*

 

polen / Onder de paraplu’s bekvechten over Wielgus

door Ekke Overbeek − 08/01/07, 14:40

Het terugtreden van Stanislaw Wielgus als aartsbisschop van Warschau, is met grote teleurstelling ontvangen door zijn aanhangers. Voor- en tegenstanders verzamelden zich gisteren voor de kathedraal in de Poolse hoofdstad.

„Szczeszcz Boze” – oftwel ’goedemorgen’ op zijn rooms-katholieks. „U moet de goede dingen laten zien, zonder agressie. Het Heilige Kind ligt nog in de kribbe. Kom Hem aanbidden.” De vrouw maakt een uitnodigend gebaar in de richting van de kathedraal, waar de feestelijke mis had moeten plaatsvinden voor de inhuldiging van de nieuwe aartsbisschop. Haar ogen zijn nat van tranen en motregen.

„U nodigt hem uit?”, bijt een man haar vol ongeloof toe. „Een machinegeweer erover. Ze moesten ze allemaal uitroeien.” Ze, dat wil zeggen de journalisten. Er heerst verwarring onder de aanhangers van aartsbisschop Wielgus, maar over één ding zijn ze het eens: „Het komt door jullie, de media”, sist een jonge vent die dreigend komt aangelopen. „Al het kwaad komt van jullie. Jullie bedenken al die onzin.”

Het Vaticaan wilde met het afzetten van Wielgus de „desoriëntatie het hoofd bieden die in Polen is ontstaan”, maar de chaos in Warschau is compleet. Twee pijlers onder de ideologie van rechts Polen staan hier lijnrecht tegenover elkaar: Het afrekenen met geheim agenten van de communistische veiligheidsdienst en het opvoeden van de natie met katholieke waarden.

Een eindje verderop staat Marcin. Hij heeft gehoord dat de aartsbisschop zich terugtrekt en is naar de kathedraal gesneld om te horen wat er aan de hand is. „Dit is heel pijnlijk”, zegt hij, druipend van de regen. „De kerk heeft het recht om haar vertegenwoordigers naar eigen inzicht te kiezen, maar hier voel je de politieke druk.” Druk van wie? Marcin wil geen antwoord geven: „Dat is moeilijk vast te stellen. Ik wil geen complottheorieën ophangen, maar er zit toch iets in”.

Anderen draaien er niet omheen: „Het is allemaal het werk van de joden”, klaagt een oudere vrouw. Ze mengt zich in een van de vele groepjes voor- en tegenstanders die elkaar verbaal te lijf gaan onder een dak van paraplu’s. „U roept hier zulke dingen en straks zegt de hele wereld dat Polen antisemieten zijn”, waarschuwt een oudere man. „We moeten de joden aan de kant vegen”, komt iemand anders tussenbeide. „Die joden hebben alles bezet: de halve Sejm (parlement), de senaat, de radio, de televisie.”

Een eindje verder staat een groepje ’tegenstanders’ van Wielgus. „Die communistische agent ziet af van het aartsbisdom van Warschau en de paus heeft het ontslag aanvaard”, zegt meneer Mizikowski tevreden. Een ander zegt: „Dit is de eerste echte overwinning van de Polen sinds 1989, toen dit soort agenten zich in allerlei functies in ons Polen begonnen te nestelen, variërend van het staatshoofd, tot premier.”

Middelbare scholier Tomasz valt hen bij. Hij vindt dat je voor vergiffenis eerst boete moet doen. „Als dat niet gebeurt is er sprake van hypocrisie, want de aartsbisschop loog gewoon. De bisschoppen gedragen zich alsof zij alleen de kerk zijn. Maar dat is niet zo. De kerk, dat zijn ook de gelovigen”, aldus Tomasz.

Elzbieta is het van harte met hem oneens. „Je moet je niet met de kerk bemoeien. Daar zaai je alleen maar verdeeldheid mee. We willen geen vrijmetselaars als bisschoppen. Wij willen Wielgus.”

Even later trekt zij met de andere Wielgus-aanhangers op naar het bisschoppelijk paleis. „Blijf bij ons”, scandeert de menigte. „We houden van je.” Het zijn de leuzen waarmee ooit Johannes Paulus II in zijn vaderland werd begroet. Maar er is een andere bij: „Wij willen een Pool.”

mailIcon print |