Geen vuile, pompende jazz was er te beluisteren op North Sea Jazz, maar sommige muziek was best verkwikkend.
Jazz
North Sea Jazz, gezien: vrijdag en zaterdag in Ahoy¿ Rotterdam. www.northseajazz.com.
Vijftien podia, druk bezet met internationale jazz-muzikanten en pop-, soul- en hiphop-artiesten. Vastberaden baant het publiek zich een weg door de hoofd- en zijstraten van het Ahoy¿-complex in Rotterdam, op naar een volgend hoogtepunt. Het festival stoomt op volle kracht vooruit. Toch lopen er in die gelukkige massa ook North Sea Jazz-bezoekers te zoeken. Ze kunnen niet kiezen, of hebben daar weinig geluk bij, en krijgen steeds iets te horen wat net niet bevalt.
Berend Dubbe kwam vooral om The Cinematic Orchestra uit Groot-Brittannië te zien. Maar na twee nummers loopt hij de tent alweer uit, het is niet wat hij verwachtte. ,,Deze muziek moet je in een stil, donker theater horen, of thuis op de bank. Niet in zo¿n tent met een slecht geluid.”
Het programma is lang en vol, er komt nog genoeg. Zo speelt Keb’ Mo’ zo meteen met zijn bluesband. Maar nee: ,,Blues is rood licht”, oftewel gevaarlijk terrein voor muziekliefhebbers met gevoelige smaakpapillen. Zojuist zag Dubbe Joe Bonamassa al, een zweterige gitarist uit de VS, wiens bluesrock vooral voorspelbaar was. ,,Al vermaakte het publiek zich wel.”
De kleine zaaltjes dan? Dubbe houdt van ’pompende, vuile jazz’ en North Sea Jazz kan erg keurig zijn. Ook het programma rond regisseur Spike Lee en diens vaste filmcomponist Terence Blanchard viel vrijdag wat tegen. ,,Ik miste de films. Filmmuziek kan niet altijd zomaar op eigen benen staan.” Ook niet als die gespeeld wordt door het Metropole Orkest, waarmee Dubbe¿s groep Bauer vorig jaar een fraai live-album maakte.
Eerder deze avond gaf het orkest nog twee concerten met Trijntje Oosterhuis. Dubbe had zelf wel op het podium willen staan, maar loopt nu rond als een ’niet zo positieve’ muziekconsument. ,,Weet je wat ik doe: ik ga naar huis en zet Art Blakey and the Jazz Messengers op. Keihard.”
Verderop signeert Oosterhuis aan tafel. Naast haar zit de 14-jarige Kim Hoorweg, die op het festival debuteerde met Gershwin-songs. Ze oogt onwennig naast de ervaren popdiva Oosterhuis, gekleed in zwart leer, wat volgens een toeschouwster ¿ontzettend heet¿ en volgens haar vriendin ¿geen echt leer¿ is. Al is Hoorweg jong, Oosterhuis volgt haar ¿al jaren¿. ,,Op mijn eerste jazz-cd werkte ik met The Houdini’s, waarin haar vader pianist is. Kim kwam steeds kijken bij de repetities.”
Als een grote platenmaatschappij een cd van een jong talent uitbreekt, klinkt dat jazzpuristen meteen verdacht en commercieel in de oren. ,,Iedereen die iets negatiefs over haar te melden heeft moet eens ophouden! Ze is jong en heeft de tijd nodig om zichzelf te ontwikkelen. Kim moet lekker doen waar ze zin in heeft. Veel zingen, dan komt ze er wel. „ Ze traden tegelijkertijd op. ,,Is je optreden opgenomen? Dat zal toch wel? In ieder geval het geluid?” Hoorweg weet het niet. Ze bellen elkaar morgen.
Iedereen wil wel op North Sea Jazz spelen, ook als dat muzikaal minder logisch is. Zo schreef chansonnière Wende Snijders vorig jaar op álle papiertjes die ze tegenkwam: ’Ik wil op North Sea Jazz staan¿, zo vertelt ze tijdens haar optreden. ’Je suis là’, zingt ze nu gelukzalig.
North Sea Jazz is natuurlijk geen jazzfestival meer, zegt vocalist Wouter van Hamel, die vrijdag een niet zo uitgesproken maar sympathiek optreden gaf: ,,Er staat van alles.” Van de akoestische liedjes van singer-songwriter Jason Mraz, tot de raps van Snoop Dogg, de pop van Steely Dan en de soulvolle r & b van de zelfbewuste en overtuigende India.Arie in de te grote Nile-hal.
Paul Anka bewoog zich op het rockpad door klassiekers met een bigband-saus te overgieten. De tekstschrijver van ’My Way’ heeft zijn gladde uitstraling tegen, maar bewees zich toch als ervaren entertainer en sfeermaker. Goed bij stem bovendien, en minder gemakzuchtig dan soulzanger Al Green in diens optreden. Zijn gilletjes kwamen er nog soepel uit, maar verder liet hij veel werk over aan band, achtergrondzangers en publiek. Daarbij zorgden de vele liefdesverklaringen, ook aan zichzelf, voor lichte ergernis.
Festivalartiest en trompettist Wynton Marsalis nam vrijdag en zaterdag plaats op de achterste rij van het Lincoln Center Jazz Orchestra. Vrijdag brachten ze een ode aan de stoomtrein, zaterdag trokken ze een volle zaal met stukken van componist-saxofonist Ornette Coleman, die gistermiddag zelf nog optrad. Geen pompende jazz, maar een orkest dat helder (¿Peace¿), energiek (¿Free¿) en spookachtig (¿Sadness¿) klonk, en zo een verkwikkende ontsnapping bood aan de bijenkorf en zijn vele duizenden bewoners.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.