*

 

In het centrum moeten ze vrijwel allemaal weg / Rotterdam streng voor coffeeshops

Adri Vermaat − 14/07/07, 00:00

Bijna de helft van de ruim 60 coffeeshops in Rotterdam moet per 1 januari 2009 zijn deuren sluiten. De maatregel is bedoeld om kwetsbare jongeren te beschermen.

Coffeeshops in Rotterdam mogen zich vanaf 2009 niet binnen een straal van 200 meter hemelsbreed én 250 meter loopafstand van scholen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs bevinden.

De Rotterdamse gemeenteraad stemde gisternacht ook in met sluiting van coffeeshops die te dichtbij scholen in het speciaal onderwijs zijn gevestigd. Alleen de oppositiepartijen SP, D66 en Leefbaar Rotterdam zien weinig heil in de maatregel. Het coffeeshopbeleid hoeft van hen niet op de schop.

In de kinderrijke probleemwijk Feijenoord gaan naar het zich laat aanzien zeven coffeeshops op slot. Koploper is echter het centrum van de stad, waar, door de sluiting van negen shops, er vrijwel niet één overblijft. Het is een gevolg van de afspraken die de coalitie van PvdA, CDA, VVD en GroenLinks in Rotterdam vorig jaar maakte en die niet veel later ook de samenstellers van het kabinet-Balkenende IV konden bekoren.

Het college in Rotterdam treft in burgemeester Ivo Opstelten een gerespecteerd voortrekker waar het de aanpak van drugsgebruik en overlast betreft. Hij verwijst graag naar wetenschappelijke rapportages, waarin de risico’s van (langdurig) cannabisgebruik centraal staan. De schade die de drug aan hersenen kan toebrengen en de kans om, op jonge leeftijd, in een sociaal isolement of zelfs in de criminaliteit verzeild te raken, maken helder dat blowen ’niet normaal’ is, vindt Opstelten.

Tot voor enkele jaren geleden werd daar zowel in Rotterdam als elders in Nederland nog voornamelijk anders over gedacht. Voordat Rotterdam in 1997 zijn eerste coffeeshopbeleid ontwikkelde, telde de stad 150 tot 200 gelegenheden waar de verkoop van softdrugs even vertrouwd was als het vullen van het glas. Voorts was er vanuit het openbaar bestuur, de universiteiten, én de hulpverlening weinig vertrouwen in rapportages van, toen als ’conservatief’ aangeduide, Amerikaanse en Franse wetenschappers. Die wezen al op de risico’s van hersenbeschadigingen bij aanhoudend softdrugsgebruik.

Inmiddels worden de gezondheidsrisico’s alom erkend en zijn de resultaten van Nederlands onderzoek vrij alarmerend. Zo gebruikt van alle Rotterdamse scholieren 13 procent softdrugs. Vooral op vmbo-scholen wordt behoorlijk geblowd, terwijl de hulpverlening een fikse toename constateert van het aantal jeugdige cannabisverslaafden. Deze categorie van onder de 18 spendeert maandelijks rond 300 euro aan cannabis, hetgeen verklaart hoe een aanzienlijk deel van hen in de (kleine) criminaliteit terechtkomt. Voor deze verslaafden heeft Rotterdam sinds kort een behandelpoli in gebruik.

Met de sterk toegenomen aandacht voor de problemen van jongeren, ook die van allochtone herkomst, past het in de Rotterdamse aanpak om als eerste grote gemeente de coffeeshops stilaan uit het stadsbeeld te laten verdwijnen. Zij het niet allemaal, zolang in de samenleving, onder volwassenen en uit het zicht van andersdenkenden, behoefte bestaat aan een blowtje. Voor de één heet dat ’symboolpolitiek’, voor de ander is het een aanpak die meer past bij ’deze tijd’.

mailIcon print |