*

 

In de zorg gaat het om productie

door Wilfried van der Bles, Wilfried van der Bles − 06/01/07, 00:16

Els Hoogstraten en Menno van Hoeve, twee gemotiveerde verpleegkundigen, namen per 1 januari ontslag bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Niet omdat ze ruzie hebben of omdat ze uitgekeken zijn op hun vak. Maar omdat ze vinden dat ze de patiënten niet meer die kwaliteit kunnen leveren die volgens hen nodig is.

Els Hoogstraten (41): „We hopen dat collega's elders in het land ons verhaal herkennen. En ook de patiënten. Mensen weten nauwelijks wat er gaande is in de ziekenhuizen. En wij vragen ons af of de regering eigenlijk wel weet wat ze aan het doen is.”

Die herkenning zou heel goed kunnen. Onder druk van de regering hebben de algemene ziekenhuizen in 2004 een prestatiecontract met de regering afgesloten. Zo zijn de ziekenhuizen – de universitaire medische centra niet uitgezonderd – bezig met een enorme efficiencyslag. De kosten moeten in de hand worden gehouden. Ook de invoering van de marktwerking en concurrentie in de zorg noopt de ziekenhuizen tot doelmatigheid. Het Erasmus MC in Rotterdam heeft daartoe een ambitieus programma op poten gezet: ’Ruimte voor nieuw’. Het plan is om in de komende jaren tien procent doelmatiger te werken, zodat geld wordt vrijgespeeld voor nieuw beleid. Menno van Hoeve (37): „Hoe kun je met minder mensen hetzelfde werk doen? Met dat soort onderzoeken wordt gesmeten. Ook bij ons.”

Hoogstraten: „We hoeven hier geen onderzoeksbureau over de vloer. Onze verpleegkundige die de werkzaamheden op de vloer coördineert, kan in één uur opschrijven wat er moet gebeuren. In plaats daarvan hebben we hier een week lang om de tien minuten moeten klokken waar we mee bezig waren. Dat onderzoek ging door het hele ziekenhuis heen.”

Hoogstraten en Van Hoeve werken op de afdeling gastro-intestinale chirurgie, zorg 'van mond tot kont’, zoals ze zelf zeggen. Het is geen vrolijke afdeling, want er liggen patiënten met darm-, lever- en slokdarmkanker. Er wordt veel terminale zorg geleverd. De afdeling is nieuw, bestaat nog maar negen maanden en is tot stand gekomen na een fusie van twee afdelingen. Voordien werkten beiden op een afdeling voor lever- en nierpatiënten en patiënten met slokdarmkanker. Hoogstraten: „Het was daar niet alleen maar oncologie. Dankzij de lever- en niertransplantaties konden de patiënten er ook nog eens leuk opknappen in plaats van doodgaan.”

Op hun vorige afdeling werkten ze in dagdienst met vijf verpleegkundigen op twintig patiënten. Nu met één verpleegkundige plus een leerling op acht patiënten. Van Hoeve: „En dan te bedenken dat oncologie een veel zwaardere afdeling is. De psycho-sociale zorg is er veel intensiever. Maar we hebben er geen tijd meer voor, terwijl die misschien op dat moment veel belangrijker is dan de lichamelijke zorg.”

Het zit de twee verpleegkundigen zeer hoog: de werkdruk, het feit dat ze niet meer toekomen aan wat ze zien als hun primaire taak: aandacht en zorg voor de patiënten. Van Hoeve: „Alleen de administratie al. Wat we allemaal niet moeten opschrijven. De druk wordt steeds hoger. Het frustreert dat je niet meer kan bieden wat je wilt bieden.”

Wat willen ze dan bieden? „Kwaliteit”, zegt Hoogstraten. Van Hoeve: „Zorgen dat mensen hun waardigheid behouden.”

Hoogstraten: „Je wilt betrokken blijven bij de patiënten. Als verpleegkundige kun jij het verschil maken door net wat meer te geven dan het allernoodzakelijkste: een gesprek, tijd, aandacht, humor. Maar helaas dat kan niet meer. 's Ochtends na het wassen van de patiënt roepen we steeds: we zijn zo terug. Maar we weten wel beter: die dag komen we niet meer. Meestal is er één patiënt met wie het zo slecht gaat dat je daar de hele dag mee bezig bent. Voor de anderen heb je dan geen tijd. Dat is heel beangstigend, want binnen een uur kan het crisis zijn met een andere patiënt. Patiënten met maag-darmchirurgie kunnen plotseling heel snel achteruit gaan.”

Van Hoeve: „Daar wil je toch geen verantwoordelijkheid voor nemen? Je moet zo op je qui vive zijn. De patiënt is een product geworden. Je moet per jaar je target halen. En wij als verpleegkundigen zijn voor het management niet veel meer dan een micro-sectienummer. Dat is het nummer dat voor de wasserij in het boordje van je bedrijfskleding is genaaid.”

Van Hoogstraten: „Productie draaien. Daar gaat het om. Het management moet nu eenmaal mooie cijfers kunnen laten zien aan de leiding.”

Van Hoeve: „Is er op onze afdeling iemand dood, dan kun je er vergif op innemen dat er vaak dezelfde dag nog een nieuwe patiënt ligt, soms binnen het uur nadat het lichaam van de patiënt naar het mortuarium is gebracht.” Hoogstraten: „De intensive care is onze belangrijkste leverancier. Een vriend van mij is kok. Hij is altijd weer verbaasd. Hij zegt: productiedwang is iets in mijn vak, toch niet in de zorg?”

Hoogstraten werkte sinds 1991 in de verpleging, eerst in het academisch ziekenhuis van Leiden, de laatste zeven jaar in het Erasmus Medisch Centrum. Van Hoeve werkte sinds 1991 in de zorg, waarvan de laatste twaalf jaar in het Erasmus MC. Het besluit om op te stappen is niet van de ene op de andere dag genomen. Van Hoeve: „Dat gaat heel langzaam. Een jaar geleden na de zomervakantie lag het idee dat ik weer aan het werk moest al als een steen op m'n maag. Maar ik ging toch weer. Het is zo moeilijk afscheid te nemen van je collega's. Maar uiteindelijk voel je je toch loskomen.” Hebben Van Hoeve en Hoogstraten wel geprotesteerd tegen de gang van zaken, gevochten voor een andere aanpak? Hoogstraten: „Nou en of we dat hebben geprobeerd. We hebben gepraat met ons nieuwe unit-hoofd. Maar zij is ook duidelijk aan handen en voeten gebonden. Ze kon niets met ons verhaal over kwaliteit. Eerder hebben we tegen de reorganisatie gevochten. We wilden de transplantaties niet kwijt. Ook de laatste tijd maakten we ons druk, ondanks ons aanstaande ontslag. Maar daar begrepen ze niks van: je hebt toch ontslag genomen, zeiden ze dan.”

Van Hoeve: „Uiteindelijk beslist de raad van bestuur. Daar hebben ze geen idee van wat er speelt. Als zij het over marktwerking hebben, dan maken ze zich meer druk om het imago van het ziekenhuis dan om de patiënt. Tv-series dragen er ook aan bij dat mensen denken dat het er in ziekenhuizen zo mooi aan toegaat. Zo'n SBS-serie als ’Medisch Centrum’, daar schaam ik me voor. Die geeft niet weer wat het vak is.”

Het ziekenhuisbestuur betreurt het vertrek van beide werknemers maar wil verder niet reageren: „Het is hun eigen verhaal.”

Van Hoeven en Hoogstraten zijn niet de enigen die vertrekken. Op hun afdeling houden vijf andere mensen het ook voor gezien. Sommige met jarenlange ervaring. Om dezelfde redenen. Maar niet allemaal verlaten ze het Erasmus MC. Sommigen gaan bijvoorbeeld werken op een poli. Dat hadden Van Hoeve en Hoogstraten natuurlijk ook kunnen doen. Maar, zegt Hoogstraten: „Met het Erasmus ben ik nu wel klaar. Ik zoek dynamiek in m'n werk. Oogheelkunde of zo is niet mijn ding.” Van Hoeve: „Ik voel me überhaupt al zo'n terrorist. Ik ben niet trots meer op dit instituut.”

In de zorg dreigen grote tekorten aan personeel. Het verhaal van Hoogstraten en Van Hoeve is bepaald niet wervend. Dat beseffen ze.

Van Hoeve: „Het verpleegkundige beroep heeft een soft imago. Het gaat helemaal in tegen de trend van veel geld verdienen, ieder voor zich. Ook financieel is het niet aantrekkelijk. Je verdient pas aardig dankzij onregelmatige diensten. Zonder die diensten kom je op zo'n 1500 euro per maand. Met diensten komt er nog eens een paar honderd euro bij. Maar geld moet niet je drijfveer zijn. Het gaat ook om ethische waarden.”

Van Hoeve constateert dat de hele cultuur in het ziekenhuis door het oprukkende management-denken veranderd is. Er is minder betrokkenheid, minder verantwoordelijkheidsgevoel. „Vroegere diensten zoals het schoonmaakbedrijf zijn uitbesteed. Vroeger pakte je de telefoon als iets stuk was en dan kwam de technische dienst direct. Nu zeggen ze: we komen morgen wel.”

Het zit er voor Van Hoeve en Hoogstraten in het Erasmus MC op. Hoogstraten gaat nu aan de slag in de zorg voor dak- en thuisloze verslaafden en prostituees. Van Hoeve gaat werken via een uitzendbureau. „Ik hoef niet per se terug in de zorg. Een frisse wind zou wel eens goed voor me kunnen zijn.”

mailIcon print |