Vanaf vandaag zitten leerlingen weer in de klas. Maar volgens de critici spoken ze daar weinig uit. Het onderwijsniveau daalt, docenten kunnen niet meer spellen en geven te weinig les. Gaat het echt zo slecht met het onderwijs? Op de volgende pagina's het antwoord.
Op de openbare scholengemeenschap Huygenwaard in Heerhugowaard voelen leerlingen zich enorm gewaardeerd. Geen enkele leraar wordt hier met ’u’ of ’meneer, mevrouw’ aangesproken. „Maar dat zegt niets over het respect dat we voor de docenten hebben”, verdedigt Martijn van Luinen (18 jaar) uit 6-vwo zich. „Juist de gelijkwaardige omgang met de leraren zorgt voor een goede sfeer.”
De prestaties van de leerlingen op Huygenwaard houden niet over. Het vwo is een van de slechtste van Nederland. Toch overwegen de leerlingen geen seconde over te stappen naar het nabijgelegen Trinitas College waar veel betere resultaten worden gehaald. Dientje van Dongen (15 jaar, 4 vwo): „Dat lijkt me geen leuke school. Daar zijn ze veel strenger.”
Veel leerlingen vinden leren helemaal niet zo leuk. Uit de Nationale Scholierenmonitor 2005 blijkt dat 27 procent de meeste lessen vervelend tot zeer vervelend vindt. Slechts de helft van de leerlingen meent dat docenten oprecht in hen geïnteresseerd zijn. Maar Dientje, Martijn en Ruby van der Veen (15 jaar, 4 havo) zijn als leden van de leerlingenraad dik tevreden over de kwaliteit van hun leraren. Dientje: „Ze weten alles van hun vak. Het is echt een uitzondering als een leraar geen antwoord heeft op een vraag.”
Dientje vindt het studiehuis een lekkere manier van leren. „Je gaat aan de slag en stelt een vraag als je iets niet weet. Dat is toch veel beter dan wanneer een leraar voor de klas van alles gaat uitleggen of voorlezen wat ik toch al weet?”
Het valt Martijn wel op hoe slecht sommige klasgenoten zijn in rekenen. Ruby: „Dat komt door de rekenmachine. Ik ben inmiddels ook helemaal vergeten hoe staartdelingen moeten.”
Ruby is meer verbaasd over de vele dt-fouten die leerlingen nog maken. „Het is mij op de basisschool ook nooit goed uitgelegd. Als ik er nu problemen mee heb, antwoordt een leraar dat ik dat toch ondertussen wel had moeten weten, en dat hij geen zin heeft om het weer uit te leggen.”
Ruby, Martijn en Dientje vinden het trouwens helemaal niet erg als ze niet alles weten. Martijn: „We richten ons op wat wij interessant vinden. Ik wil voedselchemie studeren en heb me daarom vooral verdiept in scheikunde. Ik vind dat ik daar al veel van weet. Dat ik dan niet alle hoofdsteden van de wereld ken, geeft toch niet. Ik vind het goed dat we ons alleen hoeven te verdiepen in wat we leuk vinden.”
Als Ruby dan echter bekent dat ze niet weet wanneer de Tweede Wereldoorlog plaatsvond, is de verbazing bij haar medescholieren groot. Dientje: „Zoiets moet je wel weten hoor.” Ruby: „Waarom? Ik weet wel wat er is gebeurd; ik weet dat er heel veel Joden zijn vermoord. Maar ik weet niet precies wanneer dat was. Nou en?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.