Kunstenaar Armando worstelt met zijn gezondheid. Toch is de drang om een ’perfect’ schilderij te maken groter dan ooit. „Mijn volgende werk moet nog beter worden dan het vorige.”
Sinds kort zit hij weer in een ’zwarte periode’, vertelt Armando. „Ik heb nu net twee zwarte landschappen geschilderd, of eigenlijk anderhalf, want het ene is nog niet af. Misschien maak ik nog wel twee of drie zwarte schilderijen. Zoiets weet ik nooit van tevoren. Er zit geen enkele logica achter.” De kunstenaar wil dit meteen maar even kwijt als reactie op berichten van de afgelopen jaren jaren, als zou hij zijn zwarte periode definitief achter zich hebben gelaten. Er is zelfs geschreven, moppert hij, dat hij daarmee ook eindelijk de Tweede Wereldoorlog, de belangrijkste inspiratiebron voor zijn oeuvre, afgesloten heeft. „De oorlog is eindelijk afgelopen voor Armando, lees ik dan. Dat is helemaal niet waar.”
Het zwart is nooit weggeweest uit zijn schilderijen en dat zal ook nooit gebeuren, zegt hij. Misschien is zijn werk de afgelopen jaren wel wat kleurrijker geworden, maar een ’bonte schilder’ is hij nooit geweest en zal hij ook nooit worden. „Ik werk altijd maar met een paar kleuren. Of dat nu zwart en wit is of blauw, dat bedenk ik nooit van tevoren en het is ook geen issue voor mij. De kleuren dringen zich vanzelf op. Daaraan voorafgaand heb ik vaak al weken zitten turen op een schets. Ineens weet ik het en ga ik aan de slag. En of dat nou blauw en groen is of zwart en wit, dat overkomt me gewoon.”
En om nog maar een misvatting uit de wereld te helpen. Zijn oeuvre is niet gebouwd op de oorlog, zoals vaak wordt beweerd. „Ik put mijn inspiratie uit mijn jeugdervaringen in Amersfoort, waar ik als puber vlakbij het concentratiekamp woonde. Misschien was ik geen kunstenaar geworden als ik de oorlog niet had meegemaakt en misschien had mijn werk zonder die ervaringen ook nooit die intensiteit kunnen bereiken. Maar ik vind het te beperkt om te zeggen dat mijn werk over de oorlog gaat. De rode draad in alles wat ik doe, is de tragiek van de mens. Mijn werk gaat over goed en kwaad, dader en slachtoffer, schuld en onschuld, existentiële thema’s. Het gaat veel verder dan de oorlog.”
Nee, als er nou echt iets veranderd is in zijn manier van werken, is dat hij als gevolg van gezondheidsproblemen sinds enkele jaren met zijn linkerhand schildert. „Ik schrijf nog wel rechts, maar schilderen lukt niet meer met mijn rechterhand.” Ook heeft hij moeite met lopen. „Als ik aan het schilderen ben, moet er altijd iemand in het atelier zijn om dingen aan te geven.” Bij de opening onlangs in het Stedelijk Museum Schiedam van de tentoonstelling ’Armando verzamelt en tekent’ moest hij zich laten ondersteunen. Maar lopen achter zo’n rekje of zich verplaatsen in een scootmobiel, dat weigert hij. „Dan ben ik ineens een oude man.” Ja, hij is best ijdel, geeft hij toe. Hij is dan 77, maar mag er nog best zijn, zegt hij met een spottend lachje. „Tenminste, zolang je me niet ziet lopen.” Hij blijft dan ook lekker zitten, in het café van het Schiedamse museum en voelt niets voor een wandeling over ’zijn’ tentoonstelling.
En nu hij toch dingen aan het rechtzetten is: of Trouw hem alsjeblieft niet als een multitalent wil neerzetten, omdat hij behalve beeldend kunstenaar ook nog dichter, schrijver, violist, film-, televisie- en theatermaker is. „Ik haat het woord multitalent. Ik ben gewoon een kunstenaartje.” Dat klinkt wel heel erg bescheiden... Armando: „Ik mag toch wel vals bescheiden zijn.”
Aan al die kwalificaties kan er nog één worden toegevoegd. In het Schiedamse museum wordt Armando nu ook voor het eerst gepresenteerd als kunstverzamelaar. Het museum laat ongeveer 100 tekeningen zien van de 200 die Armando de afgelopen twintig jaar heeft gekocht van kunstenaars in binnen- en buitenland. Het zijn werken van onder meer Paul Klemann, Paul van der Eerden, Klaas Gubbels, Lucebert, Marlies Appel, Reinier Lucassen, Arno Kramer, Fons Brasser, Co Westerik, Jan Roeland, Markus Lüpertz en Ansuya Bloem. In zijn collectie heeft hij ook werk van ’outsiders’: psychiatrische patiënten en geestelijk gehandicapten als Franz Kernbeis, Johann Fischer en Nikifor. Een goede tekening is in de visie van Armando direct, eenvoudig, echt en eerlijk. En er moet altijd spanning in zitten. „Geen academische vlotte lijn. Het moet knarsen.” Het werk van outsiders springt er vaak uit, vindt hij, door de originaliteit en het eigene. Kindertekeningen hebben dat soms ook, maar in de puberteit verdwijnt die oorspronkelijkheid vaak.
Tot twintig jaar geleden had Armando geen interesse om zelf kunst te bezitten. In de Nul-beweging in de jaren zestig, waar hij deel van uitmaakte, werd destijds veel werk geruild. Hij deed daar niet aan mee, omdat bezit van kunst hem niet boeide en hij ook niet wist waar hij het moest opslaan. „Achteraf heb ik wel spijt, ik kon toen een Schoonhoven kopen voor 100 gulden. Dan was ik nu rijk geweest. Later ben ik toch kunst gaan kopen, omdat ik toen genoeg geld verdiende en er ook de ruimte voor had. Ik heb gekozen voor tekeningen omdat die zoveel zeggen over iemands persoonlijke handschrift, maar ook omdat ze weinig ruimte in beslag nemen. En inmiddels koop ik ook voor de heb. Pure hebzucht is een belangrijke drijfveer geworden om steeds iets nieuws te willen ontdekken en kopen.” Op de tentoonstelling in Schiedam hangen ook tekeningen van Armando zelf, uit de jaren vijftig, maar eveneens recent werk.
Vroeger was hij wel eens bang dat zijn inspiratie zou opdrogen, maar daar heeft hij geen last meer van. „Ik heb nu het vertrouwen dat het altijd wel weer gaat stromen, wat niet wil zeggen dat dat ook automatisch tot goede schilderijen leidt. Maar ik doe mijn best. Alles wat niet goed genoeg is, vernietig of verscheur ik. Ik heb zelfs ouder werk dat niet maar mijn zin was, vernietigd. Alles wat er nu circuleert, heeft naar mijn mening voldoende kwaliteit. Alleen hou ik niet zo van mijn werk uit de Nul-periode.” Deze beweging keerde zich tegen het abstract expressionisme, wat resulteerde in afstandelijke kunstwerken die enkel visuele informatie bevatten. Armando: „Toen ik er een week in zat, voelde ik me al ’entfleischt’. Na die periode heb ik twee jaar niet geschilderd en daarna ben ik weer begonnen waar ik voordien was geëindigd. Dat zegt wel iets over die tijd, ik heb toen een paar jaar op spoor nul gezeten.”
Voor de rest is hij vooral ’verbaasd’ als hij terugkijkt op alles wat hij heeft gedaan. „Ik zie vroege dingen waarvan ik denk: hoe heb ik dát voor elkaar kunnen krijgen, terwijl ik nog zo jong was. Het is me allemaal overkomen. Er zit geen logica achter, behalve dat ik het zelf afgedwongen heb door er heel hard voor te werken. Als kunstenaar moet je dag en nacht nadenken en je concentreren. Dat is Schaffenszwang. Je moet gehoorzamen, ook al zou je eigenlijk liever naar buiten gaan. Het móet.”
In feite is het kunstenaarschap een treurig beroep, constateert Armando. „Ik zou het niemand aanraden, want je bent eenzaam en dat moet ook want dat komt de scheppingskracht ten goede. Maar tegelijk moet je zien te voorkomen dat je mensenschuw of wereldvreemd wordt. Ik ben geen kroegenman en heb nooit intensief deel uitgemaakt van clubjes. En de vrienden die ik had, zoals Constant en Karel Appel, zijn inmiddels allemaal dood. Ik hang hier nu wel in het museum in Schiedam en onlangs was er nog een grote tentoonstelling van mijn werk in Tokio, maar dat leidt bij mij niet meer tot een gevoel van tevredenheid of voldoening. Het lijkt wel of de onvrede alleen maar groeit, omdat ik steeds minder tijd heb om nog dat ene perfecte schilderij te maken. Naarmate ik ouder word, bespeur ik bij mezelf steeds meer haast, omdat mijn volgende schilderij nog beter moet worden dan het vorige. Dat werpt je ook steeds meer op jezelf terug. Ik bedacht me onlangs dat ik niet één museumdirecteur in Nederland meer ken. Eigenlijk is dat vreemd, als ze van je zeggen dat je tot de belangrijkste naoorlogse kunstenaars van Nederland behoort. Vroeger kreeg ik van de museumdirecteuren op mijn mieter omdat ze me te avant-gardistisch vonden. Maar nu hoor ik helemaal niks meer. Ik denk dat ze me te oud vinden. Maar we gaan gewoon door. Er is geen tijd te verliezen.”
’Armando verzamelt en tekent’. Tot 26 augustus in het Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, www.stedelijkmusemschiedam.nl
’Wie waren zij’. Armando Gestalten tot 16 september in de Elleboogkerk, Langegracht 36, Amersfoort. www.armandomuseum.nl
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.