard dollar willen investeren in het Afghaanse leger, dat moet uitgroeien tot zo’n 70.000 man en het politieapparaat. ,,Uiteindelijk zal het Afghaanse leger Isaf moeten overnemen. De legitimiteit van onze aanwezigheid is niet oneindig, anders dreig je een kolonisator te worden.”
Generaal In het Veld, onze gastheer, is brenger van slecht nieuws. De Italiaanse Hercules die ons morgen naar Kandahar moet vliegen staat met motorpech aan de grond. In Kandahar is het hoofdkwartier van ISAF-South gevestigd en de zes Nederlandse F-16’s zijn er gestationeerd. Andere vliegtuigen zijn niet beschikbaar. Het alternatief: Kandahar overslaan en morgen direct met de Dash-7 – een tweemotorig propellertoestel dat door Nederland is ingehuurd – naar Tarin Kowt vliegen. Teleurstelling bij de delegatie en bij Van Middelkoop die heel graag zijn manschappen wil bemoedigen die daar voor hete vuren staan.
Het Holland Huis schenkt alcohol-vrij bier. Maar in de ontmoetingshuizen van de Belgen en Tsjechen vloeit de alcohol rijkelijk. Snoeiharde house, Rammstein en Deep Purple blazen door de speakers. In een zithoek vermaken Tsjechische soldates zich met Belgische mannelijke collega’s. Alle Navo-landen zijn hier vertegenwoordigd. De Al-Kaida-look is voor mannelijke militairen de mode: een kaalgeschoren kop met een baard en een strak T-shirtje om de spieren. Maar dit maakt Van Middelkoop allemaal niet mee. Die ligt op bed.
Dag 3
De piloot van de Dash-7 is ziek, luidt de eerste mededeling van generaal In het Veld, met een zuur gezicht. Er is geen alternatief vervoer. Met een Chinook-heli duurt de vlucht te lang en worden lopende operaties onderbroken. De vlucht naar Tarin Kowt gaat dus ook niet door.
Het troepenbezoek draait uit op een mislukking. Gestrand in Kaboel. Ze zien de koppen al in de krant. Paul Rosenmöller heeft geen opnames. Dat vindt hij weer jammer.
Het besluit valt: naar huis.
„Het bewijst nog maar eens dat we gebrek hebben aan transportcapaciteit”, zegt Van Middelkoop later op zijn gemak bij een kopje koffie. „We moeten echt uitbreiden.’’
Hoe breng je dan je tijd door, als je niet naar ’TK’ kunt, zoals iedereen hier Tarin Kowt noemt, en de Gulfstream uit Kirgizië moet overkomen? De staf regelt inderhaast gesprekken met de Canadese ambassadeur en Britse diplomaten. Locatie: het Holland Huis. De rest gaat shoppen in de belastingvrije winkels. Paul Rosenmöller loopt een extra rondje. Bij het afscheid kijkt generaal In het Veld alsof hij een dag onder de dekens wil gaan liggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.