Een klas kan een monster zijn, maar ook een warm bad. En de meester – held of rotzak – blijft voor altijd bij ons. Dat blijkt uit het recordaantal inzendingen (355) voor de Trouw Schrijfwedstrijd ’De gelukkige klas’.
Het ruikt er vaak een beetje vies, naar zweet en beschimmeld brood. Het gemiddelde klaslokaal óógt ook niet cool: de bankjes zijn oud, de posters verschoten, er zitten veel te veel lijven dicht op elkaar gepropt.
Toch is deze muffige plek vaak het decor van life events: gebeurtenissen die een leven voorgoed kunnen kleuren. Dat blijkt uit de 355 inzendingen van (oud-)leerlingen én leraren voor de Trouw Schrijfwedstrijd ’De gelukkige klas’. Pesterijen, eerste liefdes, de hoofdrol in de musical, een goed getimed compliment: ze echoën vaak na tot ver in de volwassenheid.
Zat u zelf in een gelukkige klas, zo vroegen we u zes weken geleden. Die vraag beantwoordde u met ’nee’ en vaker nog met ’ja’ in doorgaans goed geschreven verhalen. Soms schotelde u ons een klas voor als De Hel uit ’Bint’, de beroemde onderwijzersroman van Bordewijk. Maar talrijker waren de ’Bloemenklasjes’, waarin meester (m/v) en kinderen samen een perfecte harmonie hebben bereikt.
De verhalen over die Bloemenklasjes vonden we soms iets te zoet, net als de té geïdealiseerde portretten van meesters en juffen. We lazen liever over de leerkracht die ook gewoon een mens blijkt te zijn. Die bijvoorbeeld te dik is, rare overhemden draagt, wel eens een driftbui krijgt, weinig snapt van meetkunde en tóch de X-factor heeft.
Deze leerkracht kan (om te citeren uit de roman ’De gelukkige klas’ van Theo Thijssen, de aanleiding voor deze wedstrijd) ’strooien met stukjes geluk’. Door ’kinderkennis’ te tonen, door grapjes te maken en prachtige verhalen te vertellen, door kwetsbare leerlingen tegen pestkoppen te beschermen. Anna Spijk brengt de kwaliteit van zo’n juf als volgt onder woorden: „Zij gaf ons het gevoel: je mag er zijn.”
Oprecht enthousiasme voor hun vak, ook daarmee scoren leraren goed. „Als je bevlogen bent, de kinderen weet te raken, dan hangen ze aan je lippen. Zelfs als je met consumptie praat”, zo concludeert Judith de Bruin na een liefdevol portret van haar oude geschiedenisleraar. Verhalen als het hare bevatten een bemoediging voor alle goede docenten: er zitten leerlingen in uw klas die over veertig jaar nog met veel plezier aan u terugdenken.
Naast de topleraren kwamen we ook flink wat rotjuffen en -meesters tegen. Een van hen werd zelfs door twéé inzenders beschreven: juffrouw Inthout van een School met den Bijbel. Maakte je in haar klas een rekenfout, dan kreeg je – pats! – een klap met de roede, zo schrijft dr. W.J. Lentink: „Na zeventig jaar staat ze nog steeds op mijn netvlies. Soms probeer ik haar toch een beetje aardig te vinden, maar tot op heden is me dat niet gelukt.”
Ook over de nonnen en de broeders kregen we veel klachten: die hadden doorgaans weinig begrip voor de tere kinderziel. Helaas zijn er ook rotzakken die zich aan leerlingen vergrijpen. En sarcastische leerkrachten als juffrouw Borculo met ’haar kwetsende scherpe tong, die je tot tranens toe kon kleineren’ (Reintje Oudolf).
Maar ook de klas is niet altijd een lieverdje. „We waren een klas die buitengewoon goed samenwerkte en kon delegeren: zelden maakten meer dan twee leerlingen het opgegeven huiswerk, dat vervolgens ruimhartig werd doorgegeven aan degene die een beurt kreeg”, schreef bijvoorbeeld Betty Notenboom.
Een heel opmerkelijk verhaal uit de categorie ’rotklassen’ is dat van een 14-jarige jongen die zichzelf ’Stille Ragger’ noemt. „Leraren konden onze klas eigenlijk niet meer aan, we waren zo op elkaar ingespeeld dat we precies wisten wat er ging gebeuren.” Waarna hij met merkbaar plezier verslag doet van het afsteken van rotjes in de klas, het ’kloten’ met ’shitspray’, het inbreken in de school, het zuipen en kotsen tijdens de werkweek en het slopen van het schoolmeubilair („Ons motto was dan ook: Alles kan kapot!”).
Maar tussen De Hel en de Bloemenklas zitten natuurlijk ook veel gewone klassen, waarin het evenwicht tussen leraar en leerlingen wankel is en het geluk een dubbeltje op z’n kant. Zo’n klas beschrijft Gerwin van der Werf in zijn spannende en uitstekend geschreven verhaal ’Hij voltrok het vonnis met een spons’. Zijn portret van een onervaren docent die maar nét gered wordt van de ondergang, krijgt van de jury de derde prijs (een Trouw-boekenpakket).
De tweede prijs (een Trouw Online Schrijfcursus) is voor Hilda Driessen. Zij beschrijft in ’Haar rokjes werden korter, haar truitjes strakker’ het van hormonen vergeven universum van de pukkelige, slungelige pubers. Dat doet ze geestig, vanuit het perspectief van het (nog) ontluikende meisje: „Ik was wat je noemt wel lang en dun maar niet lekker.”
Ze zaten dicht op elkaar, de nummers één, twee en drie. Maar de jury kan maar één eerste prijs uitreiken (de speciaal voor de winnaar gemaakte en ingelijste foto die u op deze pagina ziet). Die gaat naar Aukje Trotsenburg voor haar verhaal ’Oorlog rond de slotgracht’. Daarin is het heel warm, het klamme zweet staat de juf onder haar oksels, en dan breekt er een oorlog uit tussen groep 4 en groep 6. ’Wereldproblemen in een notendop’: Trotsenburg beschrijft ze laconiek en met humor. Geluk is broos, maar door een goeie juf wél te managen, zo luidt de optimistische boodschap van haar verhaal.
We hadden overigens ook veel jonge inzenders die de deur van het klaslokaal nog niet achter zich dicht hebben getrokken. Een van hen is Boris Lemereis (16), aan wie de jury graag de Jongerenprijs toekent (een Trouw Online Schrijfcursus). Zijn mooi geschreven verhaal ’Zombies in de klas’ is voor volwassenen een goeie reminder: romantiseer de schooltijd niet, in de klas is het vaak gewoon sáái.
De jury bestond uit: Somajeh Ghaeminia, Hanne Obbink, Iris Pronk, Seije Slager en Karin Timmerman.
Indrukwekkend
Je bent zeven, elf of dertien en slijt heel wat uren in een klaslokaal. Het meeste van wat daar voorvalt, vergeet je later weer. Maar soms gebeurt er iets wat je decennia later nog inspireert tot een mooi verhaal. Uit de 355 inzendingen voor de schrijfwedstrijd destilleerde de jury tien indrukwekkende gebeurtenissen:
1. Je wordt gepest door klasgenoten.
2. Je wordt gekleineerd, gestraft of juist gezien en ’opgetild’ door de leerkracht.
3. Je wordt (in stilte) verliefd op de meester of juf.
4. De meester leest voor of vertelt uit zijn hoofd een prachtig verhaal.
5. De goeie meester vertrekt, zijn vervanger blijkt een eikel (of andersom).
6. Je krijgt de hoofdrol in de musical (of het tegenovergestelde: je wordt afgescheept met een lullig rolletje).
7. Een klasgenoot wordt ziek en gaat dood (de jury heeft heel wat afgesnotterd).
8. Je moest vroeger eindeloos modderen met kroontjespen, inktpot en inktlap (vooral voor linkshandigen een ramp).
9. De onderwijsinspecteur komt langs (en daar wordt de meester zenuwachtig van).
10. Je bezoekt jaren later een reünie en ontdekt dat de populairste leerlingen nu saaie sukkels zijn.
Benieuwd naar de verhalen? Kijk op www.trouw.nl/schrijf!, Trouws vrijplaats voor schrijvers op internet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.