Het Gasuniegebouw in Groningen is het mooiste gebouw van Nederland. Dat zeggen de lezers van deze krant. Volgens voormalig rijksbouwmeester Jo Coenen willen de mensen vakmanschap, maar is het de vraag of dit binnen de Nederlandse bouwwereld behouden blijft.
’Wat moet ik hiermee?’, was de eerste gedachte die bij architect Jo Coenen opkwam toen hij de toptien onder ogen kreeg, waaruit het mooiste gebouw van Nederland kon worden gekozen. „Mijn eerste indruk was dat de deelnemers aan deze verkiezing, zeg maar het volk, een vreemde smaak hebben als het om architectuur gaat. Ik vond het een allegaartje en miste een historische of stilistische lijn. En als Limburger viel me ook meteen op dat het zuiden niet was vertegenwoordigd.”
Maar toen hij de ranglijst nog eens goed op zich had laten inwerken, begon zijn oordeel te kantelen. En na nog een denkpauze was zijn oordeel zelfs radicaal de andere kant uitgeslagen. De kiezers verdienen een pluim, vindt hij. „Omdat ze zich duidelijk hebben uitgesproken tégen de ’standaard blokkendozenarchitectuur’. Ik lees in de uitslag van deze verkiezing een enorme hang naar architectuur die tot de verbeelding spreekt en de zintuigen prikkelt, een verlangen naar het echte vakmanschap en meesterschap met mooi metselwerk, oog voor details en een enkele tierlantijn.”
Jo Coenen is blij met deze uitslag, maar er zit ook een verontrustende kant aan. „Als dit werkelijk is wat het volk wil, zijn we met onze dozenarchitectuur helemaal op de verkeerde weg. Al wil ik er wel bij zeggen dat er ook mooie dozen zijn.” Vaak wordt de doos geprezen om zijn eenvoud en eerlijkheid, zegt Coenen, maar al te vaak is deze vorm ook een uiting van het ontberen van bekwaamheid en vakmanschap.
Die aversie tegen strakke en zakelijke dozen uit zich in de toptien heel manifest in de voorkeur voor twee historische gebouwen, het stadhuis van Middelburg en de Domtoren in Utrecht. Ook gebouwen die afwijken van alles wat rechttoe rechtaan is, scoren hoog, zoals blijkt uit de keuze van het gebouw van de Gasunie in Groningen en het ING-hoofdkantoor in Amsterdam-Zuidoost. Coenen: „Sommige collega’s spreken met dédain over deze gebouwen met hun welvende lijnen. Ik heb veel waardering voor deze ontwerpen, omdat daarin gezocht is naar een niet-alledaagse ruimtebeleving en een bijzonder kleurgebruik.” Mensen hebben verder, concludeert Coenen, behoefte aan gebouwen waar tot in de kleinste details zorg en aandacht aan zijn besteed, zoals het Haags Gemeentemuseum en het raadhuis van Hilversum. Goede gebouwen prikkelen de verbeelding. Het haast mystieke Jachtslot St. Hubertus in Otterlo is daarvan een prachtig voorbeeld, maar hetzelfde geldt voor het Centraal Station in Amsterdam, volgens Coenen een verademing vergeleken bij de nietszeggende stations die de afgelopen decennia zijn gebouwd. Dat de Inkpot in Utrecht, bewonderd maar ook verafschuwd, zo vaak is genoemd als mooiste gebouw, zegt ook iets over de zeggingskracht ervan. Coenen: „Of je het nu mooi of lelijk vindt, het gebouw heeft iets mysterieus.”
De eigentijdse Silodam in Amsterdam ten slotte, een woongebouw dat eruitziet als een containerschip, lijkt haaks te staan op de conclusie van Coenen dat het publiek zich afkeert van de standaardisatie. De Silodam is een opeenstapeling van dozen, maar er gaat ook iets speels en provocatiefs vanuit, vindt hij. „Die kleurrijke stapeling straalt uit dat iedereen de vrijheid heeft om zijn eigen plekje te kiezen. Het roept bij mij ook herinneringen op aan het provo-tijdperk met zijn ultieme vrijheid.”
Als deze verkiezing één ding duidelijk maakt, is het wel dat mensen zeer geïnteresseerd zijn in architectuur met een ziel, meent Coenen. Gelukkig worden er ook nog steeds mooie gebouwen gemaakt, maar deze positieve incidenten vallen volgens hem in het niet bij de golf aan bijna zielloze gebouwen die de afgelopen decennia jaar over het Nederlandse landschap en de steden is gespoeld. Het dieptepunt lag volgens hem in de jaren 70, toen alles draaide om sociale woningbouw. „Architectuur was in die tijd elitair.” De huidige verschraling is volgens hem verder te wijten aan de economie, de snelheid van bouwen en de bijbehorende bouwtechniek die is gespeend van vakmanschap, aan de regelgeving en de standaardisatie. Over twintig jaar zijn er misschien helemaal geen vakmensen meer.
Ook de architecten zelf zijn langzamerhand de historische en culturele kennis kwijtgeraakt. „Ouderwetse, in onbruik geraakte architectonische attributen als kroonlijsten en compositorisch handwerk, zoals symmetrie en asymmetrie, het spel met materiaal en daksilhouet, verhouding en schaal, zijn niet alleen blijken van meesterschap, maar maken een gebouw simpelweg ook eleganter.”
Coenen merkt dat ook bij zijn studenten. „Er is een enorme fixatie op het nieuwe. En ze willen allemaal snel resultaat zien. De droeve resultaten daarvan zie je vooral langs de snelwegen met al die spektakelgebouwen. Als ik langs Zaltbommel rijd, waarvan de historische kern met zijn karakteristieke stompe kerktoren omgeven is door een maanlandschap van snelwegen, bedrijventerreinen en geluidsschermen, ken ik mijn eigen land niet meer. Het land transformeert zo snel dat ik mijn oma niet meer kan uitleggen waar ze is.”
Het eerste wat hij doet is zijn studenten een andere bril opzetten. „Voor het snelle resultaat moeten ze maar naar China gaan. Hier gaat het bij twee derde van de bouwopdrachten om bestaande gebouwen.” Bij restauratie wordt al gauw gedacht aan historische kerken en kastelen of monumentale bouwwerken, maar het gaat ook om het hergebruik en de aanpassing van fabrieken en andere gebouwen, zoals de Van Nellefabriek Rotterdam, het Glaspaleis in Heerlen en sanatorium Zonnestraal in Hilversum. Ook zullen architecten hun blik veel meer moeten verbreden naar de landschappen en steden, die in hoog tempo worden aangetast. Daarvoor is wel historisch en cultureel besef nodig. „Denken vanuit het bestaande en daar het nieuwe op laten aansluiten”, houdt Coenen zijn studenten voor. „Dat begint met heel goed kijken, wat Mart Smeets in de serie interviews in Trouw zo mooi onder woorden bracht. Dan kun je dingen ontdekken en waardering krijgen voor hoe iets gemaakt is. Iets wordt vaak pas mooi als je leert te observeren en te beschouwen. Een voeg kan een heel gebouw veranderen. Een kleur kan anders uitpakken in de schaduw. Juist met die laatste details, die ogenschijnlijk zo onbelangrijk lijken, kun je als architect een gebouw om zeep helpen.”
Hoewel Coenen blij is met de uitkomst van de verkiezing, mist hij gebouwen uit het zuiden. Ze zijn wel genoemd maar te weinig om een plaats in de toptien te verwerven. Dat was onder meer het geval met zijn ’eigen’ Vestedatoren in Eindhoven, die nét buiten de toptien viel. Zelf is Jo Coenen een fan van het werk van de architecten Peutz en Bedaux. Bedaux bouwde voornamelijk woonhuizen in en rondom Tilburg. Coenen bewondert de precisie, degelijkheid en gedistingeerde onopvallendheid van diens architectuur. Andere favoriete gebouwen zijn het door Peutz ontworpen Raadhuis van Heerlen en het Glaspaleis, ook in Heerlen, maar eigenlijk vindt hij zijn hele oeuvre prachtig. „Ik lijk Pierre Kartner wel, die koos ook alleen gebouwen uit zijn eigen stad Breda. Maar zo werkt het vaak wel: met de gebouwen die je als kind al opvielen en die je fantasie prikkelden, krijg je vaak een enorme binding.”
Dat architectuurstad Rotterdam ook ontbreekt in de toptien, verbaast hem minder. Daar is heel veel gebouwd in relatief korte tijd. Ook is niet alles even geslaagd, vindt Coenen. „In Rotterdam denk ik vaak: het had er ook anders kunnen uitzien. Het is een beetje lukraak.”
Als hij tot slot moet zeggen welk gebouw uit de toptien hij het liefst deze verkiezing had zien winnen, valt er een lange stilte. Eigenlijk is hij daar nog steeds niet uit. Het raadhuis van Hilversum, het Haags Gemeentemuseum, Jachtslot St. Hubertus en het Centraal Station van Amsterdam zijn zijn favorieten. „Maar het wordt niet het station, en het jachtslot zie ik vooral als een bijou. Blijven dus Berlage en Dudok over, waar ik eigenlijk niet uit kan kiezen. Maar ik denk dat ik het museum van Berlage toch het beste vind.”
De winnaar van de sms-actie voor de verkiezing is A. van Leeuwen uit Bergen (NH).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.