Tijdens de Nijmeegse Vierdaagse, die dinsdag begint, slikken tientallen deelnemers een zenderpil. Die verzendt continu gegevens over hun binnenkant.
Hoe veilig is wandelen? Die vraag lijkt overdreven, maar de Vierdaagse van vorig jaar wees anders uit. Als gevolg van het extreem warme weer kwamen twee wandelaars om het leven. Andere deelnemers vielen bij bosjes flauw. Oververhitting. En uitdroging.
Om zulke drama’s in het vervolg te voorkomen heeft het bestuur van de Vierdaagse een deskundig team samengesteld dat tijdig zal adviseren om de tocht in te korten of af te blazen, mocht het weer daar aanleiding toe geven.
Maar volgens de inspanningsfysiologe uit het team, prof. dr. Maria Hopman van de Nijmeegse universiteit, is een gedegen advies nauwelijks te geven. Dit komt doordat vrijwel niet bekend is wat er tijdens het wandelen gebeurt met de temperatuur en de vochtbalans van het lichaam. „Bij wandelen is dat minder onderzocht dan bij andere sporten, ik denk omdat wandelen niet zo prestigieus lijkt.”
Voor een zinnig advies is daarom extra onderzoek nodig, meent Hopman. En daar begint zij maandag mee, aan de vooravond van de Vierdaagse.
Zestig wandelaars slikken dan een zenderpil: een groot uitgevallen capsule die een thermometer en een zendertje bevat. De pil passeert het darmkanaal, om een dag later via de natuurlijke weg naar buiten te komen. Ondertussen registreert zij 24 uur lang de temperatuur. Meetresultaten straalt zij direct door naar Nijmeegse studenten langs het parcours. Zij kunnen de opwarming live volgen.
De studenten halen deelnemers niet van de weg als hun temperatuur te ver stijgt. Het is namelijk niet precies bekend bij welke temperatuur het wandelen onverantwoord wordt. Hopman: „Flauwgevallen wandelaars hebben bij aankomst in het ziekenhuis een rectale temperatuur van 39 à 39,5. Maar dat is meestal al een half uur nadat ze zijn uitgevallen. Van hun aanvankelijke verhoging hebben we geen idee.”
Een tweede reden waarom de studenten niet ingrijpen bij hoge temperaturen is dat het waarschijnlijk overbodig is. Voordat wandelaars oververhit raken, zijn er allang allerlei inwendige alarmbellen gaan rinkelen. De wandelaars krijgen bijvoorbeeld hoofdpijn of worden duizelig of misselijk. Het is hun eigen verantwoordelijkheid of ze dan blijven doorlopen.
Hopman kijkt ook naar de hartslag en de activiteit van de wandelaars, en naar hun bloeddruk, bloed, urine en gewicht. Vooral het gewicht kan onthullend zijn. Als mensen in één dag kilo’s lichter worden, hebben ze duidelijk te weinig gedronken. En dat verhoogt de kans op oververhitting.
Hopman is daar zelf niet bang voor. „Als het onderzoek het toelaat, wandel ik donderdag lekker mee.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.