*

 

Ik ben net als die moslims van mijn geloof gevallen

Jean-Jacques Suurmond − 04/09/07, 02:27

Volgende week wordt er een comité opgericht voor afvallige moslims. Zelf ben ik al diverse keren van mijn christelijke geloof gevallen. Zo geloofde ik vroeger dat, als je niet bekeerd was, je naar het hellevuur ging. Daar ben ik vanaf. Bekeerd en wel, beleef ik dat louterende vuur nu al. Niets kan zo schroeien als een Liefde die je niet bezitten kunt. Ander voorbeeld: vroeger geloofde ik dat Gods toorn afgewend moest worden door het offer van Christus. Nu geloof ik dat, in hem, God zélf zich offert om de wereld van haar toorn te verlossen.

U ziet, ik ben regelmatig van mijn geloof gevallen. En, net als bij die afvallige moslims, nam mijn omgeving me dat niet altijd in dank af. Mijn leven werd niet bedreigd, maar ik ben wel een paar keer verstoten. Toch heb ik geen afstand gedaan van de oude dogma’s. Integendeel, ik ben ze anders gaan zien waardoor ze veel meer zijn gaan betekenen. Ik viel van mijn geloof om er dieper in te vallen.

Wat ik bedoel, wordt beschreven in de roman ’Stilte’ van de Japanse schrijver Shusaku Endo. Het op historische gegevens gebaseerde verhaal speelt in de zeventiende eeuw, in een tijd waarin de boeddhisten in Japan wreed de christenen vervolgden. Tienduizenden gelovigen werden gemarteld en gedood.

De idealistische Portugese missionaris Sebastiaan Rodrigues wil hen als priester bijstaan. Dat gaat gepaard met veel ontberingen maar hij trekt zich op aan zijn grote held Jezus.

Niettemin gaat hij steeds meer lijden onder het feit dat God zwijgt, wanneer gelovigen die hun priester niet willen verraden, worden gemarteld. ’Ik kwam om mijn leven voor hen te geven, maar zij geven hun leven voor mij!’

Uiteindelijk wordt ook hij door de boeddhisten gepakt. Geëist wordt dat hij in het openbaar zijn geloof opgeeft door op de zogenaamde ’fumie’ te trappen. Dit is een bronzen afbeelding van het gezicht van Christus, bevestigd op een stuk hout. Alleen dan zal een aantal christenen, die al dagen ondersteboven hangen in een put, worden vrijgelaten. Zo niet, dan sterven zij een gruwelijke dood.

Rodrigues weigert. Hoe kan hij zijn Heer verloochenen? Hoe kan hij op het gezicht trappen van zijn held, dat gelaat dat al zolang schittert in zijn gedachten en dat hij bewonderd had op schilderijen en beelden in Portugal, Rome en Goa? Hoe kan hij zichzelf dan nog onder ogen zien?

Terwijl hij het kreunen van de hangende christenen hoort, daagt echter langzaam het besef dat zijn heldhaftige geloof wel erg egoïstisch is. Als hij dan eindelijk met moeite zijn voet opheft boven het bronzen gezicht van Christus, doorbreekt deze voor het eerst zijn zwijgen: ’Trap, trap dan, want ik ben in de wereld gekomen om vertrapt te worden. Trap, ik weet van de pijn in je voet.’

De priester trapt op het gelaat dat hij zo vereerde. Hij valt van zijn geloof en de gemartelde christenen worden vrijgelaten. De rest van zijn leven blijft hij in Japan wonen, ver van huis. De rooms-katholieke kerk die hem uitgezonden had keert zich van hem af, maar hij doet in het geheim nog wat priesterlijk werk.

Soms moet je van je geloof vallen, om verder te kunnen groeien in het geloof. Soms moet je een vertrouwd beeld van God achter je laten, om dichterbij de beeldloze God te komen. Fundamentalisten doen dat niet, zodat hun geloof, net als aanvankelijk bij Rodrigues, ten koste van mensen kan gaan. Of het gaat ten koste van je geloofsleven. Je gaat het geloof als vervreemdend ervaren en de kerk (of moskee) als drukkend of, op zijn best, irrelevant. Dan val je op den duur buiten het geloof, in plaats van er dieper in.

Wat zegt Christus, sprekend vanuit de ’fumie’? ’Trap dan, ik weet van de pijn in je voet.’ Jezus zelf was een beeldenbreker. Hij kritiseerde de conventionele religieuze opvattingen die hij in zijn jeugd had meegekregen. Zoals: God is alleen de God van Israël, niet van de andere volken. En: mensen zijn alleen aanvaardbaar voor God als ze de farizeïsche interpretatie van de wet houden. Het kostte Jezus ook moeite om die dierbaar geworden beelden te ’vertrappen’, omwille van de mensen die daaronder leden. Hij weet van de pijn in onze voet.

De kerk zou zichzelf meer als een comité voor vallende gelovigen moeten beschouwen. Daarin ben je niet verplicht om bepaalde, voor jou betekenisloos geworden geloofsopvattingen vast te houden, maar krijg je steun om daarvan afscheid te nemen en te experimenteren met nieuwe beelden.

Als de kerk het perspectief op de onzienlijke God niet openhoudt, verduistert uiteindelijk ook het zicht op de zienlijke mens die, voor je het weet, aan een of ander beeld of ideologie opgeofferd wordt.

Geloven is vrijheid. Geloven is vallen.

mailIcon print |