*

 

keizer / Ze denken dat de dokter de overdosis komt brengen

Bert Keizer − 23/06/07, 00:00

Onlangs werd het tienjarig bestaan gevierd van SCEN. De letters staan voor Steun en Consultatie Euthanasie Nederland. Het oorspronkelijke clubje heette SCEA, omdat het om een groep Amsterdamse huisartsen ging die zich een aantal problemen bewust waren rond euthanasie.

Het ging hen er om de praktische uitvoering van euthanasie en hulp bij zelfdoding in alle opzichten netjes te laten verlopen.

Dat wil zeggen dat zij systematisch aandacht geven aan de tweede opinie, het schriftelijke verslag daarvan aan de toetsingscommissie, de praktische uitvoering van euthanasie en het steunende contact aan de collega die euthanasie of hulp bij zelfdoding gaat verlenen.

Het duurde wel even voordat we rond euthanasie bij de huidige zorgvuldigheidseisen uitkwamen. Een van die eisen is dat er een tweede opinie gevraagd moet worden van een niet direct bij de behandeling betrokken arts.

Dit is een belangrijke eis, omdat in de figuur van deze functionaris de samenleving als het ware de sterfkamer binnenstapt om te kijken wat zich daar precies afspeelt. Deze vorm van controle werd op den duur te essentieel geacht om over te laten aan een collega die door de betrokken arts zelf werd aangezocht, meestal op grond van andere dan zakelijke criteria.

SCEN-artsen zijn opgeleid om deze rol naar behoren te vervullen. Hun opleiding stelt hen in staat om collega’s te behoeden voor onheuse druk, overhaaste of slecht gefundeerde besluiten en om een afweging te maken over de vraag of de patiënt, die zegt ondraaglijk te lijden, palliatief wel op de juiste wijze begeleid wordt.

Overigens is het oordeel van een SCEN-arts niet bindend of vrijwarend. In principe mag elke arts, indien niet direct betrokken, als buitenstaander optreden, maar toetsingscommissies geven wel de voorkeur aan SCEN-artsen omdat hun oordeel beter verwoord en breder gefundeerd is dan dat van de gemiddelde arts.

Sommige SCEN-collega’s hebben meer dan vijftig keer een euthanasieverzoek helpen wegen en dergelijke kwantiteit leidt ook tot kwaliteit.

Wat bezielt artsen om zich uitdrukkelijk met zo’n tweede mening bezig te houden? Ik heb een beetje rondgevraagd.

Allereerst is er de wens om mee te helpen het sterven draaglijk te maken. Als SCEN-arts betreed je het toneel vlak voor de slotakte, of in ieder geval vanwege de aard van de verwachte slotakte, en velen ervaren het als een unieke uitdaging om zichzelf naar behoren te gedragen hoewel je nauwelijks rolvast kunt zijn, want je hebt de eerste twee bedrijven gemist.

Het aardige daarbij is dat je ondanks dat korte eenmalige optreden, toch een belangrijke rol hebt in het hele drama. Een rol die ondanks herhaalde uitleg nogal eens verkeerd ingeschat wordt door familieleden. Men denkt dat de dokter niet alleen zijn goedkeuring maar ook de overdosis komt brengen, alles in één moeite door. Mensen maken zo’n toestand maar één keer in hun leven mee, en enige verwarring is onvermijdelijk onder dergelijke zeer emotionele omstandigheden.

Een andere reden waarom SCEN-artsen het doen is dat ze ook eens zonder een drukkende verantwoordelijkheid in de buurt van euthanasie kunnen zijn. Je hoeft de parachute dit keer alleen maar aan te reiken, maar zelf hoef je niet te springen. Ook wel eens lekker.

Het gesprek met de zieke is vooral dan moeilijk als praten eigenlijk niet gaat door wat voor reden dan ook.

Familieleden helpen natuurlijk, maar kunnen ook knap hinderlijk zijn. Zo voel je soms al terwijl je jas wordt aangepakt dat je niet weg komt zonder een goedkeurend stempeltje, en dat er wat zwaait als je er anders over denkt.

Vrijwel alle SCEN-artsen voelen zich uitgezonden op een missie die tot nederigheid stemt, omdat je op bezoek komt bij mensen wier leed zo erg is dat ze om de dood vragen. En dan tref je soms ellende aan van dermate aangrijpende dimensies dat het idee dat jij daar een meetlat langs komt leggen, iets bespottelijks heeft.

Je hele rol als vertegenwoordiger van de samenleving die met een diepe frons aan dit sterfbed verschijnt, krijgt dan iets potsierlijks.

Ook tijdens een SCEN-consult wordt er wel eens gelachen. Een collega vertelde hoe halverwege het gesprek met de patiënt, de hond midden in de kamer plotseling een soort van toeval kreeg en op het punt leek te staan de definitieve stap te zetten waarover het vrouwtje met de dokter zat te tobben. ’O jee’, was haar reactie ’doet u toevallig ook honden?’

Een door iedereen weer anders ingevuld moment is het afscheid.

’Tot ziens’, is niet de bedoeling.

’Ik wens u het allerbeste’, klinkt ook een beetje raar.

Een goede afscheidsgroet is: ’ik vond het heel bijzonder u te mogen ontmoeten’, want vaak is dat ook bijzonder.

Tenslotte hoorde ik als mogelijke motivatie voor het SCEN-werk de bezwering van eigen doodsangst. Artsen wagen zich in de buurt van stervens om voor zichzelf op dit punt enige geruststelling binnen te halen.

Een geruststelling die een ware zegen kan zijn. Ik wijs u hierbij graag op een van de meest weldadige bijwerkingen van een humaan sterfbed: het maakt de omstanders minder bevreesd voor hun eigen dood straks.

mailIcon print |