*

 

Goed en fout tegelijk

Rob Schouten − 17/11/07, 02:26

De tijd van onze ouders, van wederopbouw, van Sartre, van vertrouwen in ’de nieuwe mens’, die had toch wel wat. Schrijvers als Geert Mak, en nu ook Robert Anker, herontdekken dat tijdvak en vragen zich af hoe Nederland sindsdien veranderde. Die vraag draagt ook Ankers epoche-roman ’Nieuw- Lelievelt’. Maar de moraal van dit boek klinkt juist tijdloos en gelaten, constateert Rob Schouten met verbazing.

Robert Anker: Nieuw-Lelievelt. Querido, Amsterdam. ISBN 9789021433547; 254 blz, euro 18,95

De kinderen van de jaren zestig wilden dat de wereld veranderde, vriendelijker werd (hippies), vrijer (provo’s). Weg van de verroeste en verzuilde verbanden. Daarom kwamen ze in opstand tegen hun ouders en opvoeders, die de oude cultuur belichaamden. Maar inmiddels zijn we veertig jaar verder en de vernieuwers zijn zelf zestig geworden en toe aan hun pensioen. Zoveel vriendelijker en vrijer is het per saldo niet geworden en aangaande de vroeger verworpen cultuur van de ouders heerst tegenwoordig een soort warm en begripsvol vooroudergevoel. Het had toch wel iets, die jaren vijftig, begin zestig, toen Nederland nog kerkging en je wist wat je aan elkaar had maar waarin ook de nieuwe tijd zich ongemerkt aankondigde.

De literatuur levert de laatste jaren nogal wat boeken op waarin teruggeblikt wordt op die vroeg-naoorlogse tijd, de eeuw van onze vaders en moeders. Veel succes had Geert Maks (1946) documentaire ’Hoe God verdween uit Jorwerd’, maar ook fictieschrijvers lieten zich niet onbetuigd: ’Gesloten huis’ van Nicolaas Matsier (1945) bijvoorbeeld, waarin een zoon het sterfhuis van z’n ouders inventariseert, en het vorig jaar bekroonde ’De bekoring’ van Hans Münstermann (1947) over relatieproblematiek begin jaren zestig. Ook het zojuist verschenen ’Nieuw–Lelievelt’ van Robert Anker (1946) wortelt in de wereld van gisteren.

Wiesje Bouwmeester is voor de oorlog geboren in een gelukkig gezin met geld; haar vader zit in de huizenbranche en rijdt in een Hispano-Suiza. Maar de oorlog maakt een eind aan alles. Bij de bevrijding wordt vader weggevoerd, wegens hand- en spandiensten aan de vijand. Wiesje gaat bouwkunde studeren en ontwikkelt ideeën over het nieuwe bouwen, functioneel in plaats van romantiserend. Het zijn de jaren van het existentialisme, waarmee haar broer flirt, zelf gelooft zij vooral in ’de nieuwe mens’.

Juist op het moment dat in Nederland de roerige jaren zestig aanbreken, vertrekt zij de ontwikkelingshulp in, Senegal, haar liefde, de joodse jongen Jakob Lerner, achterna. Terwijl de rest van jong Nederland damslaapt en in het Vondelpark ligt te blowen, leert zij de Afrikaanse cultuur kennen. Op een dag wordt ze door twee mannen verkracht en Jakob moet tegen z’n zin meedoen. Wiesje vertrekt weer naar Nederland, gaat voor een architect werken die juist romantiserende bouwplannen heeft en maakt mee hoe sterk Nederland de laatste twintig, dertig jaar verandert.

Natuurlijk laat Anker, schrijver van romans die hun betrekkingen met de maatschappelijke werkelijkheid niet schuwen, het niet bij dit staketsel. ’Nieuw-Lelievelt’ speelt zich af tegen een achtergrond van filosofische ideeën, waarbij Sartre en Heidegger een hoofdrol spelen, maar vooral ook tegen de achtergrond van een prangend oorlogsgeheim. Wiesje’s vader heeft haar ooit toevertrouwd dat hij, als makelaar, Joden heeft verraden in de oorlog. Jakob Lerner ontdekt dat het juist zijn ouders zijn geweest. Maar na de oorlog wordt duidelijk dat beide verhalen niet kloppen, Dat Jakob maar een halve Jood is, zonder vergaste ouders, en dat niet Wiesje’s vader maar haar moeder, nu een groot filosemiet, een weinig fraaie rol heeft gespeeld.

Het is dit W.F. Hermans-achtige plot dat dunkt me de mentale kern van dit boek vormt: wat is goed en wat is fout en doet de waarheid ertoe? Daarmee keert Anker terug naar kwesties die de literatuur vroeger beheersten: menselijke verantwoordelijkheid, hoe verhoud je je tot je omgeving?

Hij heeft die wereld van vroeger authentiek en met veel inlevingsvermogen verbeeld. Zo praat en denkt de kleine Wiesje werkelijk als een kind, („Ik vind het maar stom dat iets goed en fout tegelijk is”). Haar bouwkundejaren zijn dan weer vervuld van architecturale kennis, en zelfs van de Senegal-episode met alle locale eigenaardigheden heeft Anker zich als een ware kenner op de hoogte gesteld: „Recht op de belangrijkste gronden, de overstromingsgronden in de waalo, hebben alleen de leden van de toorodo-kaste, de landbouwers (er zijn meer kasten: veehouders – de Fulbe dus – vissers, ambachtslieden en zelfs wat de Fransen een griot noemen, de lofzangers, de gawlo zeggen ze hier)”. Dat soort zinnen. Anker is hier als het ware een hyperrealist.

Opmerkelijk is vervolgens dat hij de laatste tien, twintig jaar nogal afraffelt, misschien wel met opzet. Maar helemaal bevredigend is het toch niet. De val van de Muur, 9/11, bouwfraude, Fortuyn en Theo van Gogh, het moet natuurlijk allemaal in zo’n epoche-roman, maar op dat moment begint ’Nieuw-Lelievelt’ iets van een snel verteld geschiedenisboek te krijgen met Wiesje Bouwmeester als kapstok.

Opmerkelijk vind ik trouwens dat hoofdpersoon Wiesje al haar tegenslag, het oorlogsgeheim, de verkrachting, boosheden en ongelukjes her en der, nogal nuchter, zonder veel pathos ondergaat. Alsof Anker met haar persoonlijkheid wil zeggen: het leven, hoe grillig ook, maakt je wijzer. In dit verband gebruikt Anker het begrip Gelassenheit van Heidegger, wat misschien wel de grondtoon van Nieuw-Lelievelt is: „Dat is het, denkt Wies. Meer is er eigenlijk niet, al denken wij, diepzinnige wezens, van wel. Ze heeft het ook met dingen, oude dingen, die op zolder hun geheim bestaan leiden, een woordeloos verhaal vertellen dat op een of andere manier over jou gaat, waar je was, waar je vandaan komt. Het voelt allemaal als iets van grote betekenis, als de kern van het leven. Dat alles er is.”

Die gelaten grondtoon, die iets eeuwigs en tijdloos suggereert, tilt deze epoche-roman toch enigszins uit boven het in beeld gebrachte tijdsgewricht. Niet het verleden telt, maar wat het ons heeft bijgebracht.

mailIcon print |