*

 

drayer / Wie van de kudde durft af te dwalen, zal het weten ook

Elma Drayer − 28/06/07, 00:00

Het is een oude wet: hoe linkser de beweging, des te krampachtiger de omgang met haar dissidenten.

Afwijkende meningen gelden er doorgaans niet als een prikkelende bijdrage aan het debat, maar als een bedreiging voor de knusse consensus. En wie het waagt van de kudde af te dwalen, zal het weten ook. De andersdenkende krijgt te horen dat hij zijn toon moet matigen. Door zijn gedrag ondermijnt hij de eenheid en schaadt de goede zaak.

Het mechanisme werd dezer weken weer eens fraai geïllustreerd in een debat tussen Nederlandse activisten van andersglobalistische snit. En dankzij de zegen die internet heet kan de burgerlijke pers het verloop ervan nauwgezet volgen.

In het juninummer van Milieudefensie Magazine blikt eindredacteur Koen Vink terug op de G8-top, begin deze maand in het Duitse Heiligendamm. Terwijl de regeringsleiders binnen vergaderden, woedde er buiten een nogal bloedige veldslag tussen andersglobalisten en politie. Het zit Vink niet lekker, zo blijkt. De ’staatsrepressie’ tegen de demonstranten was natuurlijk helemaal verkeerd, schrijft hij. „Maar ook de houding van de gematigde andersglobalisten verdient scherpe kritiek. Men distantieert zich vaak halfslachtig van geweld en gedoogt de facto knokploegen in de flank van de vreedzame protesten.”

Verderop in zijn stuk richt de eindredacteur zich expliciet op de Internationale Socialisten (IS).Deze trotskistische organisatie is in de buitenwereld nauwelijks bekend. Niet zo vreemd. IS’ers sluiten zich, in de beste traditie van de intredepolitiek, liever aan bij brede ’platforms’. Op die manier, is de idee, kunnen ze hun gedachtengoed (’Echte verandering kan alleen door revolutie bereikt worden. Nederland is geen democratie’) effectiever verspreiden onder het volk.

Zo zitten IS’ers in platforms als ’Samen tegen Racisme’, ’Stop de Oorlog’, ’Keer het Tij’. En ze zijn actief in het Nederlands Sociaal Forum, waar ook Vinks eigen Milieudefensie toe behoort.

Op universiteiten en hogescholen proberen de aanhangers zieltjes te winnen met colportage en debatten. Eind maart, op de Internationale Dag tegen Racisme, organiseerden ze op de Universiteit van Amsterdam een drukbezochte avond over de prangende vraag wat te doen met ’islamracist’ Geert Wilders. Het antwoord luidde: de tijd van ’alleen maar’ praten is voorbij.

Voornoemde Vink wantrouwt bovenal dat IS’ers met grote regelmaat warme woorden wijden aan organisaties als Hamas en Hezbollah. En dan laat hij nog onvermeld dat de Internationale Socialisten eveneens sympathiseren met de islamistische Moslimbroederschap. Zie bijvoorbeeld het meinummer van hun clubblaadje De Socialist, waarin een IS-prominent enthousiast verslag doet van zijn verblijf in Cairo bij ’onze bondgenoten’. Extremisten als die van de IS moeten buitenspel gezet, vindt Vink. „Gematigde organisaties behoren niet in zee te gaan met terreuradvocaten en massamoordontkenners.”

Verstandig heerschap, die Vink. Moedig ook. Al was het maar omdat hij als een van de weinigen uit zijn beweging het nauwelijks onderkende kongsi tussen radicaal-links en radicaal-islamitisch aan de orde durft te stellen.

Daar denken ze bij de Internationale Socialisten uiteraard heel anders over. Ze reageerden op het kritische geluid met de vertrouwde reflex. De voormannen betoonden zich ’uiterst verbaasd’ en ’onaangenaam verrast’. „Het artikel van Vink is geen bijdrage aan een constructieve discussie, maar een doorzichtige poging om met leugens en insinuaties verwarring en verdeeldheid te zaaien.” Om diens inhoudelijke argumenten liepen ze met een grote boog heen.

Uiterst effectief, zo blijkt. Op deze en gene andersglobalistensite verscheen nog wat instemmend gemompel met de dissident. Daarna daalde de grote stilte neer.

mailIcon print |