Toen Sophie de Wijn op haar 61ste besloot een nieuwe partner te zoeken, ontdekte ze dat verkering na je zestigste geen gemakkelijke onderneming is. Ze schreef er een boek over.
Waarom Sophie de Wijn (67) haar zojuist verschenen boek ‘Verkering na je zestigste’ een gebruiksaanwijzing noemt? „Omdat het heel moeilijk is om op latere leeftijd verkering te krijgen. Maar weinig 60-plussers slagen erin een nieuwe levenspartner te vinden en te houden.”
De Wijn legt uit waarom het zo ingewikkeld is om verkering te hebben na je zestigste: „Het is een onontgonnen gebied”, zegt De Wijn, die op haar 61ste, 14 jaar na haar scheiding, weer verkering wilde. „Wij, de 60-plussers van nu, zijn de eerste generatie die zo lang gezond blijft dat het mogelijk is om bijvoorbeeld nog 20 of zelfs 25 jaar een serieuze verbintenis aan te gaan. Dat is compleet nieuw. Deze 60-plussers zijn pioniers.”
En pioniers hebben het nooit makkelijk. De Wijn noemt de meest voorkomende valkuilen bij het aangaan van een verkering op latere leeftijd. „Niet onderhandelen. Over geld bijvoorbeeld, een groot struikelblok. De een wil oppotten, de ander wil er nu van genieten. Uit angst voor wat er met de erfenis gebeurt kunnen de kinderen ook moeilijk doen over geld als er een nieuwe partner op het toneel verschijnt.”
Omdat 60-plussers meestal niet meer werken, kan dat de relatie bemoeilijken. Mensen hebben ineens heel veel vrije tijd en weten soms niet hoe ze daarmee om moeten gaan. „Bovendien kunnen mensen in die fase, vaak onbewust, vanuit eenzaamheid of verveling naar een nieuwe partner verlangen”, zegt De Wijn. „Maar dat legt te veel druk op de ander.”
Nog een grote valkuil: haast. „Veel ouderen denken dat ze weinig tijd hebben en dus snel iemand moeten vinden en snel moeten beslissen of ze iemand leuk genoeg vinden om ermee verder te gaan. Maar daar gaat het vaak mis. Ik heb het in mijn boek nadrukkelijk over verkering, omdat het gaat om die eerste periode waarin je elkaar leert kennen. Die periode kan gerust een jaar duren, maar je kunt de verkering niet overslaan. Ook niet als je 65 bent.”
De kinderen en kleinkinderen zijn niet altijd blij als oma of opa een nieuwe liefde najaagt, blijkt uit een fragment uit ’Verkering na je zestigste’. Een jongen ziet zijn oma op het strand dollen met een vreemde man. Vol schaamte en ongeloof vertelt hij dit nieuws aan zijn ouders, die zich vervolgens afvragen of oma extra aandacht nodig heeft. De Wijn: „Jongeren vinden het vaak gênant als hun ouders of grootouders ook nog gezonde, natuurlijke verlangens blijken te hebben. Dat vinden ze aanstellerij.”
Maar 60-plussers gunnen zichzelf vaak ook geen nieuwe partner, merkte De Wijn. De groep mensen die voor 1946 geboren is draagt, soms via hun ouders, de crisis van de jaren dertig, het geestelijk klimaat van de Tweede Wereldoorlog en de sobere jaren vijftig met zich mee, schrijft ze. „Mijn generatie is gewend met weinig genoegen te nemen. Een relatie op latere leeftijd doen we vaak af als luxe. Dat is het grote verschil met de babyboomers, de 50-plussers. Die zijn in opkomende welvaart opgegroeid en vinden sneller dat ze bepaalde dingen verdienen. Maar ook wij verdienen een volwaardige liefde op latere leeftijd. Daarom heb ik dit boek geschreven: niet alleen om ouderen te informeren, maar vooral om ze te inspireren het geluk naar zich toe te halen.”
Verkering na je zestigste, een gebruiksaanwijzing. Uitgeverij SWP.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.