Inburgeren in Europa: hoe doen we dat? Wie stelt er strenge eisen aan nieuwkomers, en wie legt ze nog in de watten? Trouw laat inburgeraars aan het woord.
Victor Okeadu zit op een woensdagochtend keurig in het pak achter zijn bureau. Het Nigeriaanse gemeenteraadslid is verdiept in een dossier over de ombudsman van Rome. „Ik vind dat die niet goed functioneert. Buitenlanders die hier legaal wonen, worden niet altijd door hem ontvangen. Dat komt omdat het onduidelijk is of hij niet-Italiaanse staatsburgers wel moet helpen. Ik wil dat de gemeente vastlegt dat alle inwoners – staatsburger of niet – bij de ombudsman terecht kunnen. Dat ga ik in de gemeenteraad bespreken.”
Okeadu (46) is een van de vier ’adjunct-gemeenteraadsleden’ die in 2006 rechtstreeks zijn gekozen door de bewoners van Rome en van buiten de Europese Unie komen. De vier raadsleden, drie mannen en een vrouw, vertegenwoordigen ieder een continent: Afrika, AziĆ«, Latijns-Amerika en Oost-Europa. Geen van hen is Italiaans staatsburger en daarom hebben ze in de gemeenteraad geen stemrecht. „Maar we mogen met voorstellen komen, advies geven en kwesties op de agenda zetten. We hebben dus wel degelijk macht en invloed”, vertelt Okeadu in vloeiend Italiaans.
De Nigeriaan is niet een van die straatarme Afrikanen die in gammele boten naar ItaliĆ« komen. Nee, Okeadu komt uit een welvarende familie en woont sinds 1980 in de Italiaanse hoofdstad. Hij is er rechten en psychologie komen studeren en ontmoette er zijn Nigeriaanse echtgenote. Totdat Okeadu zich vorig jaar verkiesbaar stelde, was hij ondernemer. „De EU bepaalt dat alle niet-EU-burgers deel moeten kunnen nemen aan het politieke leven. Ik wilde van dat recht gebruik maken. Raadslid zijn zie ik als een persoonlijke verrijking.”
Zijn belangrijkste taak vindt Okeadu het verkleinen van de afstand tussen autochtonen en allochtonen. „Aan de ene kant geef ik, door een respectabele functie te vervullen, naar de Romeinen toe een positief beeld van de immigrant. Ik laat hen zien dat wij niet alleen maar dieven en bedelaars zijn. Helaas is dat nog steeds hoe ze ons zien”, zegt hij. „Aan de andere kant zorg ik ervoor dat de problemen van de immigranten op de politieke agenda komen – en dan heb ik het over zaken als betaalbare huisvesting, verblijfsvergunningen en werkgelegenheid. Via mij worden niet-staatsburgers meer bij het openbare leven betrokken. Door me daar fulltime mee bezig te houden, help ik de integratie daadwerkelijk een handje.”
Het adjunct-raadslid werkt in een opvallend leeg kantoor, zonder computer en mobiele telefoon. Zijn visitekaartjes heeft hij zelf met lijm en schaar in elkaar geflanst. Okeadu zegt zo’n vijfhonderd euro per maand te verdienen. Maar hij wil geen kwaad woord horen over zijn spartaanse werkomstandigheden. „Een computer zou inderdaad handig zijn, ja. Maar we delen met z’n vieren een secretaresse die er wel eentje heeft. En de buitenlanders die me willen spreken, weten me hier te vinden. Ook zonder dat ik een mobiele telefoon heb.”
Door regelmatig langs Afrikaanse ambassades te gaan en spreekuur in zijn kale kantoor te houden, blijft Okeadu op de hoogte van wat er in de buitenlandse gemeenschap speelt. Op woensdagmiddag is hij doorgaans op het Capitool te vinden om de chaotische zittingen van de gemeenteraad bij te wonen.
„Okeadu en de andere drie adjunct-raadsleden zijn ontzettend nuttig”, verzekert Gianluca Quadrana, een wethouder met immigratie in zijn portefeuille, terwijl hij in de bar van het Capitool een espresso drinkt. „Zij zetten kwesties op de agenda waar wij Italianen geen flauw benul van hebben. Zij kennen de problemen van de hun gemeenschap, wij nauwelijks. We hebben die vier dus echt nodig. Want als gemeenteraad horen wij te werken voor alle Romeinen.”
iHet eerste deel van deze serie is te lezen opwww.trouw.nl/inburgeren© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.