*

 

Chora is van groot belang voor de missie

George Marlet − 23/06/07, 00:00

Achter het spreekgestoelte stond gistermorgen geen tevreden veldheer, maar een aarzelende strateeg die beseft dat hij zich op een cruciaal punt in de campagne bevindt. De slag om Chora is gewonnen; het verloop van de missie in Uruzgan ongewis.

Generaal Dick Berlijn, commandant der strijdkrachten, legde tijdens de briefing over de gevechten in Chora zelf de meest prangende vraag op tafel: „Hoeveel vooruitgang kunnen we laten zien met de middelen die we daar hebben?”

Om Chora te heroveren, was bijna de volledige gevechtsgroep van zo’n zeshonderd militairen nodig. Om Chora te behouden, moet de Taskforce Uruzgan waarschijnlijk flink meer militairen inzetten dan de pakweg zeventig die er sinds eind april de wacht houden. Hoeveel meer, daarover wilde Berlijn gisteren geen uitspraken doen, maar „het mag duidelijk zijn dat we Chora niet meer uit handen geven”.

De plaats is zowel militair-strategisch als psychologisch van belang voor de Nederlandse missie in Uruzgan. Na provinciehoofdstad Tarin Kowt en Deh Rawod was Chora een relatief succesverhaal. In Tarin Kowt en Deh Rawod kon de Nederlandse taakgroep voortbouwen op de basis die Amerikaanse militairen er hadden gelegd. Chora en omgeving gold als talibangebied. Nederlandse militairen waren dan ook blij verrast toen het vorig najaar al lukte om in de plaats een vergadering met stamoudsten te houden. Nederlandse patrouilles deden regelmatig Chora aan en er werden opbouwprojecten gestart.

Goede contacten met de lokale bevolking bleken echter niet voldoende om de taliban buiten de deur te houden. Eind april veroverden zij een politiepost. Daarop besloot de Nederlandse taakgroep tot permanente aanwezigheid in Chora, ter ondersteuning van de Afghaanse politie en het Afghaanse leger.

Nederlandse militairen die Chora moeten beveiligen, kunnen niet elders in Uruzgan worden ingezet om opbouwwerk van het Provinciaal reconstructieteam mogelijk te maken. Afghaanse politiemensen en agenten zouden die leemte moeten vullen, maar het werven en opleiden gaat trager dan was voorzien. Dat is al langere tijd een belemmering voor de Nederlandse inktvlekstrategie, het vanuit betrekkelijk rustige plaatsen uitbreiden van de invloedssfeer om in een groter gebied aan opbouw te kunnen werken.

„De Nederlandse regering heeft nooit gezegd dat we in twee jaar de hele provincie Uruzgan onder controle moeten krijgen”, zei Berlijn gisteren. Hij heeft niet gevraagd om extra troepen. Noodgevallen daar gelaten, is het voor hem een gegeven dat de Nederlandse regering de missie met 1.400 militairen wil volbrengen. Als er binnen die sterkte meer militairen nodig zijn om te vechten, gaat dat onvermijdelijk ten koste van de opbouw van Uruzgan.

mailIcon print |