De wederopbouw stokt en politici staan lijnrecht tegenover elkaar. Libanon staat er een jaar na de oorlog met Israël bepaald niet beter voor.
Een jaar na de 34-daagse oorlog met Israël maken veel Libanezen zich vooral zorgen wanneer de volgende uitbreekt. „De mensen zijn bang voor een nieuwe oorlog tussen Israël en Hezbollah”, vertelt Joesef Fawaz aan persbureau AP. De groenteboer uit het Zuid-Libanese stadje Tibnien meent dat wat hij de ’Juli-oorlog’ noemt, de levens van veel Libanezen heeft verslechterd.
Op 12 juli 2006 ontbrandde een strijd met raketten en bommen tussen Israël en de sjiitische, pro-Syrische Hezbollah. Zeker 1100 Libanezen kwamen om, en vooral in het zuiden ontkwam vrijwel geen stad of dorp aan schade; in totaal geschat op 2,6 miljard euro.
Er zijn zo’n 125.000 huizen vernietigd, en ondanks het geld dat Hezbollah, de regering en de Golfstaten beloofden, zijn die lang niet allemaal herbouwd. Veel Libanezen zijn niet verder gekomen dan de begane grond. Hun geld is op, onder meer doordat van de 40.000 dollar die de Saoediërs voor elk vernield huis toezegden, maar de helft is uitbetaald. „De rest zit in de banken in Beiroet”, weten de cynische Libanezen.
De kritiek op de overheid is groot. Ook bij de familie Milhim in Kabriha (net buiten Hezbollah-gebied) die 40.000 dollar heeft moeten lenen om zelfs maar te kunnen beginnen met herbouwen. „We willen dat de regering de bouw op zich neemt”, zei de 77-jarige Mohammed Milhim tegen de BBC. „Wij zijn arme mensen. Waarom moeten we lijden onder de machtstrijd in Beiroet tussen de politieke partijen?”
De oorlog heeft de kloof tussen de groepen in Libanon vergroot, en met name tussen de sjiieten en de rest – en daarmee in feite tussen een pro- en anti-Syrisch kamp. Hezbollah claimt de ’heilige victorie’ van de oorlog, en probeert daarmee meer politieke macht af te dwingen, maar krijgt niet zijn zin. Met het vertrek van z’n ministers uit de regering-Siniora is het politieke proces stil komen te liggen. Daardoor is het onzeker of er voor eind november – als zijn derde termijn afloopt – een opvolger is voor de omstreden pro-Syrische president Lahoed.
Hezbollah ontketende een campagne – met een tentenkamp middenin Beiroet – tegen de regering, die aan de leiband van de VS zou lopen. Het tegenkamp waarschuwt dat de sjiieten hun opdrachten krijgen van Iran en Syrië, en de sharia willen invoeren.
Het mag een wonder heten dat de overheid er in dit vacuüm nog wel in slaagt de infrastructuur te herstellen. Maar buitenlandse organisaties moeten de miljoen explosieven opruimen die Israëlische clusterbommen achterlieten en de VN-organisatie Unesco herstelt scholen en waterinstallaties.
Het gebrek aan eenheid heeft vooral ook grote gevolgen voor de veiligheid in Libanon. Niet alleen blijft de aanslagenreeks op anti-Syrische politici en intellectuelen voortgaan, in wijken van Beiroet komt het tot vechtpartijen tussen de beide fronten. En op de achtergrond speelt bij velen het besef dat Hezbollah nog steeds de Israëlische soldaten gegijzeld houdt, waar de oorlog een jaar geleden om begon. Tel daarbij het feit dat de beweging zich ondanks VN-resoluties en de aanwezigheid van VN-troepen herbewapend heeft, en de angst voor een nieuwe oorlog met Israël wordt begrijpelijk.
Libanezen kijken bovendien bezorgd naar de situatie in het Palestijnse kamp Nahr el-Bared, waar radicale soennieten al sinds mei strijd leveren met het Libanese leger. Het feit dat bovenop alles ook nog eens Al-Kaida-achtige krachten een heilige oorlog uitknokken in hun land, is voor veel Libanezen die nog twijfelden of ze zouden vertrekken, de bekende laatste druppel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.