De buitenschoolse opvang binnen het schoolgebouw komt maar niet van de grond. De scholen vallen terug op bestaande opvangadressen in de buurt. Maar die kunnen de toenemende vraag niet aan. Vooral in de Randstad en in Vinex-wijken zullen wachtlijsten ontstaan.
Op school van half acht ’s ochtends tot half zeven ’s avonds. Dat was het idee achter de nieuwe maatregel voor buitenschoolse opvang. Maar de meeste scholen sturen hun kinderen om drie uur toch de deur uit.
Geen gesleep meer met kinderen, leren én ontspannen op dezelfde plek, binnen de muren van het schoolgebouw. Dat was de bedoeling van VVD’er Jozias van Aartsen en PvdA’er Wouter Bos, drijvende krachten achter de nieuwe regeling voor buitenschoolse opvang.
Basisscholen hebben sinds 1 januari de ’inspanningsverplichting’ om kinderen van werkende ouders ook voor en na schooltijd bezig te houden. En vanaf 1 augustus moeten ze die opvang ook echt gerealiseerd hebben, bijvoorbeeld in samenwerking met kinderopvangorganisaties, en mogelijk in het schoolgebouw.
Maar dat laatste lijkt niet erg van de grond te komen, zo blijkt uit onderzoek van de MO-groep Kinderopvang, waarbij tachtig procent van de ondernemers in de kinderopvang is aangesloten. Slechts in 6 procent van de gevallen vindt de buitenschoolse opvang plaats in een ruimte binnen de school. De meeste scholen verwijzen ouders door naar bestaande kinderopvangadressen in de wijk.
Klaslokalen zijn niet geschikt voor activiteiten buiten het lesprogramma – ze zijn te klein, ze staan vol met lesbanken. En ze voldoen vaak ook niet aan eisen als ’afgeschermde verwarmingen’ (zodat kinderen zich niet kunnen branden) en ’deurspleetbeveiligers’ (die moeten voorkomen dat kinderen hun vingers bezeren).
En sowieso is het klaslokaal – waarin de hele dag druk gerekend en geschreven is – niet zo’n goede omgeving voor ontspanning, vindt Rob Vergeer, woordvoerder van de MO-groep. Een andere, geschikte ruimte hebben de meeste scholen niet.
En dus doen ze een beroep op de professionals in de buitenschoolse-opvangbranche. Die verwachten dat de vraag naar kindplaatsen in de loop van 2007 met zo’n 20 procent zal groeien van 85.000 naar 102.000 plaatsen. Vooral op maandag, dinsdag en donderdag – de meest populaire werkdagen – willen ouders hun kinderen na schooltijd graag onderbrengen. Voor opvang vóór schooltijd (vanaf half acht ’s ochtends) is vooralsnog weinig belangstelling.
Waardoor het komt dat ouders dit jaar mogelijk meer gebruik willen maken van de buitenschoolse opvang, is niet duidelijk. De inspanningen van de school zouden een rol kunnen spelen, maar ook de aantrekkende arbeidsmarkt en de gunstiger financiële regeling. Vanaf 1 januari zijn alle werkgevers verplicht om aan de opvang mee te betalen.
En of de opvangcentra aan de toenemende vraag kunnen voldoen, is niet zeker; de MO-groep verwacht dat er vooral in de Randstad en in kindrijke Vinex-wijken wachtlijsten zullen ontstaan. Het grootste knelpunt is de locatie: de bestaande kinderopvangorganisaties hebben te weinig capaciteit en gemeentes komen (nog) niet met genoeg geschikte nieuwe ruimtes over de brug.
Daarvoor heeft Alien Alberts, directeur van de Noord-Hollandse kinderopvangorganisatie Berend Botje, wel een verklaring: gemeentes voelen zich niet meer zo verantwoordelijk voor de kinderopvang, sinds die geprivatiseerd is. „Ze denken: het is onze zorg niet meer, jullie zijn toch ondernemers? Je moet ze even wakker schudden.” Zij hoopt van de gemeente Enkhuizen toestemming te krijgen om – tijdelijk – een woonhuis te mogen gebruiken voor buitenschoolse opvang.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.