Dat in Uruzgan kort na elkaar twee Nederlandse militairen zijn gedood, hoeft het draagvlak voor de missie niet te ondermijnen. Maar Defensie moet wel alle zeilen bijzetten om te zorgen dat het beeld niet kantelt.
De beelden na de zelfmoordaanslag in Tarin Kowt waren indringend. Wanhopig probeerden militairen het leven van Timo Smeehuijzen te redden door hem achterin het pantservoertuig te reanimeren. Via RTL Nieuws kon heel Nederland vrijdag later op de avond zien hoe bij de explosie kinderen aan stukken waren gereten.
De eerste Nederlandse dode door gevechtshandelingen in Uruzgan veroorzaakte een schok, vooral bij het thuisfront. „Hoeveel nog?”, staat op de condoleancesite voor sergeant-majoor Jos Leunissen. Hij kwam nog geen drie dagen na Timo Smeehuijzen om het leven bij gevechten in Chora. Weliswaar door een bedrijfsongeval (een vroegtijdig ontplofte mortiergranaat), maar gevoelsmatig is ook hij een gevechtsdode.
De website van de Thuisfrontafdeling is vandaag tussen tien en drie uur in rouwkleuren gehuld. Partners en ouders van militairen delen hun ongerustheid; de condoleancesites stromen over van de reacties.
De twee doden hebben vooralsnog niet geleid tot een brede discussie over nut en noodzaak van de militaire missie in Uruzgan. Tweede Kamerfracties noemen zo’n discussie ’op dit moment niet gepast’. De politieke en militaire leiding zal wel met meer dan gewone belangstelling de uitkomsten van nieuw opinieonderzoek bekijken. Volgens een enquête in opdracht van de Wegener-dagbladen vindt 55 procent van de bevolking dat de Nederlandse doden geen reden zijn om direct met de missie te stoppen. Sinds het begin van Task Force Uruzgan in augustus 2006 laat het ministerie maandelijks onder zo’n tweehonderd mensen onderzoek doen naar ’steun en draagvlak’ voor de missie.
De voorstanders zijn met rond de 40 procent in de meerderheid. Ruim een kwart is tegen de missie. In april was de steun met 44 procent hoog. Na de gewelddadige dood van korporaal Cor Strik in de provincie Helmand, was die gezakt naar 42 procent.
Cijfers waaruit Defensie kan opmaken dat er een redelijk draagvlak is onder de bevolking voor een missie waarover veel discussie was: wederopbouw of vechten?
Zal die steun onder de bevolking razendsnel afkalven, nu bekend is geworden hoe hard er is gevochten bij Chora, er veel burgerslachtoffers zijn gevallen en binnen enkele dagen tijd twee Nederlandse militairen zijn omgekomen? Of kraakt het draagvlak voor de missie pas bij tien, twintig of dertig doden?
Het cliché luidt dat zodra de sneuvelcijfers stijgen, de steun van de bevolking voor een operatie snel minder wordt. Bij dit bodybag-syndroom wordt verwezen naar de Vietnam-oorlog. De publieke opinie in de Verenigde Staten sloeg eind jaren zestig om toen duizenden Amerikaanse soldaten sneuvelden. Maar voor deze theorie is geen wetenschappelijk bewijs, bezweert de Adviesraad Internatonale Vraagstukken.
Het belangrijkste adviesorgaan van de Nederlandse regering op het terrein van vrede en veiligheid, boog zich een jaar geleden over het probleem van het draagvlak en hield toen vol dat de bevolking normaal gesproken begrip toont voor militaire inzet onder risicovolle omstandigheden. „Het negatieve effect van mogelijke slachtoffers moet niet worden overschat”, schreef de adviesclub onder leiding van oud-PvdA-minister van defensie Relus ter Beek.
Het blijkt wel dat de bevolking zelfs in zo’n dramatische situatie achter een operatie blijft staan, maar dan moet de regering wel haar best doen om overtuigend uit te leggen waarom de militairen daar zijn.
Want draagvlak onder de bevolking hangt niet alleen af van sneuvelcijfers. Er moet legitimiteit zijn (een akkoord in de VN-veiligheidsraad), het (inter)nationale belang moet helder zijn, er moet uitzicht zijn op succes en de regering moet met leiderschap en kwalitatief goede besluitvorming aantonen waarom de militaire inzet nodig is.
Goed leiderschap liet nogal te wensen over in de aanloop naar de missie in Uruzgan. Het toenmalige kabinet-Balkenende maakte er een rommeltje van. De D66-ministers lagen dwars, een duidelijke koers bleef uit omdat de ministers het uitzendbesluit te veel aan de Tweede Kamer overlieten. Die rommelige aanloop is al bijna weer vergeten en zal nu nog maar weinig effect hebben op de draagvlakcijfers. De blijvende discussie over wederopbouw- of vechtmissie waarschijnlijk wel.
Een ervaren onderzoeker op dit front, de Nijmeegse vredeswetenschapper Leon Wecke, wees onlangs op nog een ander fenomeen dat de publieke opinie kan beïnvloeden. Wecke stelt vast dat gemiddeld driekwart van de bevolking de krijgsmacht accepteert als een noodzakelijk kwaad. Die steun is vooral te danken aan de vredesoperaties. „Nederlanders lusten wel pap van handhaving van internationale rechtsorde en vredesbewarende operaties van onze militairen. Zelfs na Srebrenica bleef de steun daarvoor groot.”
Heel anders is het, signaleert Wecke, wanneer de grote Amerikaanse bondgenoot op het toneel verschijnt. Dan raakt de Nederlandse bevolking tegenwoordig een stuk minder enthousiast. De inval in Irak onder Amerikaans-Britse vlag viel niet goed. Driekwart van de bevolking vertrouwt president Bush niet erg. Wecke: „Dat betekent dat het draagvlak, de legitimiteit van onze krijgsmacht in gevaar komt naarmate Nederland meer de Amerikaanse kaart volgt”.
Dat ging toen over de geplande aanschaf van Amerikaanse kruisraketten op Nederlandse marineschepen, een koop die Nederland verder in het spoor van de VS zou dwingen, maar die inmiddels van de baan is. Maar de theorie van Wecke ondersteunt het vermoeden dat het publiek hoge sneuvelcijfers accepteert zolang een operatie uitzicht heeft op succes, overtuigend wordt verdedigd door de regering en vooral is gestoeld op degelijke afspraken in de Verenigde Naties. En waarbij de regering dus niet alleen maar vertrouwt op de blauwe ogen van de Amerikaanse president.
Nederlandse bewindslieden benadrukten afgelopen week de ’vastberadenheid’ van Nederland om in elk geval tot augustus 2008 in Uruzgan te blijven. Minister van defensie Van Middelkoop: „De Afghaanse bevolking kan rekenen op onze steun. Wij zijn daar voor een Afghanistan waar kinderen vrij op straat kunnen lopen op weg naar school.” Premier Balkenende: „Wij staan aan de kant van het leven. Wij staan aan de kant van de kinderen”, zei Balkenende woensdag.
Kinderen, dat is de mantra van de bewindslieden. Nederlandse militairen zijn in Afghanistan om kinderen een veilige toekomst te bieden. Opmerkelijk genoeg herhaalde de moeder van de omgekomen soldaat Timo Smeehuijzen de bezwering voor de camera van Netwerk: „Als er maar één meisje naar school gaat door die missie, dan is voor mij de missie geslaagd”, aldus Karin Smeehuijzen. „Er roepen nu ook een heleboel mensen: ’Laat ze het lekker zelf uitvechten’. Het is heel makkelijk om helemaal niks te doen.”
In de Verenigde Staten was het juist de moeder van een gesneuvelde militair die het verzet tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Irak een gezicht gaf. Cindy Sheehan groeide uit tot icoon dat het president Bush danig lastig maakte. In Nederland leek zich in 2004 iets soortgelijks af te spelen toen de verloofde van een naar Irak uitgezonden militair een oproep leek te doen om de troepen naar huis te halen. Defensie wist het vuurtje snel te blussen.
In Canada begonnen tegenstanders zich vorig najaar te roeren nadat in de zuidelijke provincie Kandahar veertig Canadezen waren gesneuveld. Inmiddels staat de teller op zestig. Dat zijn voor Nederland ongekende aantallen. Niemand op Defensie zal het hardop durven zeggen, maar twee gevechtsdoden in een jaar tijd is veel minder dan werd verwacht. Binnenskamers deden scenario’s van ’enkele tientallen doden’ de ronde.
De kwestie van de burgerslachtoffers zou weleens een groter probleem kunnen worden dan de eigen doden. In Afghanistan groeit het verzet tegen de Navo-troepenmacht Isaf omdat steeds meer burgers - dit jaar al zo’n driehonderd - het slachtoffer worden van militaire acties. Nederland en Australië horen daar sinds deze week ook bij. Bij de zware gevechten in Chora zijn volgens waarnemers tientallen burgers om het leven gekomen.
Een onbekend aantal doordat taliban-strijders hen als menselijk schild gebruikten en een eveneens onbekend aantal door Nederlandse kogels en raketten. In de beeldvorming zal dat moeilijker te rijmen zijn met de wederopbouw waar het uiteindelijk toch om is begonnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.