Niets, is het veelgehoorde advies. Leun achterover en geniet van de reis. Wie in een zwart gat valt, is sowieso reddeloos verloren. Tegenstribbelen zou het einde alleen maar bespoedigen. Wat dat betreft wordt een zwart gat wel het kosmische equivalent van drijfzand genoemd. Spartelaars komen juist vaster te zitten.
Maar twee Australische fysici ontmaskeren deze mythe. Ze hebben aan het probleem gerekend en hun conclusie is overduidelijk: zet in zo’n geval je raketmotoren aan. Je zult niet ontsnappen, maar je reis duurt wel wat langer.
Vooropgesteld: het is een wat hypothetisch geval. Niet alleen omdat de ongelukkige ruimtevaarder niet over zijn avonturen kan verhalen; zelfs zijn radiosignalen zullen het zwarte gat niet meer kunnen verlaten. Maar vermoedelijk maakt hij er ook zelf niets meer van mee. De röntgenstraling die het hemellichaam uitzendt, heeft hem al vroegtijdig geroosterd.
Ook de buitenwereld merkt er niets van. Zijn kompaan, die in het moederschip is achtergebleven, ziet de stakker het zwarte gat steeds langzamer naderen. Het kost de beelden van diens reis namelijk steeds meer moeite om aan de enorme zwaartekracht te ontsnappen. Als de ruimtevaarder de horizon van het zwarte gat bereikt, het punt waarop er zelfs voor het licht geen terugkeer meer mogelijk is, lijkt hij stil te staan. Bevroren in de tijd.
Maar hijzelf valt natuurlijk gewoon door. Afhankelijk van de grootte van het gat kan dat nog wel even duren – gaat het bijvoorbeeld om het zwarte gat in het centrum van onze eigen Melkweg, dan is het een reis van een paar uur. En dan is de vraag: heeft de ruimtevaarder daar nog enige invloed op?
Je eerste ingeving is: zet de motoren aan en probeer op volle kracht aan de aantrekking te ontsnappen. Dat lukt niet, maar zo rek je de reis maximaal.
Wie zo denkt, rekent buiten de magie van het zwarte gat. In een zwart gat leiden alle wegen naar het centrum, naar de zogeheten singulariteit. In welke richting je de motoren ook wendt, elke versnelling bespoedigt slechts dat einde.
Tenminste, als je op die horizon staat en dan het zwarte gat in valt. Dan is de weg van achteroverleunen de langste route. Maar de astronaut heeft al vaart als hij de horizon passeert en volgt dus niet die langste route. Wat moet hij dan doen?
Precies daaraan hebben de twee Australische fysici gerekend. Als bekend is met welke snelheid je in het zwarte gat valt, kunnen zij becijferen hoe je de raketmotoren moet inzetten om die langstdurende route te bereiken. Het is wel een precisiewerkje: wie een beetje te veel gas geeft, vliegt de langste route voorbij en verkort juist zijn weg naar het einde.
Maar zoals gezegd, het is een hypothetisch geval. Stel dat de ruimtevaarder bij volle bewustzijn het zwarte gat in duikt. De kans is klein dat hij zijn laatste reis wil rekken. Voordat hij het einde bereikt, hebben de getijdekrachten hem tot een spaghettisliert uitgerekt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.