Elektriciteit is Afrika een schaars goed. Massaal investeren in energiecentrales duurt te lang voor de huishoudens. Zij moeten volgens de Wereldbank snel aan de zeer zuinige LED-verlichting.
Een kwart miljoen Afrikanen moet in 2030 de beschikking hebben over licht afkomstig van schone energie. De Wereldbank denkt daarbij vooral aan de zuinige LED-verlichting.
LED-verlichting, afkomstig van lichtgevende halfgeleiders, wordt nu al veelvuldig toegepast in bijvoorbeeld zaklantaarns. Het grote voordeel is dat het licht kan worden opgewekt met zonlicht of middels mechanische opladers die werken met handkracht of via pedalen. De LED-verlichting moet in Afrika de gevaarlijke kerosine-lampen en -kandelaars vervangen. De walm van kerosine is zeer schadelijk voor de gezondheid en leidt in de praktijk veelvuldig tot hutten die in de brand vliegen.
Volgens de IFC, de private arm van de Wereldbank, besteden Afrikaanse huishoudens nu nog een tiende van hun inkomen aan het verlichten van hun onderkomens. Dat geld kan makkelijk worden uitgespaard als de zeer zuinige LED-verlichting wordt geïntroduceerd. De arme Afrikanen die nu nog afhankelijk zijn van kerosineverlichting zouden gezamenlijk 17 miljard dollar op jaarbasis kunnen besparen.
De nieuwe technologie wordt zelfs geprefereerd boven energieopwekking via diesel-generatoren. Generatoren vergen een investering die veel arme Afrikanen zich niet kunnen permitteren en zijn daarbij ook luchtvervuilend. Dat laatste nadeel kleeft niet aan de LED-lampen.
Afrika heeft een schrijnend tekort aan elektriciteit. Slechts vier procent van de elektriciteit die in de wereld wordt opgewekt, komt van Afrikaanse centrales. En dan vindt de opwekking ook nog eens plaats in een bescheiden aantal landen; Zuid-Afrika en Egypte nemen het leeuwendeel voor hun rekening.
De LED-verlichting alleen biedt geen soelaas voor dat stroomtekort. De bedrijven moeten rap op duurzame energie kunnen vertrouwen. De Wereldbank rekent voor dat veel Afrikaanse landen twee procent van hun economische groei zien weglekken door een onbetrouwbare stroomaanvoer. De bank ziet in Afrika wel veel goede plannen om op duurzame energieopwekking over te gaan. Zuid-Afrika is inmiddels al aan de bouw van een fabriek voor ethanol uit rietsuiker begonnen en in Senegal is door president Abdoulaye Wade een apart ministerie voor duurzame energie opgericht.
Boven de markt hangt ook nog altijd het plan om dammen te leggen in de rivier de Congo. Het water uit de stuwmeren zou via een aantal waterkrachtcentrales goed zijn voor 40.000 megawatt aan elektriciteit en levert volgens de Wereldbank zo een vermogen dat twee keer zo groot is als de Drie Klovendam in China. De centrales in de Congo-rivier worden ook weleens het Marshallplan voor Afrika genoemd. Het is echter hoogst twijfelachtig of dit plan ooit realiteit wordt. Congo verteert nog altijd de gevolgen van de burgeroorlog. En de investering is enorm groot. Aan de waterkrachtcentrale in de Congo hangt een prijskaartje van 40 miljard dollar en dat is is grofweg drie keer zoveel als sinds 1985 in Afrika aan infrastructuur voor elektriciteit is uitgegeven.
Congo is niet de meest aantrekkelijke plek voor een miljardeninvestering. Het land heeft een zeer slechte reputatie bij investeerders en de Wereldbank alleen kan een dergelijk hoog bedrag niet ophoesten. Daarbij ligt de Wereldbank al jaren onder vuur van milieu- en mensenrechtenorganisaties als het gaat om mega-projecten als dammen.
Het plan om Afrika aan de LED-verlichting te helpen wordt morgen officieel gepresenteerd in Zuid-Afrika.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.