De pluimveesector pakt het dierenwelzijn aan. Over vijf jaar moeten legkippen hun snavels behouden en hanen hoeven niet meer te vrezen voor verlies van teen of sporen. Eenvoudig is dat niet.
„In de huidige pluimveehouderij wordt het dier aangepast aan het systeem”, zegt Thea Fiks, onderzoekster bij de Animal Science Group van Wageningen Universiteit. „Terwijl we graag het tegenovergestelde zouden zien.”
Een schone opdracht dus voor Fiks en haar collega’s. Maar ook moeilijk. Want diergedrag is zeer complex. Fiks: „Dit hebben we over vijf jaar heus niet volledig opgelost.”
Het kappen van snavels gebeurt in ieder geval nu niet zonder reden, onderstreept de onderzoekster. „Legkippen met scherpe snavels kunnen flink huishouden. Dan legt gemakkelijk één op de drie kippen het loodje.” Want kippen zijn nieuwsgierig, ze pikken van nature en er hoeft maar een veertje bij een soortgenoot verkeerd te zitten, of ze gaan aan de slag.
„In een stal met loslopende kippen verspreidt dat pikken zich vaak als een olievlek.” In zo’n traditionele kippenkooi gebeurt dat veel minder. „Daar kan een kip immers maar weinig andere kippen aanpikken.”
De snaveltjes van kuikens worden daarom, voor de tiende levensdag, weggesneden met een warm mes. Daarbij schroeit het wondje meteen dicht. „De kuikentjes voelen daar weinig van: ze scharrelen vaak meteen weer verder.” Veel beter dus dan vroeger, toen bij oudere kuikens de snavels werden bewerkt. „Die hadden daar vaak dagenlang last van”, zegt Fiks. „Uiteindelijk worden er wel zenuwen doorgesneden.”
Maar mét snavelpunt kan het ook , leert de biologische pluimveehouderij. „De kippen krijgen daar meer aandacht en ruimte, vaak meer ruwvoer en speeltjes”, verklaart Fiks. „Desondanks kan het ook in de biologische sector faliekant fout gaan met uitval van bijvoorbeeld 30 procent. Hoe we dat kunnen voorkomen, is onbekend.” Fiks wil dat in kaart brengen.
In ieder geval zijn er veel factoren die het pikken versterken. Voor kippen lijkt een gewone tl-buis bijvoorbeeld sterk op een discolamp: daarvan raken ze meer gestresst. Maar ook de voersamenstelling of het type dier zijn van invloed. Misschien, vermoedt Fiks, heeft het ook te maken met de opvoeding. Want kuikentjes leren al jong waar ze moeten pikken en jong geleerd is oud gedaan.
Misschien zijn er ook wat simpele hulpmiddelen te bedenken. „Er zijn biologische boerderijen waar kippen hun behoeften botvieren op gasbetonnen blokken. Dat worden na verloop van tijd hele sculpturen. Maar het werkt wel: de snavels worden stomper.” Of ze elkaar dan ook minder beschadigen, moet nog worden bekeken.
Ook voor de fokhaan – die moet zorgen voor vleeskuikens – zoekt de pluimveesector een oplossing. Die hanen beschikken van nature over scherpe nagels en sporen aan de poten, waardoor kippen bij de bevruchting behoorlijk kunnen worden toegetakeld. Ze gaan daarom als eendagskuikens onder het mes. De binnenste teen wordt afgesneden, de sporen – in aanleg aanwezig als witte puntjes op de poten – worden weggeschroeid.
„Van nature vertonen hanen baltsgedrag; dan gaan ze een vrouwtje versieren en dat vrouwtje geeft zich dan ook echt”, licht Fiks de ingreep toe. „De scherpe nagels zijn dan meestal geen probleem. Maar in praktijkstallen is dat baltsgedrag helemaal weg en wil de kip weinig van zo’n haan weten. Als de haan dan op een kip kruipt, is die er lang niet altijd van gediend. In zo’n worstelpartij kunnen scherpe nagels en sporen de hen beschadigen.”Â
De moderne haan weet dus niet om te gaan met de kip. En misschien is ook dit een opvoedingsprobleem. „In opfokstallen worden hanen van hennen gescheiden, vooral om te voorkomen dat hanen het voer van hennen inpikken en zich zo kapot eten. Maar misschien moet je naar een ander systeem, waarbij ze samen opgroeien en zo elkaar goede manieren bijbrengen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.