*

 

OM van machteloos naar agressief

Theo de Roos, hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht Universiteit van Tilburg − 17/11/07, 02:26

Het huidige proces tegen Holleeder is niet de ’strafzaak van de eeuw’. Het is een opstapje. Er komen nog veel meer zaken die de onderwereld blootleggen.

Enkele dagen terug heeft het Openbaar Ministerie twaalf jaar geëist in de strafzaak tegen Willem Holleeder. De medeverdachten kregen aanzienlijk lagere eisen te horen, wat het beeld bevestigt dat het OM consequent heeft geschetst: Holleeder is de regisseur in het systematisch leegschudden van Willem Endstra en andere zakenlieden. Het ging om een serie afpersingszaken en het deelnemen – en wat Holleeder zelf betreft leiden – van een criminele organisatie, die afpersen als oogmerk had.

Rechtvaardigen deze feiten het etiket dat de zaak heeft: strafzaak van de eeuw? Nee, en niet alleen om de eenvoudige reden dat de eeuw nog lang gaat duren, maar vooral omdat zij naar alle waarschijnlijkheid moet worden gezien als een opstap naar meer ingrijpende en omvattende zaken, die de onderlinge verhoudingen in een deel van de onderwereld verder bloot zullen kunnen leggen.

Juridisch is de nu in eerste instantie bijna afgesloten zaak zeker belangwekkend, maar bepaald niet wereldschokkend. Het Openbaar Ministerie kampt met bewijsproblemen. Het heeft één van de beschuldigingen moeten laten vallen. Direct bewijs voor geldstromen naar Holleeder zelf is er niet. De verdediging heeft alleen van de transcripties van de Endstra-tapes kennis kunnen nemen maar de banden zelf niet kunnen beluisteren. De bewijsrechtelijke status van Endstra’s gesprekken met de politie op de achterbank is niet duidelijk, en te verwachten is dat de raadslieden in hun pleidooien daarop de nodige pijlen richten.

Holleeder heeft overduidelijk strategisch gemanoeuvreerd, tot ergernis van de officieren justitie. Maar het staat nog te bezien of hij de dans kan ontspringen. Dat er afgeperst is, is wel duidelijk. De wrede, cynische en systematische wijze waarop dat is gebeurd rechtvaardigt een forse strafeis. De eis van twaalf jaar is dus niet verrassend. Mediageniek is de zaak ook, meer dan de zaak tegen de Hakkelaar en die tegen Charles Zwolsman, al was het maar omdat de onbetwiste hoofdrolspeler niet gebruik heeft gemaakt van zijn zwijgrecht maar eropuit was het beeld van de toffe gozer neer te zetten.

Pikant detail is natuurlijk de zorgelijke gezondheidstoestand van de hoofdverdachte, Tenslotte was het overlijden onder curieuze omstandigheden van een belangrijke getuige, de gewezen advocaat Bram Zeegers, frappant. Wij kunnen echter opgelucht vaststellen dat deze feiten en omstandigheden het verloop van het proces niet hebben overschaduwd, laat staan verijdeld.

Al met al is de zaak interessant, maar het meest belangwekkende eraan is toch dat het een kijkje geeft op de verhoudingen in de onderwereld en de pogingen die door de onderwereld worden ondernomen om de ’witte’ bovenwereld binnen te dringend. Die pogingen gaan kennelijk vergezeld van veel onderling wantrouwen en – letterlijk – moordende concurrentie. Toekomstige processen zullen meer inzicht kunnen verschaffen in de achtergronden van de liquidaties (de moorden op Endstra, Van Hout enzovoort). Die processen komen er zeker ongeacht de kans op succes voor justitie. Het lijkt erop dat justitie het initiatief naar zich toe heeft getrokken (getuige ook de zaken die tegen de Hells Angels zijn aangespannen) en zich niet door tegenvallers laat afschrikken.

Wie terugdenkt aan de beelden van de demonstratieve begrafenis van Sam Klepper enkele jaren geleden, waarbij een colonne gemotoriseerde Angels uitdagend de overledene naar zijn laatste rustplaats vergezelde, zal vaststellen dat het Openbaar Ministerie erin lijkt te slagen de gedemoraliseerde, machteloze indruk die het destijds maakte in te wisselen voor een agressieve en ondernemende strategie. Zonder risico’s is die strategie niet. Zo maakt het openbaar ministerie in de zaken over de afrekeningen gebruik van een kroongetuige die zelf tot zijn enkels in het bloed staat, en door sommigen (die daarbij trouwens wel belang hebben) als een onbetrouwbare fantast wordt afgeschilderd. Aldus wordt het proces een test case voor de nieuwe wet Afspraken met getuigen, die een regeling biedt voor het ’dealen met criminelen’.

De getuige, die zelf ook verdachte is, kan op grond van die wet in aanmerking komen voor een lagere straf. Justitie moet wel volledig transparant zijn over de gemaakte afspraken en de toegezegde beloning. Ook kan worden voorzien in een getuigenbeschermingsprogramma voor de getuige en eventueel zijn gezin. Justitie zal op dit middel, waaraan nogal wat haken en ogen kleven, onder andere gelet op de betrouwbaarheid, alleen een beroep doen in situaties van bewijsnood.

Kan met strafrechtelijke procedures een compleet beeld van de onderwereld en haar greep op de bovenwereld worden verkregen? Of moet de CDA-wens worden opgevolgd en moet er opnieuw een parlementaire enquête komen? Het is lastig die vragen in dit stadium te beantwoorden. Het lijkt me in ieder geval raadzaam om het verloop van de komende procedures inzake de afrekeningen af te wachten, om vervolgens te bezien welke vragen nog onopgehelderd zijn. Maar ik realiseer me dat de politiek niet erg goed is in afwachten.

mailIcon print |