Mijn vriend Sjef van der Molen, die de foto bij dit natuurdagboek maakte, betrapte de koninginnepagerups in zijn tuin op venkel, waarvan het dier de vruchtjes at. Volgens hem wordt de rups daar moddervet van. De plompe rupsen van de koninginnenpage zijn toch al tamelijk dik. Ze leven op een groot aantal schermbloemigen zoals peen, dille, venkel, karwei, engelwortel, fluitekruid, pastinaak, anijs en kleine bevernel, maar blijven het kleinst op zevenblad. Normaal meet de rups zo’n vier centimeter. De eitjes zijn steeds afkomstig van zwervers, die vooral in warme zomers hier belanden. De hete zomer van 1947 was een invasiejaar. Toen kreeg ik de rupsen regelmatig van een buurman, die ze had aangetroffen op de worteltjes in zijn moestuintje. Ook vorig jaar was warm genoeg. De kogelronde, bleekgele eitjes worden één voor één op de bloemknoppen of de bladtoppen van de voedselplant gelegd. De rupsen groeien tamelijk snel. In een maand zijn ze klaar om zich aan een stengel te verpoppen. De pop wordt met het kopeinde omhoog gehouden door middel van een gordeldraad.
De rups is groen met zwarte dwarsbanden, waarin rode stippen. Als hij nog jong is, is hij zwart met korte doorntjes en een witte veeg over de rug. Net een vogelpoepje. Als je ze aanraakt, kunnen grote rupsen uit de rugzijde van het eerste borstsegment vlak achter de kop een gaffelvormige oranjegele nekklier, de zogenaamde vleesvork, uitstulpen, waarbij zij een eigenaardig geurende stof kunnen afscheiden. Belagers worden er waarschijnlijk door afgeschrikt. Na een paar storingen laat de rups dit vertoon achterwege.
iwww.trouw.nl/groen voor eerdere afleveringen en vragen over inheemse natuur.© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.