*

 

Steeds minder technici begrijpen de eigenschappen van stoominstallaties / Stroombedrijven op zoek naar stoomexperts

Guido Goudsmit − 23/06/07, 00:00

Elektriciteitscentrales kunnen niet draaien zonder stoomturbines. Maar er zijn steeds minder technici voorhanden die met stoom overweg kunnen. „Er kunnen rare situaties ontstaan.”

Bij Nederlandse energiebedrijven werken steeds minder technici met stoomexpertise. „Zonder stoom geen stroom.” Dat zegt Joost Olde Weghuis, manager bij technisch projectbureau USG Innotiv, die de sector op zijn duimpje kent. „Wij signaleren een steeds groter gebrek aan voldoende kennis omtrent stoomtechniek. Dat kan in de toekomst risico’s met zich brengen.”

Volgens Olde Weghuis, manager Power Utilities bij USG, is het van essentieel belang dat personeel van energiebedrijven „weet waar je op moet letten wanneer je met stoom werkt”. „De gevaren van stoom worden zwaar onderschat.” Bij Olde Weghuis zijn er gevallen bekend van centrales die „uit de lucht zijn gegegaan” omdat er ’vanwege een gebrekkig begrip’ van de eigenschappen van stoominstallaties bedieningsfouten werden gemaakt. „Wij komen overal, dus we zien veel.”

Hoewel de centrales goeddeels zijn geautomatiseerd, moet je de achterliggende processen wel begrijpen, zegt Olde Weghuis. „Je kunt niet altijd op de metertjes vertrouwen.” Niet alles is automatisch te regelen: niet zelden doen zich storingen voor in het elektriciteitsnet, waardoor de druk in de stoomturbine stijgt of de temperatuur. „Dan moet je handmatig ingrijpen voor zover dat mogelijk is.”

Olde Weghuis maakte eens mee dat er domweg geen water voorhanden was om stoom te maken of trof een lekkende stoompijp aan.

Het gebrek aan kennis op de werkvloer wordt onderkend door de energiebedrijven. „Er is inderdaad krapte op de arbeidsmarkt aan gekwalificeerde technici”, zegt een woordvoerder van Nuon. Het bedrijf spreekt echter tegen dat gebrek aan stoomexpertise in de toekomst risico’s met zich mee kan brengen. „Wij investeren voortdurend in opleidingen, zowel intern als extern.” Ook door middel van cursussen van USG Innotiv verdiepen Nuon-medewerkers hun kennis.

Maar Olde Weghuis voorziet dat het tekort aan ’stoomkennis’ niet zo snel valt goed te maken. „De ervaring leert dat personeelsleden jaren doen over het opleidingsprogramma.” De gemiddelde leeftijd van productietechnici in centrales is 50 jaar. „De energiebedrijven zijn door de liberalisering ’geld verdienen’ als hun core business gaan beschouwen in plaats van energie”, denkt hij. „Hun eigen opleiders zijn verdwenen.”

De elektriciteitsbedrijven leunen nu nog sterk op personeelsleden die hun pensionering zien naderen, blijkt uit onderzoeksgegevens. „Over vijf jaar kunnen er daardoor rare situaties ontstaan”, waarschuwt Olde Weghuis. De schaarste aan goed opgeleid personeel is zelfs zo nijpend dat bedrijven - het geldt evengoed voor procesindustrieën die met stoom werken - „iedereen met een beetje technische opleiding, al is het autotechniek” proberen binnen te halen om hen vervolgens om te scholen. „Maar dat lukt ondernemingen als Corus en Shell beter dan de energiesector. Die proberen zelfs tweedejaars studenten te lokken met aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden.”

Het aantal leerlingen dat van een relevante mbo- of hbo-opleiding afkomt, is bedroevend laag. „Het gaat om enige tientallen per jaar.” Vroeger namen energiebedrijven veel scheepswerktuigkundigen in dienst die een aantal jaren gevaren hadden - een elektriciteitscentrale werd wel beschouwd als een reusachtig schip op wal -, maar die bron is min of meer opgedroogd. „Op de zeevaartscholen is sinds 1990 helaas minder aandacht voor stoomtechniek’’, zegt Olde Weghuis.

mailIcon print |