*

 

De VVD gaat op de populistische toer

J.A.A.van Doorn − 17/11/07, 02:26

Het vreemdelingenbeleid stond deze week weer eens in het middelpunt van de politieke belangstelling. Vrijwel gelijktijdig kwamen PvdA-minister Vogelaar met een omvangrijke nota en het VVD-Kamerlid Kamp met een notitie over deze materie. Zoals te verwachten was, verschilden de twee beleidsstukken naar strekking en toon zeer sterk. Vogelaar zette omstandig uiteen wat het kabinet op het gebied van immigratie en integratie van plan is te gaan doen, terwijl Kamp, als woordvoerder van de oppositionele VVD, een lijst van veel radicalere voorstellen op tafel legde. Vogelaar wil verzoenen, Kamp wil vechten.

Hoewel Kamp het uiteraard ontkende, is de reden van zijn radicalisme overduidelijk. De VVD, zo gaf hij zelf toe, heeft bij monde van Frits Bolkestein sedert de jaren negentig het vreemdelingenbeleid op de agenda weten te zetten maar in de afgelopen jaren hebben de ex-VVD’ers Geert Wilders en Rita Verdonk hun oude partij in verlegenheid gebracht door op dit terrein veel uitdagender de trom te roeren. Kamps nota kan dus worden gezien als een inhaalslag.

Een pikante vraag luidt overigens namens welke liberalen hij eigenlijk spreekt. Met name op het punt van het vreemdelingenbeleid is de VVD in de voorbije tijd lelijk verdeeld geraakt. Het vrijwillig uittreden van Wilders en de veel recentere verwijdering van Verdonk uit de partij hadden niet alles maar wel veel te maken met de terughoudendheid op dit gebied die bij de meerderheid van de fractie leefde. Is die meerderheid met het stuk van Kamp nu overstag gegaan of houdt fractievoorzitter Mark Rutte zijn kruit droog en wacht hij af hoe op dit agressieve stuk in de partij zal worden gereageerd?

Royale instemming met de ideeën van Kamp zou overigens hoogst opmerkelijk zijn. Als er iets in algemene zin over zijn nota te zeggen valt, dan is het wel het uitdagend liberale van veel van de geponeerde standpunten. Alleen al om die reden was zijn verwijzing naar het pionierswerk van Bolkestein onterecht.

Wat Bolkestein in de jaren negentig verontrustte, was de strekking van het destijds overheersende multiculturele beleidsmodel dat alleen oog had voor de vraag hoe de ethische minderheden zo soepel mogelijk in ons maatschappelijk bestel konden worden geïntegreerd, zonder zich te bekommeren om de mogelijk riskante gevolgen van die integratie voor dat bestel als zodanig. Bolkesteins verdienste was, onder verwijzing naar met name onze rechtsstaat, het nondiscriminatiebeginsel en de scheiding van kerk en staat, de principes aan te wijzen die als ononderhandelbaar moesten worden beschouwd.

Kamp daarentegen maakt met meerdere van die principes de kachel aan. Hij negeert de scheiding tussen kerk en staat door de publieke aanwezigheid van de islam als ’opdringerig’ af te keuren en hij komt met een reeks voorstellen die op een nooit eerder vertoonde brutale manier ingrijpen in het persoonlijk leven van een aantal Nederlanders en aspirant-migranten. En wat het merkwaardigste is: terwijl Bolkestein zich beriep op de onaantastbaarheid van rechtsstatelijkheid, zegt Kamp luchtigjes niet te zwaar te tillen aan het bezwaar dat sommige van zijn voorstellen zullen stuiten op de Grondwet, internationale verdragen en privacywetgeving. Die moeten dan maar worden veranderd.

Dat hij daarvoor geen meerderheid zal vinden, deert hem niet. Hij is niet bezig met in kabinet en Kamer bondgenoten te zoeken maar hij speelt in op wat onder ’het volk’ leeft aan frustraties omtrent de nieuwkomers in ons land. Evenals Wilders en Verdonk – en eerder Pim Fortuyn – kiest hij voor de rol van ’sterke man’ (of vrouw) die de ’kleine man’ serieuzer neemt dan al die andere politici met hun mitsen en maren.

Deze politieke stijl heet populistisch. Ze distantieert zich van ’de politiek’ zoals die normaliter reilt en zeilt en ze richt zich rechtstreeks tot dat deel van de kiezersmassa dat uitkijkt naar harde oplossingen, nu eens niet gefilterd door partijprogrammatische overwegingen of geblokkeerd door juridische of morele normen.

Populisten zijn dan ook matig geïnteresseerd in de praktische haalbaarheid van hun voorstellen. Het gaat om het demagogisch effect. Natuurlijk wist Wilders dat zijn voorstel tot een ’zuivering’ dan wel een verbod van de Koran een lachertje was, maar hij liet toch maar mooi zien voor drastische maatregelen niet terug te schrikken, tot genoegen van de vele simpele zielen die zoiets ook al aan de borreltafel hadden bedacht.

Kamp gaat zover nog niet maar zijn luchthartige beoordeling van sommige van zijn onhaalbare voorstellen laat zien dat hij in bedenkelijk gezelschap dreigt terecht te komen. Schaart de meerderheid van de VVD’ers zich achter zijn manier van politiek bedrijven, dan begint zich in ons land een tweedeling af te tekenen tussen de klassieke representatieve democratie en een op de vele zwevende kiezers gericht onverantwoordelijk agerend populisme. We kunnen ons gelukkig prijzen dat verkiezingen nog ver weg zijn.

mailIcon print |