*

 

Groot-BrittanniëGordon Brown neemt stokje over van Tony Blair / Droom domineeszoon komt eindelijk uit

Henriëtte Lakmaker − 23/06/07, 00:00

Gordon Brown, al tien jaar de Britse minister van financiën wordt morgen officieel tot leider van Labour benoemd. Maar wie is Gordon Brown?

Hij is de beste Britse minister van financiën ooit, zeggen bewonderaars. Hij is de ontwerper van New Labour en het brein achter Blairs beleid.

Brown is saai, zeggen anderen, en hij draagt even spannend voor als een schelpdier. Hij is een stalinist, en hij verdraagt geen kritiek. Brown weet precies wat hij wil, en gaat daar recht op af. Nee, menen anderen, hij is onzeker, en volgt alles dat over hem verschijnt met argusogen.

Zelf laat hij weinig los over zijn diepste zieleroerselen. Kortom, de man is na tien jaar ministerschap voor veel Britten nog steeds een mysterie. Eén zekerheid hebben de Brown-experts: hij is de zoon van een dominee in het arme Schotland. En dat, vinden zij, verklaart veel.

James Gordon Brown (1951) groeide op in het Schotse stadje Kirkcaldy, plaats van mijnbouw en linoleumfabrieken – stervende industrieën die de daaropvolgende decennia hun laatste stinkende adem uitbliezen. Vader John was dominee van de plaatselijke Presbyteriaanse kerk, en steun en toeverlaat van de armen. Zijn typisch Schotse geloof, een mix van christendom en socialisme, leerde Gordon dat hij niet bestaat louter voor hemzelf, maar dat hij de plicht heeft zich in te zetten voor de gemeenschap, met alle talenten die hij bezat.

Daar had hij er genoeg van, hij kon kiezen: briljant wetenschapper, professioneel voetballer, journalist, politicus. Alles lag binnen zijn bereik , tot hij op zijn zestiende een ernstige oogaandoening kreeg. Een half jaar lag hij in een donkere ziekenzaal, alleen met zijn sombere gedachten. De periode was, aldus biografen, een klap voor zijn zelfvertrouwen. Brown bleef blind in zijn linkeroog, en door uitgeschakelde gezichtsspieren kon hij niet meer voluit glimlachen – een manco voor een politicus, vooral naast mister Glimlach, Tony Blair.

Maar die zou hij pas later ontmoeten, toen beiden als net verkozen Labourparlementariërs in 1983 hetzelfde raamloze kamertje in Westminster toegewezen kregen. Eerst zou Brown als (langharige) student nog op swingende wijze campagne voeren voor het voorzitterschap van het universiteitsbestuur, ondersteund door de ’Brown Sugars’, cheergirls in minirokjes. Zijn eerste vriendin was prinses Margarita van Roemenië, de oudste dochter van de verbannen koning. Hoezo saai?

Dat imago kreeg hij pas in de lange jaren voor Labours grote overwinning in 1997, toen hij samen met Blair en anderen de partij afscheid deed nemen van oude vormen en gedachten. New Labour richtte zich op de middenklasse, nam afstand van de vakbonden en vond privatisering geen vies woord. Gordon en Tony, aldus getuigen, waren ’bloedbroeders’ – als Koning Arthur en zijn ridder Lancelot, nog zo’n diepe Britse vriendschap die op de klippen liep.

Beiden gingen voor het leiderschap. Toen partijleider John Smith plotseling stierf in 1994 sloot Blair in het Londense restaurant Granita een deal met Brown: hij zou leider worden, tot Blair na enkele jaren het stokje over zou geven. In ruil kreeg Brown alle ruimte voor zijn eigen sociaal-economische beleid.

De Granita-deal bleek voor beiden een loden last. Brown volgde zijn eigen koers, en weigerde als minister van financiën regelmatig zijn fiat aan kabinetsplannen te geven. Intussen groeide zijn ongeduld: een eerste regering-Blair kwam, een tweede, een derde.

Er waren meer tegenslagen. Uit zijn huwelijk met Sarah Macaulay in 2000 werd een dochtertje geboren, dat na twaalf dagen overleed. Zoon John, nu drie, is gezond, maar de jongste heeft taaislijmziekte.

Het legertje vijanden groeide snel. Velen in het kabinet vonden hem onbehouwen en tactloos. Zelf had Brown een exclusief clubje vertrouwelingen om zich heen verzameld. Blairieten en Brownieten stonden elkaar de laatste jaren naar het leven, en velen zagen Brown als verbitterde, wantrouwende eenling die slechts één ding wilde: de macht.

Morgen is het dan zover. De kruitdampen zijn opgetrokken, en er is weer zicht op de domineeszoon die, nog steeds, zijn talenten in dienst wil stellen van behoeftigen. Tegelijk werkt hij hard aan zijn zwakkere vaardigheden, het losjes praten met de kiezer en lachen met de pers.

Een beetje saai zal hij altijd wel blijven. Maar na tien jaar Blairiaanse bluf en glamour zijn de kiezers daar misschien wel aan toe.

mailIcon print |