De politie vond vermelding van een roofoverval in Amsterdam-West niet nodig, plaatselijke politici schrokken wél en gingen op bezoek.
Een gewelddadige overval in een winkel aan de Johan Huizingalaan in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart, eerder deze maand, haalde nooit het nieuws. Zelfs niet de Amsterdamse media. „We verbloemen niks. Maar als we alle straatroven of overvallen zouden melden, dan zouden we tien man in dienst moeten hebben om de hele dag persberichtjes te schrijven”, zegt de woordvoerder van de politie.
Drie jongens wilden er met een flinke buit (zo’n 900 euro) vandoor gaan, maar werden betrapt door de eigenaresse. Zij werd vervolgens gemolesteerd. Haar man was heel even weg voor een boodschapje.
Het leek alsof de politie het incident wil doodzwijgen. Misschien omdat er onlangs beroering ontstond toen een Amsterdamse snackbar dicht ging omdat de eigenaars de vernielingen en bedreigingen beu waren. Of omdat onlangs een Joodse familie aangaf uit Nieuw-West te willen verhuizen, ook uit angst. En omdat in het Rembrandtpark een man door Marokkaanse jongens in het water werd gegooid.
Voor de politie kruimelwerk, voor de plaatselijke politici niet. De woedende eigenaar kreeg stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch op bezoek, had langdurig contact met wethouder Lodewijk Asscher en woensdag komt burgemeester Job Cohen langs. Marcouch vindt de polonaise van politici richting Huizingalaan niet raar: „We hebben het hier niet over een eenvoudig diefstalletje. Ik vind het ook een verkeerde reactie van de politie”, aldus de oud-agent. „Deze mensen proberen eerlijk hun brood te verdienen en worden aangevallen door van dit soort etterbakken. Dan is luisteren wel het minste wat je kunt doen.”
Herbert Raat, woordvoerder van Asscher, stelt dat er omtrent bezoekjes aan slachtoffers geen beleid is. De wethouder wil gewoon dat mensen goed kunnen leven in Amsterdam, en goed kunnen ondernemen. „Natuurlijk zijn dit soort verhalen soms wat oververhit, soms wat ongenuanceerd en meestal heel emotioneel. Maar dat geeft niets. Als we daar niet tegen kunnen, hadden we niet de politiek in moeten gaan.”
Overdaad schaadt in dit geval niet, vindt Marcouch. „Iedere bestuurder neemt zijn eigen verantwoordelijkheid. Je kunt natuurlijk zeggen: laat ze iets nuttigers gaan doen dan allemaal te gaan luisteren. Laat ze de boeven echt gaan pakken. Maar soms moet je de ellende ook uit de eerste hand aanhoren en niet alles van papier lezen. De burgers mogen erop vertrouwen dat we er van alles aan gaan doen om deze rovertjes in de cel te krijgen. En niet voor maar drie dagen.”
Burgemeester job Cohen bekijkt van geval tot geval of hij bij slachtoffers van geweldsmisdrijven of overlast langs gaat, vertelt zijn woordvoerder. „Drie bestuurders, dat is natuurlijk niet standaard. Maar aan de andere kant: het kan geen kwaad betrokkenheid te tonen, voeling te houden. Daarnaast luistert de burgemeester of de politie volgens de slachtoffers adequaat optreedt en of hij nog iets anders kan betekenen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.