*

 

Jongeren missen waardering

George Marlet − 28/06/07, 00:00

Veteranendag is onder meer bedoeld om waardering te tonen. Maar bij de veteranen onderling ontbreekt het soms wel eens aan die waardering, zegt een oud-Unifil-militair.

Jonge veteranen zijn er langzamerhand wel aan gewend: oudere veteranen die het schamper hebben over ’betaalde vakanties’ en ’jongens die hooguit een half jaartje van huis zijn geweest en niks hebben meegemaakt’.

Vooral oudere veteranen hebben er een handje van om hun eigen uitzending superieur te verklaren – tot ergernis van jongere veteranen die er om de lieve vrede meestal het zwijgen toe doen. Bijvoorbeeld Indië-veteranen, die met zo’n 100.000 oudgedienden veruit in de meerderheid zijn.

Velen van hen hebben in toenmalig Nederlands-Indië een zware en soms jarenlange uitzending meegemaakt. „Maar dat wil niet zeggen dat andere uitzendingen niets voorstellen. Je moet elke missie in z’n eigen tijd zien”, zegt Libanon-veteraan Gerard van Leeuwen (47).

Als dienstplichtige van achttien jaar oud maakte hij van maart 1979 tot maart 1980 deel uit van de VN-troepenmacht Unifil. Het eerste half jaar was hij telexist van de Nederlandse bataljonscommandant in Haris.

„Daar zijn we regelmatig beschoten. Het tweede half jaar zat ik op het Unifil-hoofdkwartier in Naqoura en was ik radio operator en ook chauffeur van de chief operations officer. Ik reed ook veel alleen door het gebied, stond weleens voor gesloten checkpoints van majoor Haddad (commandant van een pro-Israëlische strijdgroep (red.).”

Nu is Van Leeuwen betrokken bij de organisatie van Veteranendag in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Van de vierhonderd geregistreerde veteranen hebben de meesten in Indië en Nieuw-Guinea gediend.

„Bij de aanmelding hoor je vaak: ’Ja, die jonge veteranen hebben het toch allemaal zo makkelijk gehad’. Daar ben ik het niet mee eens. Indië-veteranen hebben, zo kort na de Tweede Wereldoorlog, een behoorlijk slechte tijd gehad. Dat geldt ook voor Korea en Nieuw-Guinea. Wij hebben in Libanon een onzekere periode doorgemaakt. De jongens nu in Uruzgan kunnen via internet de hele wereld bereiken, maar moeten wel man tegen man vechten.”

Veteranendag is ingesteld om veteranen ’erkenning en waardering’ te tonen. Dat mogen veteranen wat Van Leeuwen betreft ook meer doen voor elkaars ervaringen. „Ik heb alle respect voor de huidige militairen en ook voor de Indië-veteranen. Maar ik voel dat er bij de oudere veteranen nog anders over gedacht. Ik zou de veteranenspeld graag zien als symbool voor álle veteranen. Daar is hij ook voor bedoeld.’’

Zo’n honderd veteranen hebben zich aangemeld voor de eerste Veteranendag in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Een behoorlijke respons, vindt Gerard van Leeuwen. Voor hemzelf is het ’een stukje therapie’ om de dag te helpen organiseren. Daardoor is hij ook in contact gekomen met het Veteraneninstituut in Doorn.

Pas sinds zijn ’weerzienreis’ naar Libanon in 2004 durft Van Leeuwen ’schoorvoetend’ over zijn ervaringen en gevoelens te praten. „Ik begin nu pas goed te beseffen wat ik daar heb meegemaakt.”

„Een stuk van mijn jeugd heb ik in Libanon gelaten. Ik was toen te jong en te naïef om alles goed te beseffen. Misschien heb ik de gevaren toen minder zwaar ingeschat omdat we zo’n minimale voorbereiding hadden gehad.’’

mailIcon print |