Noord-Afrikaanse snuisterijen zijn in de mode. Glaswerk, keramiek, kleine meubels, lampen, geen Nederlands stadscentrum waar je er niet tegenaan loopt. Ook de warenhuizen doen mee, Hema, V & D; Xenos, tot Ikea aan toe, waar de kleine blikken lantaarntjes met gekleurde ruitjes in stapels staan opgetast bij de kassa. Leuk voor in de tuin, voor naast de deur, of op de schoorsteen, zo rond de feestdagen. Als de trend gevestigd is begint het mutatieproces, mozaïeklantaarn A, waar het mee begon, die kennen we op een gegeven moment wel, en dan verschijnt variant B. Na een tijdje zie je ook die overal; dus de importeur zoekt verder. De blikslagers van een vallei verderop, wat maken die? Kijk eens aan; een aardige variant, die vast in de smaak zal vallen. Traditionele zink- en blikproducten, emmers, gieters, plantenbakken, afvaltonnen, veroveren de tuin, dus voor het interieur moet er iets anders komen, iets net even rustiekers, iets warmers ook, want dat is de nieuwe trend: warm. Bruin bijvoorbeeld komt weer helemaal terug. En de inkoper van de Bijenkorf of Xenos, of een zelfstandige, een oude hippie uit Amsterdam die verknocht is aan Noord-Afrika en een van de eerste was die dat spul verkocht in zijn winkel in de Pijp, die ziet hetzelfde zinken lantaarntje hangen, maar dan met een donkerbruin patina.
- Hé, wat is dat? Ander materiaal?
De blikslager lacht.
- Ja en nee.
Hij neemt de inkoper mee naar de werkplaats; pakt een emmer, een jerrycan en een wit-zinken lantaarntje. Dat even later bruin is, metalig, oneffen, als een donker brons.
- Wow! zegt de inkoper. - Vijfhonderd stuks graag.
En zo gaat het.
Je loopt op een ochtend vroeg door Marrakesj, in de souk gaan ratelend de rolluiken omhoog, de eerste brommertjes zoeven langs je heen, ook het neergeslagen stof komt weer in beweging, en in de verte klinkt ketelmuziek, steeds harder, steeds dichterbij, een razend ratelen van metalen slagen, klaterend, als een hagelbui op een stad van blik. Je slaat een hoek om en bent op de Place de Ferblantiers, het plein van de blikslagers. Daar hangen ze, al die trendy Noord-Afrikaanse accessoires uit de glossies, de woonwinkels en de warenhuizen. Hier worden ze gemaakt. En daar, op de grond, naast het rooster van een put, zit een jongetje van een jaar of twaalf, in een soort werkmans-kaftan, bijeengehouden door een dikke leren riem. Naast hem een stel van de bekende blikken waxine-lantaarntjes, zilverkleurig. Een voor een dompelt hij ze onder in een teil met vloeistof, hij baadt ze, als een baby in een badje, spoelt ze af boven de put en zet ze naast zich neer, in de zon. Bruin, glanzend. Zoals Xenos ze wil hebben.
Een Marokkaans meisje brengt hem een glas thee. Ze draagt donkerblauwe skinny jeans.
De wereld is een dorp. Een souk op kerosine.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.