De Nederlandse roeiploeg stelde in Luzern zes olympische nominaties veilig en mocht daarnaast acht medailles mee naar huis nemen.
De vier-zonder-stuurman zorgde tijdens de wereldbekerfinales voor de meest opmerkelijke prestatie door de ijzersterke Britten de eerste nederlaag in drie jaar te bezorgen. Geert Cirkel, Matthijs Vellenga, Jan-Willem Gabriëls en Gijs Vermeulen wonnen zodoende - als derde Nederlandse team ooit - ook de wereldbeker. Het team kreeg als extra beloning een olympische nominatie. Ook skiffeur Sjoerd Hamburger, de vier-zonder-stuurman lichtgewicht, Nienke Kingma/Helen Tanger (twee-zonder) en beide Achten verzekerden zich van een nominatie.
In de klasse vier-zonder-stuurman lichtgewicht kwamen Gerard van der Linden, Ivo Snijders, Roeland Lievens en Paul Drewes 0,02 seconde te kort voor zilver. Die medaille ging naar Frankrijk, het goud was voor Groot-Brittannië. Ook de Vrouwen Acht pakte op de Rotsee brons.
In de niet-olympische klassen kregen vijf equipes een medaille omgehangen. Vooral de gouden medaille van Marit van Eupen sprong eruit. De lichte skiffeuze won haar tweede wereldbekerwedstrijd op rij en ligt daarmee op schema om over ruim een maand in München haar derde wereldtitel op rij te veroveren.
De Britten verslaan. Soms vroegen de vier-zonder-stuurman zich af of het überhaupt mogelijk was. De statistieken wezen namelijk uit dat Groot-Brittannië heer en meester was in de betreffende klasse. Het kwartet dat na de Zomerspelen van Athene werd samengesteld (Steve Williams, Peter Reed, Alex Partridge en Andrew Triggs Hodge) was sinds 2004 ongeslagen. Ze wonnen liefst 30 wedstrijden op rij en gaven hun concurrentie slechts sporadisch een greintje hoop.
Eind mei, bij de WB-wedstrijden in Linz, lag de Oranje-boot halverwege de wedstrijd eventjes aan kop. Het voelde als een overwinning, ook al eindigden de Nederlanders uiteindelijk als tweede.
Achteraf bezien bleek die prestatie wel de opmaat voor de opmerkelijke nederlaag van de Britse roeiers. Nadat de wereldkampioenen bij de WB-races in Amsterdam zich hadden afgemeld (ze namen plaats in een Acht), kwam in Luzern een einde aan hun formidabele zegereeks. Cirkel, Vellenga, Gabriëls en Vermeulen bereikten na 5.51,48 de finish en zagen dat hun concurrenten ruim een halve seconde later waren.
„Dit is heel gaaf. Eigenlijk kan ik het nog niet helemaal bevatten”, reageerde Vellenga, die ook een kanttekening bij het succes plaatste. Bij de Britten ontbrak namelijk Partridge vanwege een blessure. Hij werd vervangen door Tom James. „Daarom staat het bij de volgende race gewoon weer 0-0”, meende hij.
Na de WB-ontmoeting op de ’eigen’ Bosbaan (vorige maand) had het kwartet twee lange praatsessies ingelast om enkele details te verbeteren. Vooral in de slotfase roeiden de mannen in Amsterdam niet optimaal, waardoor ze toen het goud verspeelden aan Nieuw-Zeeland. „Wanneer we afspraken de eindsprint in te zetten, bleek dat we technisch op verschillende manier gingen roeien. En dan ontspoor je”, wist Cirkel.
Na een uitvoerige analyse vonden de manschappen een concept waarin ze zich allemaal prettig voelden. Voor Vellenga betekende dat bijvoorbeeld dat hij in de slotfase het ’mooie roeien’ loslaat. „Het is een illusie dat je dat nog kan in de slotfase. Je moet leveren wat je nog hebt. Nu ging het iets rücksichtloser.”
Wellicht was de eindsprint technisch niet perfect, maar de Oranje-boot sneed wel razendsnel door het Zwitserse water. Voor het eerst versloeg de Oranje-boot de Britten, voor de derde keer ooit won een Nederlandse formatie het eindklassement van de wereldbeker en als toetje kregen de mannen ook nog een olympische nominatie. Toch leverde die uitzonderlijke prestatie hen niet veel extra's op. Een geldprijs is er niet en de bokaal kon Jan-Willem Gabriëls niet echt waarderen. Hij omschreef de trofee als „een lelijk gouden ding van schuimplastic”.
Maar ook hij weet dat de ultieme beloning pas volgend jaar wordt uitgedeeld. Tijdens de olympische regatta van Peking.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.