*

 

Opvoedcursus past wel bij Kuyper

Arie Oostlander, directeur van de Dr. Kuyperstichting van 1975-1980 − 14/07/07, 00:00

Verplichte hulp bij opvoeding is het nieuwe toverwoord in de politiek en samenleving. Is heropvoeding werkelijk het antwoord op alle problemen? Daaraan wijdt Podium deze zomer een serie artikelen. Vandaag de eerste aflevering van Arie Oostlander.

De minister voor Gezinszaken, André Rouvoet, ligt onder vuur van de Tweede Kamer en zelfs van zijn eigen partij, de ChristenUnie. Het gaat over de vraag in hoeverre de overheid mag ingrijpen bij slecht lopende gezinnen. Het gezin is immers heilig voor CDA en ChristenUnie. Dus: handen af van het gezin, leve de ’soevereiniteit in eigen kring’.

Hoe zit dat met die soevereiniteit. Snappen we de architect van dat begrip, Abraham Kuyper, nog? Sommigen denken dat het een parmantig isolationisme rechtvaardigt: ’ga van m’n erf af’; hokjesgeest. Anderen denken dat het een liberale afkeer van overheden inhoudt. Apartheidspolitici gebruikten het voor hun ’gescheiden ontwikkeling’. Hemeltergend misbruik.

Soevereiniteit in eigen kring heeft wél te maken met concepten als ’scheiding van kerk en staat’. Die scheiding wil onderstrepen dat kerkelijk gezag en statelijk gezag niet door elkaar heen mogen lopen. Beiden moeten de ander erkennen in zijn eigen aard en verantwoordelijkheden en in de middelen die bij hen horen. Kenmerkend voor de overheid is de vormgeving van rechten in wetten, daarbij gesteund door het geweldsmonopolie.

De kerk, heel anders, bedrijft geloofsverkondiging, gesteund door het pastoraat. De erkenning van de eigen aard van kerk en staat is een klein onderdeel van het inzicht in de verscheidenheid van de schepping dat in de soevereiniteit in eigen kring bedoeld wordt. Kuyper ging veel verder en onderstreepte dat de wetenschap die aan zijn Vrije Universiteit bedreven werd vrij moest zijn van staat en kerk. En zo zijn er veel meer levenskringen die het best floreren als hun eigen aard wordt erkend en waargemaakt.

Het gezin is een van die vele levenskringen. Zij moeten elkaar niet overheersen. ’Politiek is niet alles’; de doelen en waarden van het bedrijfsleven moeten de wetenschap en de politiek niet domineren, etcetera. De grote verscheidenheid aan mogelijkheden om in die levenskringen verantwoordelijkheid te dragen bepaalt de vrijheids-, ja zelfs de geluks-idee van de Calvinisten. Kuyperianen zijn extreem pluralistische democraten, extreem anti-totalitair.

Soevereiniteit in eigen kring gaat dus over de architectuur van de samenleving, de schepping. Ze gaat ook over de diversiteit van door God gegeven roepingen, die daarbij past. Dat klinkt heel religieus en zo heeft Kuyper dat ook bedoeld. Soeverein is alleen de Schepper. God roept de mensen op om Zijn soevereiniteit in de levenskringen waar te maken. Het gaat dus niet over ónze soevereiniteit over ónze kring; niet over de ’soevereiniteit’ van de gezinnen, maar over de realisatie van Gods soevereiniteit in de gezinnen. Bob Goudzwaard (de bekendste neo-Kuyperiaan) spreekt dan ook liever over de verantwoordelijkheden van de mens voor de levenskringen.

Die kringen staan trouwens niet los van elkaar, zijn geen eilandjes. Ze veronderstellen elkaar, hebben innerlijke verwijzingen naar elkaar. De staat heeft een rechtstaak tegenover alle levenskringen. Er moet wetgeving zijn die het floreren van de markt, de wetenschappen, de cultuur en ook van de gezinnen naar hun aard tot doel heeft. Als het niet goed gaat in gezinnen dan kunnen de ouders ’naar hun verantwoordelijkheid teruggejaagd’ worden (de term is van Goudzwaard). Je kunt aan (zelfs verplichte) opvoedcursussen denken. Maar de overheid past terughoudendheid bij het bepalen van de inhoud daarvan.

Kuyper zou zich stellig verzetten tegen de idee van Hedy d’Ancona, die lang geleden stelde dat kinderen eigenlijk van de staat zijn en dat de staat de opvoeding daarvan aan gezinnen kan delegeren. De overheid mag zulke aanspraken niet koesteren, want dan gaat het niet goed met de opvoeding. De overheid als alleskunner past zeker niet in het concept van de soevereiniteit in eigen kring. De overheid moet en kan vanuit haar rechtstaak slechts ruimte scheppen voor het functioneren van de levenskringen. Dat geldt eveneens voor de kerk. De pastoor die tot voortgaande gezinsuitbreiding maande schond deze soevereiniteit. Hij maakt het gezin ondergeschikt aan eigen kerkpolitieke belangen.

Minister Rouvoet weet dit allemaal ook wel. Waaruit komt het verzet tegen zijn plannen voort? Ten dele zit dat in een dom-liberale afkeer van wetten en overheden (’Den Haag’, ’Brussel’); de onrealistische fantasieën over het ’rationele’, ’autonome’ individu, dat niet ’betutteld’ wil worden. Secularisatie, ook ’in eigen kring’.

Anderzijds richt het verzet zich ook tegen de hedendaagse nadruk op ’daadkracht’ waarbij bestuurders macho-taal gebruiken. De minister als mannetjesputter, ’de vrijblijvendheid voorbij’. Het zou bij Rouvoet passen om de dienstbaarheid van allerlei overheidsbeleid en zijn respect voor de privacywetgeving te beklemtonen. Hij zou de bevoegdheden van organisaties, die zich vrijer kunnen bewegen op het terrein van ethiek, moraal en opvoeding dan de staat, (kerken, scholen, verenigingen) uitdrukkelijker kunnen erkennen in zijn gezinsbeleid. De overheid is niet goed in opvoeden. Ze is een onmisbare, maar niet de enige of belangrijkste speler als het om preventie en herstel gaat.

Volgende week Paul Frissen.

mailIcon print |