Je hebt kwakzalverij. En zalfkwakkerij. Nee, die is helaas niet van mij. Zalfkwakkerij is het toepassen van zinvolle middelen of methodes zonder dat daar een goede grond voor bestaat. Zo wordt er veel aan diagnostiek gedaan in de vorm van bloedonderzoek, röntgenfoto’s, CT-scans, botdichtheidsmeting, weefselbiopten, echografie, darm kijken (coloscopie), buikholte kijken (laparoscopie), maag kijken (gastroscopie), knie kijken (arthroscopie) om maar een paar diagnostische initiatieven te noemen. Veel daarvan is zinloos omdat de grond waarop het gebeurt dikwijls geen nuchtere klinische vraag is in de trant van: waar komt dat bloed vandaan? Er wordt veel diagnostiek verricht onder de druk van: het zal toch geen X wezen? Elke hoofdpijn kan immers een hersentumor betekenen, elk kuchje longkanker.
Er wordt ook met andere zalf gekwakt. üén van de meest ondoorgrondelijke aspecten van menselijk ziektegedrag is de neiging om pillen in te nemen. William Osler (1849 – 1919) de beroemdste internist uit de 19e eeuw ging zelfs zo ver dat hij deze neiging tot het verschil bestempelde tussen mens en dier. Daar is wel wat voor te zeggen, want hebt u wel eens geprobeerd uw hond een pilletje te laten slikken? Het dier weet wel beter. Wat wij bereid zijn tot ons te nemen op dat gebied is ongelooflijk. Ik heb het nu niet over de collega’s Kneipp en Vogel, ik heb het over wat echte dokters bereid zijn voor te schrijven en wat hun patiënten vervolgens gretig slikken. Cholesterolverlagers, antidepressiva, slaapmiddelen, vitaminepreparaten en antibiotica worden voorgeschreven en geslikt in ongelooflijke hoeveelheden, in geen verhouding tot hun werking. Trouw-journalist Joop Bouma kan u daar veel wijzer over maken.
Om de zalfkwakkerij enigszins binnen grenzen te houden gaan we in geneeskunde niet alleen te rade bij vreesachtig denken, maar ook bij de anatomie en de fysiologie van het menselijk lichaam. Het is niet iedereen gegeven daar goed inzicht in te verwerven. Ik vergeet nooit een Amerikaanse cartoon waarin 2 jongetjes hun medische avonturen uitwisselen. Zegt het ene ventje: ’Ik had dus pijn in mijn keel, maar je raadt nooit waar ik een injectie kreeg!’ terwijl hij zijn nog steeds pijnlijke bil betastte.
Het menselijk lichaam is nogal ingewikkeld, ik zeg het zo voorzichtig mogelijk, en wie zich daar in begeeft met de neiging de zaken wat beter op orde te stellen die waagt zich een ongelooflijk subtiele structuur binnen waaraan honderden miljoenen jaren is gesleuteld. Geneeskunde is er in geslaagd een aantal geplande excursies met goede afloop in deze regio te verzorgen, maar het is een hels karwei dat soms pas lukt na tientallen jaren van voorbereidend werk. Open hart chirurgie is nu routine. Wie de verslagen van de eerste pogingen leest schrikt zich een ongeluk.
Het meest verlossende aspect van geneeskunde is dat het vak over zichzelf in zit. De kwalificatie ’zalfkwakkerij’ komt dan ook uit de kring van mogelijke zalfkwakkers zelf.
Dan nu de kwakzalvers. Die zitten helemaal niet over zichzelf in, want een dergelijke bezinning zou hun bedrijf ter plekke doen verdampen. Het zijn mensen die zinloze middelen en methodes propageren in de strijd tegen ziekte. Kneipp en Vogel zijn grappige voorbeelden omdat het allemaal zo huiselijk is. Kleine kwaaltjes, kleine middeltjes. Maar er zijn ook kwakzalvers die de arena betreden van de echte ziektes. We hebben het over toestanden waar de op feiten gefundeerde geneeskunde na lang worstelen een weifelende voet aan de grond heeft gekregen. Kwakzalvers treden eveneens deze arena binnen met een aplomb alsof ze de zaak onder controle hebben terwijl zij in feite met een plastic speelgoedzwaardje tegenover een tijger staan. Inderdaad, daar komen ongelukken van.
De Vereniging tegen de Kwakzalverij meende een goed voorbeeld van een kwakzalver te hebben gevonden in de persoon van mevrouw Sickesz. Haar methode heet orthomanuele geneeskunde. Zij meent dat veel gezondheidsproblemen voortkomen uit een scheefstand van rug- of nekwervels of van het bekken. Zij zet die scheve wervels met de hand weer recht. Dit zou niet alleen helpen tegen nek of rugklachten, maar ook tegen o.a.: anorexia, autisme, multiple sclerose, maagzweren, schizofrenie, depressie natuurlijk enz. Kijk, echte ziektes, en het speelgoedzwaardje van ’tegen wervels duwen’. Mevrouw Sickesz verweerde zich tegen de kwalificatie ’kwakzalver’ en kreeg in hoger beroep nog gelijk ook. De rechtbank vindt dat ’kwakzalver’ oplichterij en kwade trouw suggereert, terwijl mevrouw Sickesz er echt in gelooft en het beste met haar patiënten voor heeft. Maar als iemand echt gelooft dat het vermoorden van Theo van Gogh de wereld een betere plek zou maken, dan mag de waarachtigheid van dat geloof toch niet de kwalificatie van moordenaar in de weg staan? Wat krijgen we nou? De anti-kwak vereniging mag haar niet langer een kwakzalver noemen en moet deze kwalificatie terugnemen in dagbladadvertenties. Bij wijze van orthomanuele journalistiek zou ik hier toch graag even een wervel goed op zijn plaats willen zetten door vanaf deze plek niet al te besmuikt naar mevrouw te wuiven: ’Dag mevrouw Sickesz, volgens mij bent u een kwakzalver.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.